Naar inhoud springen

Fats Domino

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Fats Domino
Fats Domino in 1977
Fats Domino in 1977
Algemene informatie
Volledige naam Antoine Dominique Domino, Jr.
Alias Fats DominoBewerken op Wikidata
Geboortedatum 26 februari 1928
Geboorteplaats New Orleans[1][2]Bewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 24 oktober 2017
Overlijdensplaats HarveyBewerken op Wikidata
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Werk
Jaren actief 1949–2017
Genre(s) r&b, rock-'n-roll, blues en boogiewoogie
Beroep(en) zanger en muzikant
Instrument(en) piano
Zangstem(men) baritonBewerken op Wikidata
Invloed(en) Amos MilburnBewerken op Wikidata
Label(s) Imperial, London, ABC, Mercury, Broadmoor, Reprise, Sonet, Warner Bros. en Toot Toot
Officiële website
(en) AllMusic-profiel
(en) Discogs-profiel
(en) IMDb-profiel
(en) Last.fm-profiel
(en) MusicBrainz-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek
Graffiti op Domino's huis aangebracht toen het gerucht ging dat hij overleden was als gevolg van orkaan Katrina in 2005.
Domino was in 1956 te gast bij The Alan Freed Show, waar hij het lied "Blueberry Hill" speelde.
Fats Domino (links) schudt de hand van Amerikaans president George W. Bush, nadat deze hem de National Medal of Arts heeft opgespeld op 29 augustus 2006.

Antoine Dominique "Fats" Domino, Jr. (New Orleans, 26 februari 1928Harvey, 24 oktober 2017[3][4]), was een Amerikaans r&b-zanger en -pianist. Hij was in de jaren 50 en 60 de bestverkopende Afro-Amerikaanse muzikant.[5] Voor zijn bijdragen aan de rock-'n-roll werd Domino in 1986 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.[6] Daarnaast werd hij ook opgenomen in The Louisiana Music[7] en Songwriters[8] Hall of Fame. Domino staat op nummer 25 in de Rolling Stone-lijst 100 Greatest Artists of All Time.[9]

Antoine Domino Jr. was het jongste kind van Antoine Caliste Domino (1879–1964) en Marie-Donatille Gros (1886–1971). De ouders waren afkomstig uit Vacherie, een buurtschap ten westen van New Orleans, stroomopwaarts aan de Mississippi en woonden in een landelijke wijk van New Orleans, de Lower Ninth Ward.[10] De familie Domino had een Frans-Creoolse achtergrond en creools Frans was zijn eerste taal. Zoals de meeste van dergelijke families waren de Dominos katholiek. De vader van Domino speelde viool, maar zijn zwager jazzgitarist en banjospeler Harrison Verret leerde hem piano spelen en introduceerde hem in de muziekscene van New Orleans; op 10-jarige leeftijd trad Domino al op als zanger en pianist. Op 14-jarige leeftijd stopte Domino met de middelbare school, hij nam klusjes aan als fabriekswerk en ijssjouwen om rond te komen. Hij werd geïnspireerd door boogie-woogiepianisten als Meade Lux Lewis en zangers als Louis Jordan. In 1946 begon Domino piano te spelen bij bandleider Billy Diamond, die Domino vanwege zijn grote eetlust de bijnaam "Fats" gaf. In 1947 trouwde hij met Rosemary Hall, met wie hij tot haar overlijden in 2008 bleef samenwonen. Domino maakte al snel naam en in 1949 trok hij in zijn eentje een aanzienlijk publiek.[11] Hij begon zijn eigen band in de Hideaway club, waar Dave Bartholomew en Lew Chud hem hoorden spelen.[12]

Imperial Records

[bewerken | brontekst bewerken]

Domino's platencarrière begon in 1949 toen hij een contract tekende bij het label Imperial Records van Lew Chudd, waar Dave Bartholomew net begonnen was als talentscout en producent. Samen schreven zij "The Fat Man", de bijnaam van Domino, dat een van de eerste rock-'n-rollplaten met een miljoenenverkoop zou worden. Het nummer werd op 10 december opgenomen in de J&M studio van Cosimo Matassa, met zang en piano van Domino, Earl Palmer op drums, Frank Fields op staande bas, Ernest McLean op gitaar, en saxofoonspelers Herbert Hardesty, Clarence Hall, Joe Harris, en Alvin "Red " Tyler, musici die tot de vaste kerngroep van de studio behoorden. "The Fat Man" was geïnspireerd op "Junker Blues" van Champion Jack Dupree (ontdaan van toespelingen op drugs) en bereikte een 2e plaats op de R&B-hitlijst. In 1952 waren er meer dan een miljoen exemplaren van verkocht. Imperial Records zette een tournee op voor Fats Domino met zangeres Jewel King, die destijds ook haar eerste hit had met "3 X 7 = 21", maar King trok zich op het laatste moment terug omdat haar man, Paul Gaytens gitarist Jack Scott, weigerde haar te laten touren met de band van Bartholomew.

In 1950 bracht Domino een tweetal 78 toerenplaten uit, "Little Bee" en "Hide Away Blues", die slechts lokaal succes hadden. In 1951 bereikte zijn bluesballad "Every Night About This Time" een 5e plaats op de Billboar R&B-lijst. Het was zijn eerste plaat met zijn kenmerkende pianotriolen. In 1952 bereikte "Goin' Home" de eerste plaats op de R&B-lijsten, alhoewel het een slecht opgenomen plaat was (Bartholomew lag overhoop met Chudd) verkocht de plaat vanwege de tekst, die actueel was tijdens de Koreaanse Oorlog. Naast zijn eigen platen werkte Domino ook mee aan sessies in de J&M-studio, zoals voor Lloyd Price, waar hij de instrumentale piano-intro van "Lawdy Miss Clawdy" verzorgde.

"'Ain't That a Shame" (zoals de meeste hits een Bartholomew/Domino compositie) werd uitgebracht in 1955 en bereikte een 1e plaats op de R&B-hitlijsten en een 10e positie op de Billboard Hot 100, de poplijst. De cover van Pat Boone bereikte daar de 1e plaats. "All By Myself" en "Poor Me" waren succesrijke opvolgers en bereikten ook de eerste plaats op de R&B-lijst.

In 1956 kwam Domino's debuutalbum Rock and Rollin' with Fats Domino (mono) uit. Het bevatte een aantal van zijn recente hits en eerdere bluestracks die niet als singles waren uitgebracht. In hetzelfde jaar verschenen Fats Domino Rock and Rollin en This Is Fats Domino!.

Zijn opname uit 1956 van "Blueberry Hill", een nummer uit 1940 van Vincent Rose, Al Lewis en Larry Stock (die eerder was opgenomen door Glenn Miller, Gene Autry, Louis Armstrong en anderen), bereikte nummer 2 in de Billboard Juke Box-hitlijst gedurende twee weken en stond elf weken lang op nummer 1 in de R&B-hitlijst. Het was zijn grootste hit, waarvan in 1956 en 1957 wereldwijd meer dan 5 miljoen exemplaren werden verkocht. Het nummer werd vervolgens opgenomen door Elvis Presley, Little Richard en Led Zeppelin. 32 jaar later zou het nummer opgenomen worden in de Grammy Hall of Fame.

ABC-Paramount, Mercury en Reprise

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1963 waren de hoogtijdagen van de rock-'n-roll voorbij. Chudd verkocht Imperial Records in augustus 1963 aan Liberty Records.[13] Bartholomew kreeg aanbiedingen om te verhuizen naar de Amerikaanse westkust, maar gaf de voorkeur om bij zijn in New Orleans te blijven. Hij en Domino verlieten het Imperial-label. Domino tekende bij ABC Records en kreeg als producer Felton Jarvis en als arrangeur Bill Justis. Hun opnamesessies vonden plaats in de professionele studio's in Nashville en leverden allen rijk georkestreerde singles. Maar wat voor artiesten als Ray Charles wel werkte, werkte niet voor Domino. De verkopen van zijn singles haalden bij lange na niet de miljoenenverkopen zoals in de Imperialtijd. Slecht "Red Sails in the Sunset" had een bescheiden succes. Er werden drie albums uitgebracht : Here Comes... Fats Domino, Fats on Fire en Getaway with Fats Domino. Na twee jaar stapte Domino over naar Mercury Records, waar hij een live-album en twee singles opnam (waaronder de Tony Bennett-cover "I Left My Heart in San Francisco"). Domino werkte weer samen met Bartholomew vooe diens Broadmoor-label en maakte daarna opnames voor Reprise Records. Bij Reprise kreeg hij een sterrengroep als begeleiders met King Curtis op tenorsax, James Booker op piano en Earl Palmer op drums. Er werd een album Fats Is Back, dat een terugkeer naar zijn oude stijl aangaf. The Beatles-covers Lady Madonna en Lovely Rita waren opvullers, maar met Lady Madonna als single werd de top 100 bereikt.[14] Daarna waren de ideeën op bij Reprise en liet men Domino vallen.

Fats Domino in Amsterdam, Fats tijdens zijn optreden in het Concertgebouw.

In de begindagen van zijn carrière was Domino terughoudend en had zijn zwager Harrison Verret mee op tournee nodig om moed te verzamelen.[15] In de tweede helft van de jaren 1950 was Domino een van de best betaalde Amerikaansee acts geworden. Zijn meeste shows gaf hij in Las Vegas. In 1962 trad hij voor het eerst in Europa op, tijdens het Antibes Jazz Festival in Juan-les-Pins, maar het bevooroordeelde publiek floot hem uit. Op 3 november 1962 trad hij op in het Koninklijk Concertgebouw. Pas 5 jaar later in 1967 werd in Engeland zijn R&B meer op waarde geschat.[16]

Domino trad meerdere malen op tijdens het North Sea Jazz Festival in Den Haag, de eerste keer in 1980, daarna in 1985.

Aankomst Fats Domino op Schiphol in 1987.

Nadagen van de carrière

[bewerken | brontekst bewerken]

Nadat in 2005 de orkaan Katrina een groot deel van zijn geboorteplaats onder water had gezet, werd Fats Domino korte tijd vermist, totdat zijn dochter hem herkende op foto's van geëvacueerden. Hij raakte bij deze natuurramp wel zijn gouden platen kwijt. Van de platenmaatschappij kreeg hij hiervoor reproducties terug.[17]

Domino trad voor het laatst op op 19 mei 2006 in Tipitina's, een jazz- en bluesclub in New Orleans. Dit optreden werd opgenomen voor de in 2008 verschenen documentaire Walking Back to New Orleans.

Domino in Nederland

[bewerken | brontekst bewerken]

Domino maakte 35 nummers die de Nederlandse Top 40 haalden, waaronder Whole Lotta Loving, Blue Monday en Blueberry Hill. Ook speelde Domino in de films Shake, Rattle & Rock![18] en The Girl Can't Help It.[19] Gedurende de jaren 70 was Domino nog steeds actief, maar hij had niet meer zo veel succes als in de jaren 50 en 60. Op 14 juni 1974 trad hij op in De Doelen in Rotterdam met als supporting act Toni Macaroni and the swinging devils. In 1976 trad hij op in het programma Voor de vuist weg.[20] In 1980 trad hij voor het eerst op bij het North Sea Jazz Festival.[21] In 1990 was er een concert in de Rijnhal in Arnhem met in het voorprogramma Rob Hoeke.

Gouden platen

[bewerken | brontekst bewerken]

Platen waarvan meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht:

  • 1951 - The Fat Man (1949)
  • 1952 - Going Home
  • 1953 - Going to the River
  • 1953 - Please Don't Leave Me
  • 1953 - You Said You Love Me
  • 1953 - Don't Leave Me This Way
  • 1955 - Ain't That a Shame
  • 1955 - All by Myself
  • 1955 - I Can't Go On (Rosaly)
  • 1956 - Don't Blame It on Me / Bo Weevil
  • 1956 - My Blue Heaven / I'm in Love Again
  • 1956 - So Long / When My dreamboat Comes Home
  • 1956 - Blueberry Hill / Honey Chile
  • 1956 - Blue Monday
  • 1957 - I'm Walkin'
  • 1957 - It's You I Love / Valley of Tears
  • 1958 - Whole Lotta Lovin'
  • 1959 - I'm Ready / Margie
  • 1959 - I'm Gonna Be a Wheel Someday
  • 1959 - Be My Guest
  • 1960 - Walkin' to New Orleans
  • 1960 - Three Nights a Week
  • 1960 - My Girl Josephine
  • 1961 - Shurah / Fell in Love on Monday
  • 1961 - Let the Four Winds Blow
Bron: Fats Domino: Big Beat Blues van Paul MacPhail
Album met eventuele hitnotering(en) in de Nederlandse Album Top 100Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
20 Greatest hits197619-06-1976220Verzamelalbum
Live at Montreux197626-06-19761712Livealbum
In concert197618-09-1976305Livealbum
20 Greatest hits197809-09-19781014Verzamelalbum
Super album198605-04-19863110Verzamelalbum
They called me the fat man199313-11-19934610Verzamelalbum
Single met eventuele hitnotering(en) in de Nederlandse Top 40Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Pré-Top 40
Blueberry hill195706-195768
I'm walking195707-1957104
Wait and see195804-1958104
The big beat195807-1958104
Be my guest196003-19601112
Walkin' to New Orleans196002-09-1960151
My girl Josephine196025-11-1960419
Let the four winds blow196110-19611612
What a party196201-1962238
Jambalaya (On the bayou)196213-04-1962511
Dance with Mr. Domino196211-1962274
Stop the clock196301-1963214
There goes my heart again196309-08-1963514
When I'm walking196315-11-196373
Pre-top 40 (Tijd voor Teenagers Top 10)
Red sails in the sunset196330-11-196366
Bye baby bye bye196402-1964224
Lazy lady196402-05-19641414
Old man trouble196430-05-1964198
Sally was a good old girl196417-11-1964366
Top 40
Honest papas love their mamas better196806-07-1968137
Lady Madonna196814-09-1968tip-
Lovely Rita196826-10-1968187
Everybody's got something to hide except me and my monkey196929-03-1969tip-
Blueberry hill197612-06-1976210Nr. 2 in de Single Top 100
Single met hitnotering(en) in de Vlaamse Ultratop 50Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Blueberry hill195701-03-1957230
My girl Josephine196001-12-1960516
Let the four winds blow196101-10-1961154
Jambalaya196101-01-1962312
Stop the clock196201-11-1962184
Red sails in the sunset196301-11-1963144
Song for Rosemary196301-11-1963114
There goes my heart again196301-07-1963912
When I'm walking196301-09-1963168
Bye baby, bye bye196301-01-1964208
Muziek-dvd met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Muziek Dvd Top 30
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
The big beat - Fats Domino and the birth of Rock 'n' Roll201621-05-201681

NPO Radio 2 Top 2000

[bewerken | brontekst bewerken]
Nummers met noteringen
in de NPO Radio 2 Top 2000[T 1]
'99'00'01'02'03'04'05'06'07'08'09'10'11'12'13'14'15'16'17'18'19'20'21'22'23'24[T 2]
Blue Monday-1419------------------------
Blueberry Hill350346563456482505399431373417394455449706801830107110456431229142715441410171217611934
I'm Walkin'-------15581796-----------------
Margie-1682------------------------
Red sails in the sunset1358-13751828131315741458171614521541-1983--------------
There Goes My Heart Again-------17321696-----------------
  1. Een '-' betekent dat het nummer niet was genoteerd en een vetgedrukt getal geeft de hoogste notering van een nummer aan.
  2. Deze tabel is bijgewerkt tot en met de meest recente editie (2025).
Zie de categorie Fats Domino van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.