Artemis 1

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het beoogde traject van Artemis 1

Artemis 1, tot mei 2019 bekend als Exploration Mission 1[1] (EM-1) is de eerste geplande vlucht onder NASA’s Artemisprogramma en de tweede onbemande ruimtevlucht van NASA’s Orion-ruimtecapsule. Het zal volgens de huidige planning de eerste lancering van een Space Launch System-raket zijn. De vlucht staat officieel gepland voor juni 2020 en zal 26 dagen duren. Deze testvlucht zal worden gelanceerd vanaf Lanceercomplex 39B van het Kennedy Space Center.

De Orion zal door een SLS Block I in een retrograde baan om de maan worden gebracht en op die vlucht de lifesupport-systemen en de Europese servicemodule testen. De vlucht die aanvankelijk in 2016 moest plaatshebben is vele malen uitgesteld doordat de ontwikkeling van de nieuwe raket en het ruimteschip veel vertraging opliep.

De SLS/Orion adapterring met 13 cubesats.

Behalve de Orion-capsule zullen er ook dertien CubeSats worden gelanceerd. Deze zullen in de Orion-adapterring van de draagraket geplaatst zitten en in hun traject worden afgezet na het loskoppelen van de Orion. In 2019 werd NASA’s Artemisprogramma opgestart. Daarmee wil NASA in 2024 een bemande maanlanding uitvoeren.

Voertuig[bewerken]

Anno augustus 2019 is de meeste hardware voor de vlucht af. Er moeten echter nog wel tests worden uitgevoerd voor deze lanceerwaardig worden gekeurd.

Met de bouw van de Orion-capsule voor EM-1 werd in januari 2016 aangevangen. De Interim Upperstage van de SLS-Block I werd op 7 maart 2017 naar het Kennedy Space Center overgebracht. Het testen en kwalificeren van de vier RS-25-hoofdmotoren was in oktober 2017 afgerond. Eind 2018 werd de Europese servicemodule naar De Verenigde Staten getransporteerd. Ook is het mobiele lanceerplatform voor de SLS Block-I in de zomer van 2018 voltooid. Op 25 augustus 2019 was de bouw van SLS-Corestage CS-1 voltooid.[2] Op 26 Augustus werd ook de voltooing van de tien segmenten van de boosters gemeld. En eind juli 2019 was de Orion-capsule voltooid.[3] Op 5 augustus 2019 werd de hoofdmotor van de servicemodule ontstoken tijdens een kwalificatietest in een testopstelling.[4]

Onderzoek bemannen EM-1[bewerken]

Op 15 februari 2017 (een kleine maand na het aantreden van president Trump) verzond waarnemend NASA-administrator Robert Lightfoot een memo waarin hij een onderzoek naar de mogelijkheid van het bemannen van vlucht EM-1 gelaste. Dit zou EM-1 vertragen maar missie EM-2 overbodig maken. Dit was echter niet onomstreden en gaf aan dat de regering Trump bereid leek te zijn meer risico te nemen en de zaken te versnellen[5]. Bemanning op vlucht EM-1 had volgens Bill Gerstenmaier alleen zin gehad als de vlucht uiterlijk in 2019 zou plaatsvinden. De missie zou dan 8 tot 9 dagen duren en een vergelijkbare baan volgen als Apollo 8. Op 12 mei 2017 werd bekend gemaakt dat EM-1 onbemand zou blijven[6].

Mogelijkheid andere draagraketten onderzocht[bewerken]

Nadat bezuinigingen door het congres op doorontwikkelingen van het SLS en nieuwe vertragingen van de bouw van de eerste raket bekend werden heeft NASA’s directeur Jim Bridenstine op 13 maart 2019 aangegeven te overwegen EM1 met commerciële draagraketten te lanceren.[7] Het plan was dan de Orion met een eerste draagraket in een baan om de Aarde te brengen en met een tweede raket een volledig getankte rakettrap die als Aarde-verlatingstrap moet functioneren in de ruimte te brengen waarna de Orion en de rakettrap koppelen en samen het traject naar de Maan vervolgen. Met dit plan hoopt Bridenstine EM1 toch in 2020 te kunnen lanceren. Er is nog geen koppelingsmechanisme ontwikkeld. Dat zou dus in een jaar tijd moeten gebeuren. Bridenstine is overtuigt van de kracht van Amerikaanse ruimtevaartbedrijven om dit te bewerkstelligen. Een verkennend onderzoek zou een week later al klaar zijn.

Twee weken later gaf Bridenstine tijdens de vijfde vergadering van de National Space Council aan dat EM1 toch met het SLS wordt gelanceerd. Boeing had een manier gevonden om tijd te besparen door de raket op het lanceerplatform op het Kennedy Space Center te testen in plaats van op de testinstallatie van het Stennis Space Center, waardoor de logistieke operatie flink wordt ingekort. Bovendien, zo legde Bridenstine op 1 april 2019 tijdens een zogenaamde “town hall meeting” voor NASA-personeel uit, was geen van de plannen die technisch konden werken voor 1 juni 2020 te realiseren. Wel worden plannen verder uitgewerkt als alternatief voor latere missies.[8]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]