Tulp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Tulp (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Tulp.
Tulp
Tulp.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Orde: Liliales
Familie: Liliaceae (Leliefamilie)
geslacht
Tulipa
L. (1753)
Bostulp (Tulipa sylvestris)
Bostulp (Tulipa sylvestris)
Tulpenvelden
Tulpenvelden
Nicolaes van Verendael
Nicolaes van Verendael
Tulp op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Tulp (Tulipa) is een geslacht van eenzaadlobbige planten uit de Leliefamilie (Liliaceae). Tulpen werden in de westelijke wereld geïntroduceerd door de Weense ambassadeur voor Turkije, Ghislain de Busbecq, die over de bloemen schreef die hij in 1551 in het Turkse Edirne had gezien. Later zond hij enkele zaden ervan naar Oostenrijk.[1] De aankomst van een vracht tulpenbollen in 1562 in Antwerpen betekende het begin van de Europese tulpenteelt.[1] De eerste gedocumenteerde exemplaren werden door de Vlaming Carolus Clusius geplant in de door hem vanaf 1593 geleide Hortus botanicus Leiden. De bostulp (Tulipa sylvestris) is de enige soort die in Nederland in het wild voorkomt en is ingeburgerd vanaf de 19e eeuw. Het merendeel van de gekweekte vormen van de tulp zijn afgeleid van Tulipa gesneriana.

Ottomaanse sultans droegen een tulp op hun tulband als symbool. De naam tulp is zo afkomstig van het Perzische woord 'tulipan' dat tulband betekent.

Inhoud

Oorsprong [bewerken]

Tulpen komen in het wild voor van Noord-Afrika en Zuid-Europa tot aan het noordwesten van China. De grootste diversiteit wordt echter aangetroffen in drie bergketens in Centraal-Azië: de Pamir, de Tiensjan en Hindoekoesj. Het klimaat in alle drie berggebieden wordt gekenmerkt door een koude winter waardoor vernalisatie kan optreden, een lange lente met koude nachten en een droge zomer. Een dergelijk klimaat is ideaal voor tulpen.

Gekweekte tulpen [bewerken]

Tulpen kunnen niet in een warm klimaat worden gekweekt, omdat ze een koude nacht en een koude winter nodig hebben om te kunnen groeien.

Tulpenbollen worden gewoonlijk in oktober en november geplant. De bloeiperiode loopt van april tot in juni. Behalve de gecultiveerde tulp kent men ook de 'botanische tulp', die vooral geschikt is voor in de tuin, omdat de bollen in de grond kunnen blijven zitten en het jaar daarop weer uitkomen.

Het kweken van nieuwe bollen gebeurt door in het najaar (oktober en november) tulpenbollen te planten. De knoppen tussen de bolrokken van deze bollen groeien uit tot nieuwe bollen waarbij de oude bol gebruikt wordt als voedsel. De knop die naast het groeipunt zit, de zogenaamde 'A' knop, groeit uit tot een grote bol die te verkopen is voor bloemproductie, of direct aan de consument. De geplante bol bevat naast de 'A' knop, tussen zijn bolrokken nog meer kleine groeiknoppen, de zogenaamde b, c, d en e knoppen, die uitgroeien tot kleine bolletjes (klisters). Deze klisters zitten aan de grote bol vast, en worden in de zomer tijdens het pellen (de wortels en oude huid van de bol verwijderen) van de grote bol afgehaald. In het volgende najaar worden zij weer geplant op het land, om uit te groeien tot een grote bol. Op deze manier houdt men een partij tulpen in stand: de grote bollen worden gebruikt voor bloemproductie of direct verkocht aan de consument en de kleine bollen worden geplant in het najaar. Ruim 75% van de gekweekte tulpenbollen is bestemd voor bloemproductie in binnen of buitenland. De rest wordt als bloembol verkocht aan de consument of belandt in parken en openbare tuinen.

De tulp kent veel willekeurige mutaties die nieuwe kleuren en variaties geven. Deze gemuteerde tulpen waren vroeger heel waardevol, omdat ze een nieuwe lijn voor de kweek mogelijk maakten met interessante nieuwe kleuren. Ze kunnen ook nieuwe kleuren maken door tulpen te kruisen. Ze brengen het stuifmeel van de ene tulp naar de andere stamper.

Sommige tulpen van een bepaalde cultivar zijn gestreept of gevlekt van kleur. Deze effecten ontstaan door een virusinfectie van de bloembol, en wordt niet op een nieuwe generatie overgedragen als die vanaf zaad wordt grootgebracht.

De tulp in België [bewerken]

De eerste tulpenbollen in West-Europa kwam toe in Antwerpen in 1562. Het verhaal doet de ronde dat een koopman deze aantreft tussen een lading Turkse stoffen. Denkende dat het ajuinen zijn proefde hij er enkele. Nadat de smaak tegen viel verwees hij de resterende bollen naar de compost waar er het jaar nadien tulpen bloeide. [2]

Tot het midden van de 20ste eeuw was de tulpenkweek en pluk de belangrijkste economische activiteit in de grensstreek tussen de stad Antwerpen en de Nederlandse grens. (Nu district Berendrecht-Zandvliet-Lillo). Hoewel vooral Nederland bekend is als Tulpenland keerden een aantal telers rond 1900 terug naar de polderstreek rond Zandvliet. De iets zuidelijker ligging zorgde voor sneller openende bloemen. Johan Eyking (Jan Bol) uit Beverwijk had zowel plantages in Rozendaal als in Zandvliet. Later volgden nog Petrus de Goede en Louis Eestermans. Rond de Tweede Wereldoorlog waren de boemvelden ook een toeristische trekpleister. Door havenuitbreidingen en onteigeningen vanaf de jaren '60 verdwenen de tulpenvelden en de kwekers.

De tulp in Nederland [bewerken]

Nederland is beroemd om zijn gecultiveerde tulpen en is een van de meest dominante exportlanden van tulpen en tulpenbollen. Traditioneel wordt in de lente in de Keukenhof in Lisse een expositie gemaakt van miljoenen tulpen die vooral door toeristen goed wordt bezocht. Daarnaast komen er bussen vol toeristen om de tulpenvelden te bekijken. Het bekendst zijn de meer traditionele velden langs de duinen van Zuid-Holland en de West-Friese polders. Het merendeel van de tulpen is echter te vinden in Flevoland met name in de Noordoostpolder (ruim 2000 hectare). Ook in het Noordelijk Zandgebied (omgeving Breezand, Anna Paulowna en Julianadorp) en op het eiland Goeree-Overflakkee zijn er tulpenvelden te vinden. In het Noord-Hollandse plaatsje Limmen is de Hortus Bulborum gevestigd, de grootste genenbank ter wereld voor bolgewassen. In deze tuin staan ruim 3500 verschillende soorten tulpen, narcissen, hyacinten, en andere veelal historische voorjaarsbolgewassen.

Tulpenmanie [bewerken]

In de 17e eeuw (1630 - circa 1637) ontstond er in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden rond de tulpenbol een bizarre tulpenmanie, ook wel "tulpenrage", "tulpengekte", "tulpomanie" of "bollengekte" genoemd: plotseling werden tulpenbollen speculatieve handelswaar. De gekte dreef de prijzen op tot exorbitante hoogte, zelfs tot de bol zijn gewicht in goud waard was. De rage was eind 1636, begin 1637 op zijn hoogtepunt. In februari 1637 zakte de 'bollenmarkt' even plotseling in als zij ontstaan was; veel bollenspeculanten bleven berooid achter. Tulpen werden gekweekt in allerlei kleuren en door kunstschilders, zoals Nicolaes van Verendael op stillevens uitgebeeld. Vaak waren strepen op de bloem niet genetisch bepaald maar het gevolg van een virusinfectie.

In deze periode zijn ook veel tulpentekeningen gemaakt.

Er bestaat ook een zogenaamde Esperantotulp Tulipa viridiflora Esperanto.

Externe links [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Encyclopædia Britannica 15th Edition
  2. Infobord Stad Antwerpen Grote tulpenpluk 2013