Dactylorhiza occitanica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dactylorhiza occitanica
Dactylorhiza occitanica 1.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Orde: Asparagales
Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)
Onderfamilie: Orchidoideae
Geslachtengroep: Orchideae
Geslacht: Dactylorhiza (Handekenskruiden)
Soort
Dactylorhiza occitanica
Geniez, Melki, Pain & Soca (1995)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Dactylorhiza occitanica is een Europese orchidee van het geslacht Dactylorhiza (handekenskruiden).

Het is een endemische soort voor de Mediterrane kust van Frankrijk, die in 1995 voor het eerst beschreven is.

Etymologie en naamgeving[bewerken]

De soortaanduiding occitanica verwijst naar Occitanië, ook wel de Languedoc.

Kenmerken[bewerken]

Habitus[bewerken]

Dactylorhiza occitanica is een overblijvende, niet-winterharde geofyt. Het is een stevige, tot 50 cm grote plant met 5 tot 7 schuin afstaande tot stengelomvattende bladeren, waarvan de hoogste meestal tot aan de bloeiwijze reikt. De bloeiwijze is een dichte, rijkbloemige aar, tot 12 cm hoog en met tot 40 roze bloemen.

Bladeren[bewerken]

De stengelbladeren zijn meestal ongevlekt, zelden rood gevlekt, gekield, ovaal tot lancetvormig, met spitse top. De schutbladeren, die de bloemen ondersteunen, zijn groen, rood aangelopen, en even lang of iets langer dan de bloemen.

Bloemen[bewerken]

D. occitanica, detail bloeiwijze

De bloemen zijn middelgroot en lichtroze tot violet gekleurd. De zijdelingse kelkbladen zijn duidelijk breder dan de kroonbladen, afstaand en naar boven gebogen. Het middelste kelkblad vormt samen met de bovenste kroonbladen een helmpje.

De lip is breder dan lang, tot 14 mm breed en 9 mm lang, duidelijk drielobbig, de zijlobben gespreid of naar achter teruggeslagen. De middenlob is langer dan de zijlobben. De lip is in het centrum lichter gekleurd en bezit een honingmerk (de tekening op de lip) van donkerder purper tot lila stipjes en lijntjes, één of twee lussen vormend. Het spoor is licht taps toelopend, korter dan of even lang als het vruchtbeginsel en licht naar boven gebogen.

De bloeitijd is van eind april tot eind juni.

Habitat[bewerken]

D. occitanica komt voor op vochtige, voornamelijk basische bodems in volle zon, zoals op vochtige kalkgraslanden die enkel in de zomer droog staan. Tot op 400 m.

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

D. occitanica is endemisch voor het zuiden van Frankrijk langs de Middellandse Zee, voornamelijk in de regio's Occitanie, Auvergne-Rhône-Alpes en Provence-Alpes-Côte d'Azur.

Taxonomie, verwante en gelijkende soorten[bewerken]

D. occitanica behoort tot het geslacht van de handekenskruiden (Dactylorhiza), die alle sterk op elkaar gelijken. De plant is pas in 1995 als aparte soort beschreven, daarvoor werden ze naargelang van de botanicus als vleeskleurige orchis (D. incarnata), rietorchis (D. majalis subsp. preatermissa) of grote rietorchis (D. elata) beschouwd.

D. occitanica kan van deze soorten onderscheiden worden door de bloemlip, die breder is dan lang en vrij diep ingesneden, en de laterale kelkbladen die breder zijn dan de kroonbladen.

Bedreiging en bescherming[bewerken]

D. occitanica wordt net als de meeste andere Dactylorhiza bedreigd door het verdwijnen van zijn voorkeurshabitat door drooglegging, ingebruikname door de landbouw of bosbouw, en vermesting van vochtige biotopen. Daarenboven is zijn voorkeursbiotoop in het zuiden van Frankrijk van nature reeds zeer zeldzaam.

De soort is in Frankrijk beschermd op regionaal niveau.