830-839

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gebeurtenissen en ontwikkelingen[bewerken]

Frankische Rijk
  • In 830 overtuigt Wala van Corbie Pepijn van het gevaar van Bernhard van Septimanië. Pepijn trekt met een leger naar Parijs en ontmoet zijn broer Lodewijk de Duitser even ten noorden van Parijs. Hun vader, Lodewijk de Vrome, keert terug van weer een campagne tegen Bretagne (juist begonnen om door een externe vijand te bestrijden de eenheid te bewaren) en gaat naar Compiègne. Daar wordt hij door Pepijn gevangengenomen. Judith wordt in Poitiers gevangengezet en Bernhard van Septimanië vlucht naar Barcelona.
  • De oudste broer en eerste erfgenaam, Lotharius, trekt in 831 met een groot leger naar het noorden en roept in Nijmegen een rijksdag bijeen. Lodewijk de Vrome had Pepijn en Lodewijk de Duitser echter een groter deel in de erfenis beloofd dan Lotharius aanbood en ook de lokale edelen blijven trouw aan Lodewijk de Vrome. Op de rijksdag moeten de zoons hun vader weer als koning erkennen. Lotharius wordt begenadigd, maar wordt wel naar Italië verbannen.
  • Wala en andere belangrijke edelen en geestelijken die achter de opstand zaten, werden verbannen. Het gebied van Pepijn werd uitgebreid tot aan de Somme. Het gebied van Lodewijk de Duitser wordt uitgebreid tot aan de Rijn. Karel krijgt het tussenliggende gebied van de Moezel tot aan de Provence. Lotharius houdt alleen Italië over.
Byzantijnse Rijk
  • Theophilos van Byzantium stelt in een edict uit 832 strenge straffen op de verering van iconen en benoemt in 837 zijn leermeester, de iconoclast Johannes Grammaticus, tot patriarch van Constantinopel.
Godsdienst