Engelbrecht I van Nassau-Dillenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Engelbrecht I
Ontwerptekening voor het wandtapijt door Bernard van Orley met Engelbrecht I van Nassau-Breda en Johanna van Polanen
Ontwerptekening voor het wandtapijt door Bernard van Orley met Engelbrecht I van Nassau-Breda en Johanna van Polanen
Breda Wappen klein.PNG Baron van Breda
Regeerperiode 1403-1442
Mederegent Johanna van Polanen
Voorganger Johanna van Polanen
Opvolger Johan IV
Hendrik II
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau-Siegen
Regeerperiode 1416-1442
Mederegent Adolf I (tot 1420)
Johan II “met de Helm”
Johan III “de Jongere” (tot 1430)
Voorganger Johan I
Opvolger Johan IV
Hendrik II
Armoiries de Vianden 3.svg Graaf van Vianden
Regeerperiode 1417-1442
Mederegent Adolf I (tot 1420)
Johan II “met de Helm”
Johan III “de Jongere” (tot 1430)
Voorganger Elisabeth van Sponheim-Kreuznach
Opvolger Johan IV
Hendrik II
Wappen stadt diez.gif Graaf van half Diez
Regeerperiode 1420-1442
Mederegent Johan II “met de Helm”
Johan III “de Jongere” (tot 1430)
Voorganger Adolf I
Opvolger Johan IV
Hendrik II
Huis Nassau-Siegen
Vader Johan I van Nassau-Siegen
Moeder Margaretha van de Mark
Geboren ca. 1370
Dillenburg
Gestorven 3 mei 1442
Breda
Begraven Grote Kerk, Breda
Partner Johanna van Polanen
Religie Rooms-katholiek
Wapenschild
Wapen van de graven van Nassau, Vianden en Diez

Engelbrecht I van Nassau-Breda (Dillenburg, ca. 1370[1][2] - Breda, 3 mei 1442),[1][2][3][4][5] ook bekend als Engelbrecht I van Nassau-Siegen en Engelbrecht I van Nassau-Dillenburg, was graaf van Nassau-Siegen, een deel van het graafschap Nassau. Door zijn huwelijk met de rijke erfdochter Johanna van Polanen verwief hij grote bezittingen in Brabant en Holland, waarmee de opkomst van het huis Nassau in de Nederlanden begon. Samen met zijn broers erfde hij het graafschap Vianden, dat zo eveneens in bezit van het huis Nassau kwam. Hij stamt uit de Ottoonse Linie van het huis Nassau.

Biografie[bewerken]

Engelbrecht was de derde zoon van graaf Johan I van Nassau-Siegen en Margaretha van de Mark,[3][4][5][6] dochter van graaf Adolf II van de Mark en Margaretha van Kleef.[3][4]

Als jongere zoon volgde Engelbrecht in eerste instantie een kerkelijke carrière. Hij was proost van de Dom van Münster van 1399 tot omstreeks 1404.[2]

Baron van Breda[bewerken]

In 1403 sloot Engelbrecht een huwelijk met de pas 11 jaar oude, zeer rijke, erfdochter Johanna van Polanen. Door zijn huwelijk verwierf hij Breda, Geertruidenberg, Klundert (of Niervaart), Oosterhout en Dongen, een huis op de Koudenberg te Brussel (het latere Paleis van Nassau), een huis te Mechelen, de Heerlijkheid van de Lek, Monster en Polanen, Zundert en Nispen.[7]

Engelbrecht was lid van de raad van hertog Anton van Brabant sinds 1405 en lid van de raad van graaf Willem VI van Holland. Hij begeleidde in 1409 Elisabeth van Görlitz vanuit Praag naar Brussel voor haar huwelijk met Anton van Brabant.[8] Engelbrecht werd door Willem VI van Holland in 1411 beleend met de heerlijkheid Drimmelen.[7]

Engelbrecht was op 1 augustus 1417 een van de getuigen bij de huwelijkse voorwaarden tussen hertog Jan IV van Brabant en Jacoba van Beieren. Hij bracht in 1418 de bul met de dispensatie voor dat huwelijk vanuit Rome naar Den Haag. Hij werd omstreeks 1 september 1418 door toedoen van Willem van den Berge uit de hertogelijke raad van Brabant gezet.[8]

Engelbrecht werd genoemd onder de vijanden die Jan van Beieren en Jan IV van Brabant beloofden niet meer in hun raden op te nemen in het Verdrag van Sint-Maartensdijk van april 1420. Hij stond aan het hoofd van de lijst van edelen die op 15 augustus 1420 in de vergadering van de Staten van Brabant te Leuven de slechte raadgevers van Jan IV veroordeelden. Engelbrecht was onderbevelhebber bij de Brabantse veldtocht van 1420 tegen Jan van Beieren, hij werd door de Staten belast met de bewaring van het veroverde Geertruidenberg. In januari werd Engelbrecht door de Staten van Brabant benoemd tot kamerling van Jan IV en hij werd weer lid van de hofraad van Brabant.[8]

Engelbrecht was in 1435 lid van de Bourgondische delegatie tijdens het congres van Atrecht waar Bourgondië vrede sloot met Frankrijk.[8]

Graaf van Nassau, Vianden en Diez[bewerken]

In 1416 overleed Engelbrechts vader, vermoedelijk 77 jaar oud. Met een regeerperiode van 65 jaar was hij een van de langst regerende vorsten uit de middeleeuwen. Hij werd opgevolgd door Engelbrecht en zijn broers Adolf I, Johan II “met de Helm” en Johan III “de Jongere”. De broers regeerden het graafschap Nassau-Siegen gezamenlijk.[2][9][10] Gezamenlijk kochten de broers de andere helft van Siegen terug van het aartsbisdom Keulen.[11]

Het jaar daarop overleed Elisabeth van Sponheim-Kreuznach, gravin van Vianden, zonder nakomelingen. Engelbrecht en zijn broers waren als kleinzoons van Adelheid van Vianden de erfgenamen van Elisabeth en verkregen zodoende het graafschap Vianden en de heerlijkheden Sankt Vith, Bütgenbach, Dasburg en Grimbergen.[9] De koning der Nederlanden voert nog altijd de titels graaf van Vianden, heer van Sankt-Vith, Bütgenbach en Dasburg.

Na het overlijden van de oudste broer Adolf in 1420 deelden de drie overige broers hun landen,[9] maar zij verloren de helft van het graafschap Diez,[12] evenals in 1428 ¼ van Camberg.[13] Engelbrecht verkreeg bij deze verdeling Herborn.[9][10]

Rond 1429 betaalden de graven van Virneburg de broers 21.000 goudgulden om hun aanspraken op de heerlijkheid Ravenstein met Herpen en Uden af te kopen.[14]

Na het overlijden van hun jongste broer Johan III “de Jongere” in 1430 regeerden Johan II en Engelbrecht I weer gezamenlijk over Nassau-Siegen, Vianden en Diez.[9]

Overlijden en begrafenis[bewerken]

Engelbrecht overleed te Breda op 3 mei 1442. Hij werd begraven in de Grote Kerk te Breda.[1][15][16] Tussen 1460 en 1490 werd aldaar een praalgraf voor hem gebouwd: het Praalgraf van Engelbrecht I van Nassau. Engelbrecht werd opgevolgd door zijn zoons Johan IV en Hendrik II.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Engelbrecht huwde te Breda op 1 augustus 1403[8] met Johanna van Polanen (10 januari 1392[2][3][4] - 15 mei 1445),[2][3][4][5] dochter van heer Jan III van Polanen en Odilia van Salm.[4] Ze werd begraven in de Grote Kerk te Breda.[15][16]
Uit dit huwelijk werden geboren:[2][3][4][5][6]

  1. Johan IV (1 augustus 1410 - Dillenburg, 3 februari 1475), volgde zijn vader op.
  2. Hendrik II (7 januari 1414 - Radicofani, 18 januari 1451), volgde zijn vader op.
  3. Margaretha (1415 - vóór 27 mei 1467). Huwde ca. 24 november 1435 met graaf Diederik van Sayn-Sayn (7 augustus 1415 - 24 november 1452).
  4. Willem (december 1416 - jong overleden).
  5. Maria (2 februari 1418 - 11 oktober 1472). Huwde te Breda op 17 juni 1437 met graaf Johan van Nassau-Wiesbaden-Idstein (1419 - 9 mei 1480).
  6. Filips (13 oktober 1420 - 1429 (?)).

Buitenechtelijke kinderen[bewerken]

Engelbrecht had twee buitenechtelijke kinderen bij een onbekend gebleven vrouw:[3][4]

  1. Margaretha van Nassau, huwde Hugo Wijnrix.
  2. Johan van Nassau, rentmeester van Vianden. Huwde met Johanna van der Raven. Johan werd de stamvader van de bastaardtak Nassau-Detzem.