Beekprik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beekprik
Sorgenti del Pescara 21 (RaBoe).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Cephalaspidomorphi
Orde: Petromyzontiformes
Familie: Petromyzontidae
Geslacht: Lampetra
Soort
Lampetra planeri
(Bloch, 1784)
Afbeeldingen Beekprik op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Beekprik op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Beekprik (Lampetra planeri) is een zeldzame kaakloze vis die inheems voorkomt in de Benelux. Het palingachtige dier is tot 17,5 cm lang en wordt tot 6 jaar oud.

Levenswijze[bewerken]

De beekprik blijft zijn hele leven in dezelfde beekloop. Het dier leeft drie tot zes jaar als een blinde larve in de modderbodem en verandert dan in het vroege voorjaar tot volwassen prik. Hij krijgt ogen, vinnen en geslachtsorganen. Het dier verliest echter tegelijkertijd zijn maag- en darmstelsel en houdt daarom op met foerageren. Op zoek naar partners trekt hij stroomopwaarts waar paaiplaatsen gebouwd worden in de grindbodem. In de beek wordt een gleuf gemaakt door steentjes te verplaatsen. Het grind wordt eerst schoongemaakt en vervolgens zetten de vrouwtjes hun eitjes erop af. De mannetjes gaan daar boven hangen en zetten de zaadcellen af. Eenzelfde paaisleuf kan tegelijkertijd worden gebruikt door een groot aantal prikken. Het is daar dan een drukte van belang. De beekprik sterft enkele dagen na het paaien. In tegenstelling tot de rivier- en de zeeprik is de beekprik geen parasiet.

Verspreiding[bewerken]

Sinds het begin van de 20e eeuw gaat de beekprik geleidelijk achteruit. De beekprik komt voor in de sprengebeken op de oostelijke Veluwe en is zelfs wel gesignaleerd in het centrum van de stad Apeldoorn. Ook in de Achterhoek, Limburg en in oostelijk Noord-Brabant zijn ze nog aan te treffen. In Vlaanderen komt de beekprik voor in de provincies Antwerpen en Limburg. Uit statistieken met betrekking tot de vindplaatsen van beekprikken sinds 1900 blijkt dat het aantal uurhokken met beekprikken tussen 1945 en 1980 met 64% is afgenomen. Het voorkomen in Noord-Nederland is twijfelachtig. De beekprik is aantoonbaar achteruitgegaan in midden Noord-Brabant en in sommige delen van Limburg, de Achterhoek en in geheel Twente. Tussen 1980 en 1995 zijn er nog 35 uurhokken met vangsten van de beekprik.[1]

Knelpunten en maatregelen[bewerken]

Het verbeteren van de beeklopen in de twintigste eeuw maakte dat onder andere door het aanbrengen van stuwen barrières ontstonden die de paaigebieden in bovenlopen voor de beekprik onbereikbaar maakten. Door het rechttrekken van beken is de watervoering in natte periodes te hoog, terwijl in droge periodes beken bijna droog komen te staan door waterpeilverlaging. Bij mechanisch schonen van beekbodems gaan bovendien de larven, die in de zachte modder zitten, verloren.[2]

Een ecologisch verantwoord beheer van de beekoevers, het opnieuw uitgraven van oude meanders en het passeerbaar maken van de stuwen is van groot belang voor de beekprik. Aan beken waar de vis voorkomt kan onderhoud het beste handmatig worden gedaan ten einde verstoring zoveel mogelijk te voorkomen. Waar vroeger beddingen van grind en stenen voorkwamen dienen deze hersteld te worden. Een hoge waterkwaliteit is een belangrijke voorwaarde, op een beek waarin prikken leven dient alleen gezuiverd water te worden geloosd.

Wettelijke status[bewerken]

Het is verboden om beekprikken te vangen of pogingen daartoe te ondernemen, want de beekprik is een beschermde soort in de zin van de Flora- en faunawet en staat op de Nederlandse rode lijst als bedreigde diersoort.

Externe link[bewerken]