Vectorbundel
In de differentiaalmeetkunde en de differentiaaltopologie, maar ook in verschillende deelgebieden van de natuurkunde, wordt veelvuldig gebruikgemaakt van de notie "vector met een aangrijpingspunt". Voorbeelden uit de natuurkunde zijn: een kracht uitgeoefend op een stijf lichaam, de snelheid van een deeltje (of een planeet in het meerlichamenprobleem), en het impulsmoment van een voorwerp ten opzichte van een gegeven centrum (afhankelijk van de gekozen oriëntatie, dus eigenlijk een pseudovector).
Het begrip vectorbundel geeft hieraan een exacte definitie. Met elk punt
van een (eventueel gekromde) ruimte
wordt een vectorruimte geassocieerd, zodanig dat:
- de verschillende vectorruimten die met de verschillende punten overeenkomen, onderling isomorf zijn;
- de vectorruimten geassocieerd met nabijgelegen punten van
gaan "geleidelijk" in elkaar over.
Deze laatste voorwaarde verdient een preciezere formulering. De definitie hieronder beschrijft gladde vectorbundels. In de laatste paragraaf sommen we enkele alternatieven op.
Inhoud |
Definitie [bewerken]
Zij
een
-dimensionale gladde variëteit. Een afbeelding
heet
-dimensionale vectorbundel over
als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
draagt de structuur van een gladde variëteit;
is een gladde afbeelding tussen variëteiten;
is een surjectie;- voor elk punt
draagt het invers beeld
de structuur van een
-dimensionale vectorruimte; deze vectorruimte wordt
genoteerd en heet vezel van
in
; meestal gaat het over reële vectorruimten, we kunnen eventueel expliciet van een reële vectorbundel spreken; - in een voldoende kleine omgeving
van elk punt
is de bundel equivalent met een cartesisch product:
waarbij
niet alleen een diffeomorfisme is, maar bovendien in iedere afzonderlijke vezel een isomorfisme van vectorruimten, én commuteert met de projectie
op de eerste component van
:
De variëteit
maakt deel uit van de definitie. Als we de afbeelding
geïsoleerd beschouwen, heet ze soms de projectie-afbeelding van de bundel.
Een sectie van de bundel is een gladde afbeelding
die een partieel inverse vormt voor de projectie:
Secties heten ook wel vectorvelden of, enigszins onnauwkeurig, vectoren. Het aangrijpingspunt van een dergelijke vector
is het punt
.
Voorbeelden [bewerken]
De definitie wordt gemotiveerd door het voorbeeld van de raakbundel
aan een gladde variëteit
. Als verzameling is
de vereniging van alle raakruimten
. De vezels zijn de raakruimten zelf. De equivalentie
wordt geconstrueerd aan de hand van een lokaal coördinatenstelsel (kaart) in de omgeving
van een gegeven punt
:
waar
de coördinaten zijn van de vector
ten opzichte van de canonieke basis
van de raakruimte.
Andere voorbeelden van bundels zijn de corakende bundel (gevormd met de duale vectorruimten van de raakruimten) en diverse tensorbundels (de vezels zijn gebaseerd op diverse soorten tensorproducten van de raakruimte en haar duale).
Als
een indompeling (of in het bijzonder, een inbedding) is van een gladde variëteit
in een Riemann-variëteit
, dan bestaat de normaalbundel van
uit de deelvectorruimten van
die loodrecht staan op
.
Afbeeldingen tussen vectorbundels (morfismen) [bewerken]
Beschouw twee vectorbundels
en
. Een morfisme tussen deze vectorbundels is een gladde afbeelding
met de volgende twee eigenschappen:
- behoud van vezels:
; - voor elke
is de partiële afbeelding
lineair.
Het typevoorbeeld van een morfisme van vectorbundels is de rakende afbeelding aan een gladde afbeelding tussen variëteiten. Zij
glad, dan is de afbeelding
een morfisme. We verwijzen naar het artikel raakruimte voor de definitie van
.
Algemenere bundels [bewerken]
Men kan ook vectorbundels definiëren over topologische variëteiten, dus waarvan de coördinatentransformaties continu maar niet noodzakelijk differentieerbaar zijn. In dat geval hoeft de projectie-afbeelding
eveneens slechts continu te zijn.
Analoog kan men over algebraïsche variëteiten, algebraïsche bundels definiëren.
In plaats van vectorruimten over het lichaam
of over een algemeen commutatief lichaam
, kan men de structuur van de vezels verzwakken tot modulen over een ring
.
Bij een algemene bundel wordt niet langer geëist dat de vezels modulen of vectorruimten zijn.
Een hoofdbundel is een gladde bundel waarbij de vezels de aanvullende structuur van een Lie-groep krijgen.
draagt het invers beeld
de structuur van een
genoteerd en heet vezel van 



;
lineair.