Eduard VIII van het Verenigd Koninkrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Eduard VIII
1894-1972
Edward Prince of Wales during his visit to Canada in 1919.jpg
Prins van Wales
Periode 1910-1936
Voorganger George
Opvolger Charles
Koning van het Verenigd Koninkrijk
Keizer van India
Periode 20 januari - 11 december 1936
Voorganger George V
Opvolger George VI
Vader George V
Moeder Mary van Teck
Dynastie Windsor
Handtekening Handtekening
Coat of Arms of Edward, Duke of Windsor.svg
Wapen van Eduard als hertog van Windsor

Eduard Albert Christiaan George Andreas Patrick David (Engels: Edward Albert Christian George Andrew Patrick David) (Richmond upon Thames, 23 juni 1894Parijs, 28 mei 1972) was van 20 januari tot 11 december 1936 koning van het Verenigd Koninkrijk en keizer van Indië. Hij stamde uit het Huis Windsor. Eduard is zijn in Nederland gebruikte vernederlandste naam. In Engeland stond hij bekend als Edward, terwijl zijn familie hem David noemde.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Jeugd[bewerken | brontekst bewerken]

Eduard werd geboren in White Lodge, een huis in Richmond upon Thames, aan de rand van Londen, tijdens de regeerperiode van zijn overgrootmoeder Victoria. Hij was de oudste zoon van de hertog en hertogin van York, de latere koning George V en koningin Mary. Zijn moeder was de dochter van Frans, de hertog van Teck en prinses Maria Adelheid van Cambridge. Tot de dood van koningin Victoria in 1901 waren er vier troongeneraties tegelijkertijd in leven.

Hij werd vernoemd naar zijn twee jaar eerder overleden oom Albert, die door zijn familie Eddy genoemd werd en eerst de verloofde was van zijn moeder. Op vraag van koningin Victoria was zijn tweede naam Albert, naar haar geliefde echtgenoot. Christiaan was een verwijzing naar zijn overgrootvader Christiaan IX van Denemarken. Zijn laatste vier voornamen George, Andreas, Patrick en David kwamen van de patroonheiligen van Engeland, Schotland, Ierland en Wales. Bij zijn familie en vrienden stond hij bekend onder zijn laatste naam David.

Zoals destijds vaker gebruikelijk was in hogere kringen werd hij meer door kindermeisjes, die er victoriaanse ideeën over tucht op nahielden, opgevoed dan door zijn eigen ouders. Na de dood van Victoria in 1901 reisden zijn ouders negen maanden lang door het Britse Rijk en verbleven Eduard en zijn twee broers en zus bij hun grootouders koning Eduard VII en koningin Alexandra. Eduard kreeg privé-les en ging pas op dertienjarige leeftijd naar school.

Na de dood van zijn grootvader in 1910 werd hij bij de troonsbestijging van zijn vader op 6 mei 1910 automatisch de hertog van Cornwall en hertog van Rothesay. Een maand later, op zijn zestiende verjaardag kreeg hij ook de titel prins van Wales.

Prins van Wales[bewerken | brontekst bewerken]

Eduard op een reis naar Nieuw-Zeeland in 1920

Tijdens een speciale ceremonie op het Caernarfon Castle werd Eduard officieel prins van Wales op 13 juli 1911. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak had hij de minimumleeftijd die nodig was om in het leger te gaan. Hij wilde aan het front dienen, maar dat stond de minister van oorlog Kitchener niet toe. Ondanks dit bezocht hij de frontlinie wel zo vaak hij kon, en hiervoor kreeg hij het Military Cross in 1916. Zijn rol in de oorlog, hoe beperkt ook, maakte hem populair bij de veteranen van het conflict.

Tijdens de jaren twintig vertegenwoordigde hij zijn vader vaak thuis en in het buitenland bij vele gelegenheden. Zijn titel, goed uiterlijk en ongehuwde status zorgde voor een grote publieke belangstelling. Hij werd een van de meest gefotografeerde mannen van zijn tijd. In de crisisjaren bezocht hij meermalen mijn- en fabrieksstreken die door grote werkloosheid waren getroffen. Ook maakte hij reizen door het Britse imperium.

Hoewel hij lange tijd vrijgezel bleef had hij een turbulent liefdesleven. Tijdens militair verlof in 1917 leerde hij in Parijs de courtisane Marguerite Alibert kennen, waar hij verliefd op werd. Een jaar later verbrak Eduard de affaire. In 1923 verzeilde Alibert in een moordproces nadat ze haar man doodgeschoten had in het Savoy Hotel.

Eduard in 1932

Zijn escapades zorgden meermaals voor ophef aan het hof en baarde zorgen voor eerste minister Stanley Baldwin en koning Geoge V. De koning was teleurgesteld door de affaires met getrouwde vrouwen. De koning hoopte dan ook stiekem dat zijn zoon Albert, de latere koning George VI, de troon zou krijgen. In 1930 ging de prins in Fort Belvedere wonen waar hij zijn affaires met getrouwde vrouwen, zoals Freda Dudley Ward en Thelma Furness, voort zette. Deze laatste stelde hem voor aan de Amerikaanse Wallis Simpson. Simpson was in 1927 van haar eerste man Win Spencer gescheiden en was nu getrouwd met Ernest Simpson. Eduard begon een affaire met Simpson. Hoewel zijn ouders haar in 1935 op Buckingham Palace ontmoetten weigerden ze haar later nog te ontvangen.

Regering en troonsafstand[bewerken | brontekst bewerken]

Op 20 januari 1936 overleed George V waardoor Eduard koning werd. De regering had er weinig vertrouwen in om belangrijke documenten naar Fort Belvedere te sturen gezien de aanwezigheid van Simpson en andere huisgasten. Zoals iedere monarch zou ook de afbeelding van Eduard op de munten komen te staan. Zoals de traditie voorschrijft kijkt de monarch naar de andere richting als zijn of haar voorganger. Aangezien George V naar links keek zou Eduard naar rechts moeten kijken, maar omdat hij zijn linkerkant mooier vond, zodat men ook de scheiding in zijn haar zag, eiste hij dat ook hij links zou kijken. Slechts weinig munten werden geslagen voor zijn troonsafstand. Zijn opvolger George VI koos ook voor de linkerkant en hield zo vast aan de traditie alsof Eduard rechts gekozen had. In de zomer van 1936 maakte Eduard een cruise op de Middellandse Zee met Simpson en werd het duidelijk dat de koning met haar wilde trouwen, hoewel haar tweede scheiding nog niet eens uitgesproken was.

Hoewel de affaire bekend was en uitgesmeerd werd in de Amerikaanse media, hielden de Britse media zich opvallend koest waardoor het grote publiek pas aan het einde van het jaar op de hoogte gebracht werd. Op 16 november 1936 nodigde de koning premier Baldwin uit op het paleis en gaf aan dat hij wilde trouwen met Wallis zodra ze gescheiden was. Baldwin haalde aan dat de Anglicaanse Kerk, waarvan Eduard als koning het hoofd was, hertrouwen na een scheiding niet toestond zolang een ex-echtgenoot nog in leven was. Bovendien zou het Britse volk Wallis niet accepteren als koningin. Eduard stelde een morganatisch huwelijk voor, waarbij hij koning zou blijven, maar Wallis geen koningin zou worden en eventuele kinderen zouden geen troonopvolger zijn. Politicus Winston Churchill was hier voorstander van. Echter werd dit voorstel niet aangenomen door het parlement. Ook de premiers van Australië Joseph Lyons, Canada (Mackenzie King en Zuid-Afrika (JBM Hertzog) gaven geen goedkeuring. Eduard koos dan om troonsafstand te doen omdat hij Wallis niet wilde opgeven. Hij was nog geen jaar koning en was zelfs nog niet officieel gekroond. Hij tekende de troonsafstand op 10 december 1936 in Fort Belvedere in bijzijn van zijn jongere broers prins Albert, de hertog van York, Hendrik, de hertog van Gloucester en George, hertog van Kent. Op de avond van 11 december kondigde hij zijn afstand aan op de radio en vertelde erbij dat dit zijn eigen beslissing was. De volgende dag verliet hij het land en vertrok naar Oostenrijk. Zijn broer Albert werd de nieuwe koning George VI.

Hertog van Windsor[bewerken | brontekst bewerken]

Eduard kreeg na zijn aftreden de titel Hertog van Windsor. Op 3 juni 1937 trouwde hij met Wallis in het kasteel van Candé. Hoewel de hertog graag zijn broers Hendrik en George en familielied Louis Mountbatten bij het huwelijk had gehad verbood koning George VI dit. De regering weigerde om de voormalige koning een toelage te betalen waarop koning George VI een toelage uit zijn eigen zak betaalde. De koning kocht ook Sandringham House en Balmoral Castle van Eduard, die hij van zijn vader geërfd had en niet van koning op koning gingen. De hertog wilde ook dat Simpson de titel koninklijke hoogheid zou krijgen maar ook dat weigerde George VI waardoor de relatie tussen hen nog verslechterde. De hertog wilde na twee jaar ballingschap in Frankrijk terugkeren naar Engeland maar koning George VI, bijgestaan door koningin Mary en zijn vrouw koningin Elizabeth, dreigde ermee om zijn toelage stop te zetten als hij zonder uitnodiging zou terugkeren naar Engeland. Vooral het feit dat zijn eigen moeder tegen een terugkeer was verbitterde Eduard.

In oktober 1937 reisden de hertog en hertogin van Windsor naar Nazi-Duitsland, tegen het advies van de Britse regering in, en ontmoetten daar Adolf Hitler in zijn Berghof-verblijf in Beieren. Het bezoek werd breed uitgesmeerd in de Duitse media en de tijdens het bezoek gaf de hertog ook de nazigroet. In Duitsland werden ze behandeld zoals ze dat altijd gewild hadden, als royalty, en ook voor de hertogin werd een buiging gemaakt en ze werden met veel respect behandeld.

De hertog in 1945

In mei 1939 gaf hij op de NBC een radioboodschap over de nakende Tweede Wereldoorlog en het feit dat hij hier als veteraan van de Eerste Wereldoorlog op tegen was om een nieuwe oorlog te beginnen. De BBC weigerde de boodschap uit te zenden omdat ze dit zagen als appeasementpolitiek. De Britse perse drukte de toespraak van de hertog echter wel in de kranten. Bij het uitbreken van de oorlog in september 1939 haalde Louis Mountbatten de hertog terug naar het Verenigd Koninkrijk. Later kreeg hij wel een militaire functie in Frankrijk. Toen Duitsland het noorden van Frankrijk binnen viel in mei 1940 vluchtten ze eerst naar Biarritz en daarna naar het Spanje van Franco. In juli van 1940 werd hij benoemd tot gouverneur van de Bahama's. Dat bleef hij tot 1945. De hertog was niet blij om er te verblijven en noemde de Bahama's een derderangs kolonie.

Eduard, zijn vrouw en Richard Nixon in 1970

Na de oorlog keerde hij terug naar Frankrijk en de stad Parijs verhuurde hen een woning in Neuilly-sur-Seine. In de jaren vijftig en zestig leefden ze het leven van beroemdheden. Ze gaven vele feesten in Parijs maar ook in New York. In 1955 bezochten ze president Dwight D. Eisenhower in het Witte Huis. Ze verschenen ook op de televisie en in 1970 nodigde president Nixon ze uit voor een diner op het Witte Huis. De koninklijke familie accepteerde de hertogin nooit en ontvingen haar nooit, al zag Eduard zijn moeder en broer wel af en toe alleen. In 1952 was hij ook op de begrafenis van zijn broer. In 1965 kwam het koppel naar Londen en werd daar bezocht door koningin Elizabeth II, zijn schoonzus Marina en zijn zus Mary. Amper een week later overleed Mary aan een hartaanval en woonde hij ook haar begrafenis bij. Zijn laatste officiële optreden maakte hij in 1968 op de begrafenis van Marina. Hij sloeg een uitnodiging van Elizabeth II af om de inauguratie van Charles als nieuwe prins van Wales bij te wonen. Eind jaren zestig verslechterde zijn gezondheid. Hij was altijd een roker geweest en kreeg keelkanker. Op 18 mei 1972 bezocht Elizabeth II hem nog tijdens een staatsbezoek aan Frankrijk. Op 28 mei 1972 overleed de hertog. Zijn lichaam werd naar Engeland overgebracht en de begrafenis werd bijgewoond door de koninklijke familie. De hertogin van Windsor verbleef tijdens deze periode op Buckingham Palace. Zijn huwelijk met Wallis bleef kinderloos, hoewel nooit bewezen wordt vermoed dat Eduard onvruchtbaar was nadat hij als tiener de bof had gehad. De hertogin overleed, dement, in 1986 en werd naast Eduard begraven.

Voorouders[bewerken | brontekst bewerken]

Kwartierstaat van Eduard VIII van het Verenigd Koninkrijk
Overgrootouders Albert van Saksen-Coburg en Gotha
(1819-1861)

Victoria van het Verenigd Koninkrijk
(1819-1901)
Christiaan IX van Denemarken
(1818-1906)

Louise van Hessen-Kassel
(1817-1898)
Alexander van Württemberg
(1804-1885)
∞ 1761
Claudine Rhédey van Kis-Rhéde
(1812-1841)
Adolf van Cambridge
(1774-1850)

Prinses Augusta van Hessen-Kassel
(1797-1889)
Grootouders Eduard VII van het Verenigd Koninkrijk (1841-1910)

Alexandra van Denemarken (1844-1925)
Frans van Teck (1837-1900)

Maria Adelheid van Cambridge (1833-1897)
Ouders George V van het Verenigd Koninkrijk (1865-1936)

Mary van Teck (1867-1953)

Eduard VIII van het Verenigd Koninkrijk (1894-1972)

Zie de categorie Edward VIII of the United Kingdom van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Angelsaksen:Alfred de Grote · Eduard de Oudere · Æthelstan · Edmund I · Edred · Edwy · Edgar de Vreedzame · Eduard de Martelaar · Ethelred · Sven Gaffelbaard · Edmund II Ironside · Knoet de Grote · Harold I Hazenvoet · Hardeknoet · Eduard de Belijder · Harold II Godwinson · Edgar Ætheling
Huis Normandië:Willem I de Veroveraar · Willem II Rufus · Hendrik I Beauclerc · Stefanus · Mathilde
Huis Plantagenet:Hendrik II · Richard I Leeuwenhart · Jan zonder Land · Hendrik III · Eduard I Longshanks · Eduard II · Eduard III · Richard II · Hendrik IV Bolingbroke · Hendrik V · Hendrik VI · Eduard IV · Eduard V · Richard III
Huis Tudor:Hendrik VII · Hendrik VIII · Eduard VI · Jane Grey · Maria I · Elizabeth I
Huis Alpin:Kenneth I · Donald I · Constantijn I · Aedh · Eochaid · Giric · Donald II · Constantijn II · Malcolm I · Indulf · Dubh · Culen · Kenneth II · Constantijn III · Kenneth III · Malcolm II
Huis Dunkeld:Duncan I
Huis Alpin:Macbeth · Lulach
Huis Dunkeld:Malcolm III · Donald III · Duncan II · Donald III · Edgar · Alexander I · David I · Malcolm IV · Willem I · Alexander II · Alexander III · Margaretha · Jan
Huis Bruce:Robert I · David II
Huis Stuart:Robert II · Robert III · Jacobus I · Jacobus II · Jacobus III · Jacobus IV · Jacobus V · Maria I
Engeland en Schotland als personele unie