Engelbrecht I van Nassau-Dillenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Engelbrecht I
1380-1442
Engelbrecht links knielend biddend
Engelbrecht links knielend biddend
Graaf van Nassau-Dillenburg
Periode 1420-1442
Voorganger Adolf
Opvolger Jan IV & Hendrik II
Vader Johan I van Nassau-Dillenburg
Moeder Margaretha van der Mark

Engelbrecht I van Nassau (Dillenburg, tussen 1370-1380 - Breda, 3 mei 1442) was de zoon van graaf Johan I van Nassau-Dillenburg en Margaretha, gravin van der Marck, dochter van graaf Adolf II van der Mark en volgde zijn vader op als graaf van Nassau-Dillenburg

Hij was student in Keulen in 1389 en domproost te Münster tot 1399. Hij werd raadsheer van de hertog van Brabant, eerst voor Anton van Bourgondië en later ook voor zijn zoon Jan IV van Brabant. Engelbrecht speelde tevens een belangrijke rol bij het tot stand komen van het huwelijk tussen hertog Jan IV van Brabant en Jacoba van Beieren, dat uiteindelijk zou leiden tot wederopleving van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Na het overlijden van Jan IV trad hij rond 1430 in dienst van Filips de Goede.

Engelbrecht I van Nassau deed omdat zijn beide broers kinderloos waren afstand van de proosdij en trouwde op 1 augustus 1403 met Johanna van Polanen (1392 - 1445), vrouwe van Breda en de Lek, in Breda. Tot haar erfenis behoorden vele heerlijkheden en ridderhofsteden in Holland en Brabant, Henegouwen, Utrecht en Zeeland. Door dit huwelijk begon de opkomst van het Huis Nassau in de Nederlanden. Zij kregen samen zes kinderen:

Engelbrecht had 1 bastaarddochter bij een onbekende vrouw:

  • Margaretha van Nassau. Zij trouwde met Hugo Wijnrix

Daarnaast had Engelbrecht nog een zoon:

  • Johan van Nassau rentmeester in de graafschap Vianden. Johan trouwde met Johanna von Raven (Jeanette de Rauw). Hij werd de stamvader van bastaardtak die in 1772 uitstierf.

Engelbrecht was heer van Breda van 1403-1442 en woonde in het Kasteel van Breda. Ook bezat hij huizen in Brussel en Mechelen.

In 1411 kocht hij Drimmelen en erfde in 1417 van zijn bloedverwante Elisabeth van Spanheim het graafschap Vianden, verder Sankt Vith en Bütgenbach (die hij reeds sinds 1411 in pand had), als ook Grimbergen, Corroy, Frasnes en Londerzeel. Ook werd hij heer van Geertruidenberg, Niervaart, Zundert en Princenhage, Sprundel, Castricum, Monster, Rijswijk, Naaldwijk en andere plaatsen.

De grootvader van Engelbert, Otto II van Nassau-Dillenburg, huwde met Adelheid van Vianden, dochter van graaf Filips II van Vianden. Adelheids broer Hendrik II van Vianden overleed in 1337 en liet alleen een jonge dochter na, Maria van Vianden die later trouwde met Simon III van Spanheim. Van de kinderen van Maria van Vianden en Simon van Spanheim bleef alleen een dochter in leven, Elisabeth van Spanheim. Elisabeth huwde tweemaal, haar beide echtgenoten overleden echter zonder kinderen te verwekken. Na het overlijden van Elisabeth in 1417 liet zij haar bezittingen na aan Engelbrecht I van Nassau, de kleinzoon van haar oom Otto II van Nassau-Dillenburg.

Hij stierf op 3 mei 1442 te Breda. Tussen 1460 en 1490 werd voor hem een praalgraf gebouwd: het Praalgraf van Engelbrecht I van Nassau in de Grote- of Onze Lieve Vrouwekerk aan de Grote Markt in Breda.

Externe link[bewerken]