Dumonceau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Familiewapen van Dumonceau

Dumonceau of du Monceau, of du Monceau de Bergendal, is een Waals-Brabants geslacht dat tot de Nederlandse en Napoleontische adel behoorde en waarvan takken nu nog tot de Belgische adel behoren.

Geschiedenis[bewerken]

De Dumonceaus waren lang kleine ambachtslieden in het dorp Ukkel. Een telg uit het geslacht, Jean Baptiste Dumonceau (1760-1821), verwierf roem als militair. Hij bracht het tot maarschalk van Holland, grootofficier van de Kroon en generaal. Hij werd op 13 april 1810 door de koning van Holland, Lodewijk Napoleon Bonaparte, verheven in de adel van het Koninkrijk Holland en op 15 april werd hem de titel graaf van Bergerduin verleend. Op 18 januari 1811 werd hij door Keizer Napoleon I benoemd tot comte d'Empire (Frans 'rijksgraaf'). In 1820 werd hem in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden de graventitel opnieuw verleend, overdraagbaar bij eerstgeboorte. In 1809 had hij zich reeds tot burger van het Koninkrijk Holland laten naturaliseren. In 1874 verkreeg het geslacht in Nederland de titel graaf voor alle naamdragers.

Een deel van zijn nazaten, afstammend van de zoon uit het eerste huwelijk, bleef in Nederland wonen en stond veelal in dienst van de Oranje-koningen. In 1974 stierf de Nederlandse tak van de familie uit.

Een andere deel, afstammend van drie zoons uit het tweede huwelijk, vestigde zich in België en liet er zich naturaliseren. Ze kregen in 1845 en in 1871 de titel graaf overdraagbaar op alle afstammelingen.

Genealogie[bewerken]

René François Felix Dumonceau
  • Jean-Baptiste Dumonceau (1760-1821), luitenant-generaal, getrouwd in Brussel in 1782 met Anne-Marie Colinet (1758-1795) en hertrouwd in Groningen in 1796 met Agnes Cremers (1777-1850). Hij had een zoon uit het eerste huwelijk en drie zoons en een dochter uit het tweede.
    • Jean François Dumonceau (1790-1884), trouwde in Brussel in 1819 met Thérèse d'Aubremé (1795-1861). Ze bleven Nederlander na 1830 en hadden zes kinderen. Ook deze kinderen en hun afstammelingen bleven Nederlander, tot aan het uitdoven van deze familietak met de dood van de laatste mannelijke naamdrager in 1952.
      • Charles Eugène Dumonceau (1825-1901) trouwde in Lanaken in 1850 met Justine Kaison (1828-1883). Ze kregen negen dochters en een zoon.
        • Frantz Dumonceau (1854-1906) trouwde met Jeanne Debraconnier (1862-1937). Ze kregen twee zoons die ongehuwd bleven, en twee dochters. Met Frantz doofde deze familietak dus in 1906 uit.
      • Charles Henri Felix Dumonceau (1827-1918), luitenant-generaal, trouwde in Parijs in 1854 met Sophie de Forestier (1836-1917). Ze kregen zes kinderen.
        • René François Felix Dumonceau (Den Haag, 10 juli 1856 - Lampermey (Atjeh), 5 september 1884), tweede luitenant in de artillerie, sneuvelde in Lamperney (in het roerige sultanaat Atjeh, op Sumatra) en is begraven in Peutjoet. Hij was bezig orde aan te brengen bij een benting (versterking) die door Nederlandse troepen was bezet maar weer verlaten. Geheel onverwacht werden toen vanuit de nabijgelegen, schijnbaar bevriende kampong Lamperney enige schoten op de Nederlandse troepen gelost, waarvan één Dumonceau dodelijk trof.[1]
        • Joseph Henri Felix Dumonceau (1859-1952), luitenant-generaal, sinds 1904 lid van de hofhouding en vanaf 1946 tot aan zijn overlijden opperceremoniemeester en grootmeester van de koninginnen Wilhelmina en Juliana. Hij trouwde in Den Haag in 1909 met barones Idzardine de Constant Rebecque (1877-1958). Het echtpaar bleef kinderloos. Deze familietak is uitgedoofd
    • Jacques Jean du Monceau, (1799-1875), trouwde in Brussel in 1826 met Virginie Jacquelart (1796-1886). Hij was lid van het bestuur van de Burgerlijke godshuizen in Brussel. In 1845 kreeg hij de titel graaf en in 1875 werd de titel uitgebreid tot alle afstammelingen.
      • Guillaume du Monceau (1831-1911). Hij trouwde in 1864 met gravin Clémence de Renesse (1834-1865) en in 1871 met Jeanne de Pardieu (1847-1929). Het echtpaar had vier dochters en een zoon.
        • Jean-Felix du Monceau (1873-1937), laatste mannelijke afstammeling, met wie deze familietak uitdoofde.
    • Charles Eppo du Monceau de Bergendal (Groningen, 10 maart 1800 - Schaarbeek, 21 januari 1881), belastingontvanger, trouwde in Brussel in 1826 met Elisabeth Honorez (1803-1843). In 1871 kreeg hij de titel graaf, overdraagbaar op alle afstammelingen.
      • Jean-Baptiste Ivan du Monceau de Bergendal (1827-1891) trouwde in Groningen in 1852 met Elisabeth Canter-Cremers (1830-1858) en opnieuw in Groningen in 1862 met Margareta Ardesch (1840-1929). Ze kregen twee zoons uit het eerste en twee uit het tweede bed.
        • Freddy du Monceau de Bergendal (1871-1945) trouwde in Sint-Gillis in 1908 met Berthe Dansette (1882-1970).
          • Ivan du Monceau de Bergendal (1909-2005), substituut procureur des Konings, stichter en hoofdredacteur van het satirisch weekblad PAN, trouwde in 1959 in Sint-Joost-ten-Node met Marthe Vranckx. Met hem doofde de mannelijke lijn van deze familietak uit.
          • Françoise du Monceau de Bergendal (1910- ) trouwde in 1941 (gescheiden in 1943) met Robert de Foy (1893-1960), administrateur-generaal van de Belgische staatsveiligheid.
      • Jean Gustave du Monceau de Bergendal (1830-1887), arrondissementscommissaris van Nijvel, ondervoorzitter van de Bank van Brussel, trouwde in 1854 met Octavie de Wouters d'Oplinter Bouchout (1831-1855) en in 1859 met Léonie Dangonau (1839-1887). Hij had een zoon uit het eerste bed, die voor afstammelingen zorgde, en zes kinderen uit het tweede bed, die niet trouwden of geen nazaten hadden.
        • Georges du Monceau de Bergendal (1854-1942), consul van Paraguay, trouwde met Hermine Pécher (1857-1893).
        • Emile Jean du Monceau de Bergendal (1915-1984), generaal-majoor vlieger, commandant van de Tactische Luchtmacht, (1915-1984) trouwde in 1948 (gescheiden in 1963) met Lorraine Dresselhuys (1928-1998) en in 1963 met Nadine Hankar (1921-2010).
        • Werner du Monceau de Bergendal (1889-1950), trouwde in 1912 met Germaine de Wael (1892-1963). Met afstammelingen tot heden, meest genaturaliseerd in Chili, Groot-Brittannië en Frankrijk.
    • Louis-François du Monceau de Bergendal (Amsterdam, 25 september 1808 - Grez-Doiceau, 24 februari 1886) verkreeg in 1871 de titel graaf, overdraagbaar op alle afstammelingen. Hij trouwde in 1835 in Grez-Doiceau met prinses Zépherine de Looz-Corswarem (1812-1901). Ze kregen vier zoons.
      • Jean-Baptiste du Monceau de Bergendal (1836-1917), burgemeester van Grez-Doiceau, trouwde in Brussel in 1864 met Eugénie Le Boulengé (1840-1909).
        • Jules du Monceau de Bergendal (1866-1927), trouwde in Rotterdam in 1888 met Emilie de Kuyper.
          • Jean du Monceau de Bergendal (1890-1966), schepen van Ottignies, trouwde in Maastricht in 1922 met Yvonne Crets (1903-2000).
            • Yves-Jean du Monceau de Bergendal (1922-2013), senator, burgemeester van Ottignies-Louvain-la-Neuve, trouwde met Raymonde Vaxelaire (1925- ).
              • Diego du Monceau de Bergendal (*1949), voorzitter van GIB, trouwde in 1974 met Evelyn Janssen (*1950).

Literatuur[bewerken]

  • Généalogie du Monceau, in: Annuaire de la noblesse de Belgique, Brussel, 1884.
  • Jean PURAYE, Mémoires du général comte Fr. Dumonceau, in: Biographie nationale de Belgique, T. VI,
  • Jean TULARD, Napoléon et la noblesse d'empire, Paris, Taillandier, 1979, 1986, 2001.
  • Nederland's Adelsboek 82 (1992), p. 96-108
  • Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1994, Brussel, 1994.

Voetnota[bewerken]

  1. 1884. Het Nieuws van de Dag. (19-09-1884)