Urinezuur
| Urinezuur | ||||
| Structuurformule en molecuulmodel | ||||
| Ketovorm (2,6,8-trioxypurine) | ||||
| Enolvorm (purine-2,6,8-triol) | ||||
| 3D-model | ||||
| Algemeen | ||||
| Molecuulformule (uitleg) |
C5H4N4O3 | |||
| IUPAC-naam | 7,9-dihydro-1H-purine- 2,6,8(3H)-trione | |||
| Andere namen | 2,6,8-trioxypurine, purine-2,6,8-triol | |||
| Molmassa | 168,11 g/mol | |||
| SMILES |
C12NC(=O)NC(=O)C=2NC(=O)N1
|
|||
| CAS-nummer | 69-93-2 | |||
| Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen | ||||
| EG-Index-nummer | 200-720-7 | |||
| Fysische eigenschappen | ||||
| Aggregatietoestand | vast | |||
| Dichtheid | 1,89 g/cm³ | |||
| Smeltpunt | 300 °C | |||
| Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar) | ||||
|
||||
Urinezuur wordt bij dieren gevormd bij de afbraak van purines, stoffen afkomstig van nucleïnezuren (DNA). Purines komen in de bloedsomloop door de voedselvertering en door de afbraak van cellen in het lichaam. Het meeste urinezuur wordt via de nieren met de urine verwijderd; een deel van het urinezuur verlaat het lichaam met de ontlasting.
Het witte gedeelte van de ontlasting van vogels en reptielen bestaat uit vrijwel zuiver urinezuur. Zij kunnen namelijk hun andere stikstofafvalproducten actief in urinezuur omzetten en dit lozen, vrijwel zonder waterverlies. (Bij zoogdieren vervult ureum deze functie, maar daarbij wordt veel meer water geloosd.)
Bij de mens [bewerken]
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts. |
Als er te veel urinezuur wordt geproduceerd, of als het urinezuur onvoldoende wordt uitgescheiden, kan het zich ophopen in het lichaam. Dat kan leiden tot vorming van kristallen in de gewrichten. Hierdoor kunnen gewrichten ontsteken; er is dan sprake van jicht. Patiënten met deze aandoening hebben last van pijnlijke gewrichten, meestal in de grote teen. Urinezuur kan ook aanleiding geven tot de vorming van nierstenen. Overproductie van urinezuur komt ook voor bij bepaalde ziekten, waarbij sterke weefselafbraak optreedt, zoals bloedkanker en ernstige bloedarmoede en ook na snelle weefselafbraak, bijvoorbeeld bij bestraling van kwaadaardige aandoeningen. De hoeveelheid urinezuur die wordt uitgescheiden kan dienen als maat voor de afbraak. Een verhoogde concentratie urinezuur wordt ook gevonden bij patiënten met slecht werkende nieren en mensen met bepaalde erfelijke stofwisselingsaandoeningen (Lesch-Nyhansyndroom).
Lage concentraties urinezuur worden veel minder vaak gezien en geven zelden aanleiding tot zorg. Het kan samenhangen met bepaalde lever- of nierziekten, blootstelling aan toxische stoffen en zeer zelden met een erfelijke stofwisselingsziekte. Lage waarden van urinezuur in het bloed zijn ook geassocieerd met multiple sclerose.
Volwassen mannen hebben een iets hoger urinezuur gehalte in het bloed dan volwassen vrouwen.
| Zie de categorie Uric acid van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |