April-meistakingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Massagraf gefusilleerde verzetsstrijders meistaking in Limburg, ontdekt op 1 juli 1948
Monument melkstaking April/Mei 1943 Suameer Frl.
Oorlogsmonument Meistaking Appelbergen

De April-meistaking (ook bekend als de melkstaking of mijnstaking) was een staking in 1943 in Nederland tegen de gedwongen arbeidsinzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Aanleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Bekendmaking van het krijgsgevangenschap op de voorpagina

De aanleiding voor de spontane landelijke staking was de bekendmaking op 29 april 1943 dat Nederlandse oud-militairen die gevochten hadden in 1940 zich moesten melden om te gaan werken in Duitsland voor de Arbeitseinsatz. Door de vele Duitse doden tijden de slag om Stalingrad waren extra mankrachten nodig om de Duitse oorlogsindustrie draaiende te houden. Nederlanders die weigerden te werken in Duitsland konden op 'den strengste maatregelen' rekenen.

Staking[bewerken | brontekst bewerken]

De staking begon op donderdag 29 april 1943 bij Machinefabriek Gebr. Stork & Co in Hengelo in Overijssel en verspreidde zich razendsnel over heel Nederland. Stakingsleider Jan Berend Vlam was na acht maanden uit het Kamp Sint-Michielsgestel weten te komen. Zijn verzet stopte niet, direct uit het kamp organiseerde hij in zijn woning aan de Krabbenbosweg in Hengelo bijeenkomsten die uiteindelijk zullen leiden tot de stakingen [1]

In samenwerking met de telefoniste van Stork, Femy Efftink werd de staking groot. Zij belde met alle contacten die zij als telefoniste had met het verzoek om ook mee te doen. [2] Gaandeweg verspreidde de staking zich over bedrijven in bijna alle provincies van het land. Meer dan 500.000 mensen legden uiteindelijk het werk neer.

Een teleurstelling voor de stakers was dat de Nederlandse Spoorwegen bleven rijden. Ook bleef het stil in en rond Rotterdam, Den Haag en Amsterdam, waar men de bloedige nasleep van de Februaristaking van 1941 nog in het geheugen had. De staking eindigde op 3 mei 1943.

Deze staking staat ook bekend als de Melkstaking, omdat boeren geen melk aan de zuivelfabrieken leverden en hun melk gratis weggaven aan de burgers of over de weilanden uitstrooiden. In de Mijnstreek in Zuid-Limburg werd de staking de Mijnstaking genoemd en gesteund door de Rooms-Katholieke Kerk.

De staking was de grootste van Nederland met een deelname van 200.000 mensen. [3] De staking heeft veel invloed en wordt een keerpunt genoemd in de bezetting. De bezetter leert dat het niet is gelukt om de nederlanders tot het Nationaal Socialisme te laten komen en de Nederlanders zien nu de terreur van de Duitsers waardoor het verzet een enorme impuls krijgt. [4] Zo stond er in 1943 een manifest in Trouw met de volgende tekst: ''De vijand heeft thans het masker volledig afgeworpen. De mythe van de grootmoedigheid van den Führer is ten einde. Erkend wordt nu door de Duitschers wat wij zijn: vijanden, en niet een deel van de Groot-Germaanse Gemeenschap.'' [5]


Bestraffing[bewerken | brontekst bewerken]

Monument Frederik Martinus Loep en 51 van zijn lotgenoten.

De Duitse bezetter reageerde op de staking met harde hand. Tachtig stakers werden standrechtelijk geëxecuteerd, hun namen werden op plakkaten bekendgemaakt. Daarnaast vielen 95 doden en 400 zwaargewonden door beschietingen door de bezetters op de stakenden.[6] Na en tijdens de staking vielen tweehonderd doden als gevolg van standrechtelijke executies en uitputting in strafkampen. Vanwege de rol van de fabriek Stork werd ingenieur Frederik Marinus Loep ter dood veroordeeld. Loep was niet in Hengelo toen de stakingen begonnen. Hij wordt op 4 mei gefusilleerd in Twickelse bossen. Zijn lichaam is nooit gevonden.

Monumenten[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie April–May Strike van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.