Wijnbouw in Chili

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een Chileens wijngaard aan de voet van de Andes

De wijnbouw in Chili is gestart door Spaanse kolonisten. Toch ziet men een Franse invloed. De wijn wordt vooral van typische Franse druivenrassen gemaakt. De druivenstokken zijn hier nog identiek en staan niet, zoals in de bijna alle andere wijngebieden, op Amerikaanse onderstammen.

De meeste Chileense wijngaarden lopen als een slinger door het midden van een land. Ze liggen tussen de Andes en de kustgebergten. Het klimaat is er koeler en meer vruchtbaar dan in Argentinië. De Humboldtstroom vanuit de Stille Oceaan heeft een verkoelend effect.

De belangrijkste wijnbouw gebieden in Chili zijn (van noord naar zuid) Aconcaguavallei, Casablanca, Maipo Valley, Rapel Valley, Curico, Maule, Itata en Bío-Bío. Een belangrijk gebied is de Colchagua vallei (Libertador O'Higgins). De bekendste wijngaarden uit deze streek zijn: Casa LaPostolle, Viu Manent, Montgrass, Bisquertt, Casa Silva, Laura Hartwig.

De Chilenen hebben trouwens op zeer geslaagde wijze een combinatie weten te maken tussen toerisme en wijnbouw. De meeste wijngaarden zijn open voor het publiek en er worden tweetalige rondleidingen gegeven. Een aantal wijnstreken heeft zelfs zijn eigen officiële wijnroute, waarbij de belangrijkste wijngaarden zijn aangesloten. In de Colchagua-vallei, 2 uur rijden van Santiago, is het zelfs mogelijk om in een oude stoomtrein uit 1913 dit gebied te bezoeken en bewonderen.

De belangrijkste druivenrassen, samen meer dan zestig procent van de oogst, zijn Cabernet Sauvignon, Merlot, Chardonnay, Sémillon en Sauvignon Blanc. Daarnaast heeft Chili ook een eigen specialiteit: de Carménère, vergelijkbaar met een stevige Merlot.

De smaak van Chileense wijnen wordt gekenmerkt door een volle en sappige smaak.