Vlierorchis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlierorchis
Dactylorhiza sambucina Rheinland-Pfalz 01.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Orde: Asparagales
Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)
Geslacht: Dactylorhiza (Handekenskruid)
soort
Dactylorhiza sambucina
(L.) Soó (1962)
Basioniem
Orchis sambucina
Adam och Eva.jpg
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De vlierorchis (Dactylorhiza sambucina) is een Europese terrestrische orchidee van het geslacht handekenskruid (Dactylorhiza). Het is een vrij zeldzame soort die vooral in kalkgraslanden voorkomt.

Opmerkelijk aan deze soort is het dimorfisme van de bloemen die ofwel geel, ofwel purper zijn.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

synoniemen
  • Dactylorhiza latifolia (L.) Soó

De soortnaam sambucina is ontleend aan de wetenschappelijke geslachtsnaam Sambucus voor de gewone vlier, en verwijst naar de geur van de bloemen.

Kenmerken[bewerken]

Plant[bewerken]

De vlierorchis is een kleine, compact gebouwde, 10-30 cm hoge orchidee. De planten staan verspreid of in kleine groepjes bij elkaar. De rechtopstaande stengel is groen, stevig maar hol van binnen en draagt onderaan vijf tot acht bladeren. De bloeiwijze is een dichte aar, cilindrisch tot eivormig, 4-7 cm lang en bestaande uit tien tot twintig bloemen.

Het is een meerjarige, niet-winterharde kruidachtige plant

Bladeren[bewerken]

Twee verschillend gekleurde Vlierorchissen, Öland (Zweden)
Vlierorchis, detail bloem
De vlierorchis in zijn geprefereerde biotoop, Pyreneeën (Andorra)

De vijf tot acht stengelbladeren zijn lancetvormig tot ovaal, glanzend lichtgroen en ongevlekt. De schutblaadjes zijn groen of purper, naargelang van de kleur van de bloemen en even lang of langer dan de bloemen zelf.

Bloemen[bewerken]

De dimorfe bloemen zijn ofwel geel ofwel purper gekleurd. De laterale kelkbladen of sepalen staan opwaarts gericht, het middelste vormt samen met de laterale kroonbladen of petalen een helmpje. De lip is 10-14 mm lang, 7-10 mm breed, vaag drielobbig, de zijlobben licht naar achter gebogen. De lip is bespikkeld met rode stippen of kleine vlekken, bij de purperen vorm op een gele achtergrond. De spoor is dik en kegelvormig, naar beneden gebogen, en even lang of iets langer dan het vruchtbeginsel.

De bloemen ruiken zwak naar vlierbloemen.

De bloeitijd is van april tot juli. De bloemen worden bestoven door insecten.

Habitat[bewerken]

De vlierorchis is een soort die licht zure tot kalkrijke bodems prefereert, in volle zon of lichte schaduw, op vochtige tot matig droge plaatsen. Hij is te vinden in de bergen vanaf 500-2500 m, op kalkgraslanden, alpenweiden, bosranden en open naaldbossen.

De vlierorchis is daarmee vrij uitzonderlijk in het geslacht Dactylorhiza, waarvan de meeste soorten in moerassen en veengebieden of in bossen voorkomen.

Voorkomen[bewerken]

De vlierorchis komt plaatselijk voor van Scandinavië over West- en Midden-Europa tot in de Pyreneeën, de Alpen en de Vooralpen. Verder in het Middellandse Zeegebied.

Verwante en gelijkende soorten[bewerken]

De vlierorchis valt vrij snel op door zijn dimorfe bloemkleuren die steeds door elkaar voorkomen. Geen van zijn naaste verwanten van het geslacht Dactylorhiza bezit dat vermogen. Ook het biotoop van de vlierorchis onderscheid de soort van andere handekenskruiden.

Alleenstaande purperen planten zouden kunnen verward worden met de mannetjesorchis (Orchis mascula), maar die laatste heeft een blauwere kleur en mist de gekleurde schutblaadjes. Alleenstaande gele planten lijken dan weer op de bleke orchis (O. pallens), die echter slanker is en de rode puntjes op de lip mist, en op de stippelorchis (O. provincialis), die gevlekte bladeren heeft.

Bedreiging en bescherming[bewerken]

De vlierorchis is in Frankrijk en Zweden beschermd.

Bijzonderheden[bewerken]

Het polymorfisme in de bloemkleur is heel opvallend in alle natuurlijke populaties en blijkt ook heel stabiel. De gemiddelde frequentie van de gele kleur over alle populaties heen is 53% ± 2,6. Buiten de kleur van de bloemen (en de schutblaadjes) is er geen ander verschil te vinden tussen de twee vormen, en zelfs de geur is identiek.

Polymorfisme in bloemkleur komt bij verschillende orchideeën voor, en blijkbaar heeft deze eigenschap een evolutionair voordeel, maar de mechanismen die het in stand houden zijn tot op heden niet volledig verklaard.