Zuidelijke opossum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zuidelijke opossum
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Rabipelao2.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Didelphimorphia (Opossums)
Familie: Didelphidae (Opossums)
Geslacht: Didelphis
Soort
Didelphis marsupialis
Linnaeus, 1758
Verspreidingsgebied van de zuidelijke opossum
Verspreidingsgebied van de zuidelijke opossum
Didelphis marsupialis, Bahia, Brazil.jpg
Afbeeldingen Zuidelijke opossum op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De zuidelijke opossum (Didelphis marsupialis) is een opossum uit het geslacht Didelphis. Hij komt voor in het regenwoud van Midden-Amerika, Colombia, Ecuador en het Amazonebekken.

Kenmerken[bewerken]

De zuidelijke opossum is de grootste van de opossums. Hij kan zo groot worden als een konijn. Zijn grijpstaart lijkt op die van een rat en zijn vacht varieert in kleur van grijs tot zwart.

Leefwijze[bewerken]

Aan het voedselpakket valt te zien dat hij een groot aanpassingsvermogen heeft. In zijn gevarieerde menu komen verschillende soorten insecten voor zoals torren, sprinkhanen, mieren en termieten. Ook slakken, regenwormen, slangen en zelfs kleine vogels behoren tot het menu. Dat een opossum omnivoor is blijkt uit het feit dat hij ook vruchten eet.

Voortplanting[bewerken]

De draagtijd van de jongen bedraagt maximaal dertien dagen. De jongen worden als embryo's geboren. De jongen zijn dan zo klein dat de worp (8 à 18 jongen) in een eetlepel past. Direct na de geboorte moeten de jongen de gevaarlijke en wonderlijke tocht afleggen van de vagina naar de buidel (vaak overleeft maar de helft de tocht). Eenmaal in de buidel aangekomen begint een tweede moeilijke periode. Dan hechten ze zich aan de tepels vast waarna ze flink gaan groeien. Na tien weken kunnen de jongen zich buiten de buidel begeven. Wel blijven ze bij de moeder tot ze na drie maanden de volwassen grootte hebben bereikt.

Gedrag[bewerken]

De opossum heeft een verdedigingsmechanisme voor als het door een groter dier in het nauw wordt gedreven. Hij valt dan "dood" neer. Hij valt op de zij, de ogen vallen dicht en de tong gaat uit de bek hangen. Hij is weliswaar niet echt dood, maar zijn aanvaller waant hem dood en gaat op zoek naar een levende prooi. Door een proef, met behulp van een zogenaamd elektro-encefalogram, is vastgesteld dat als de opossum zich in deze schijnbaar levenloze toestand bevindt het diertje toch uitermate alert en gespannen is. Deze truc is uiteraard niet succesvol bij aaseters.

Bronnen, noten en/of referenties