Geel viooltje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Viola lutea subsp. lutea
Viola lutea subsp. lutea 001.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Malpighiales
Familie:Violaceae (Viooltjesfamilie)
Geslacht:Viola (Viooltjes)
Soort:Viola lutea
Ondersoort
Viola lutea subsp. lutea
Viola lutea subsp. lutea, habitus
Viola lutea subsp. lutea, habitus
Afbeeldingen Viola lutea subsp. lutea op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het geel viooltje (Viola lutea subsp. lutea) is een kruidachtige plant de viooltjesfamilie (Violaceae). Het is een ondersoort van Viola lutea, die voorkomt in West-Europese gebergtes.

Het is een viooltje met overwegend gele bloemen.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

  • Synoniem: Viola lutea subsp. elegans W.Becker, Viola tricoloroides H.Lév., Viola tricolor var. unguiculata Rouy & Foucaud, Viola tricolor var. grandiflora W.D.J.Koch, Viola lutea var. elegans (Kirschl.) Nyman, Viola tricolor subsp. lutea (Huds.) Rouy & Foucaud
  • Frans: Pensée des Vosges, Pensée jaune
  • Duits: Vogesen-Stiefmütterchen
  • Engels: Mountain Pansy

De botanische naam Viola is Latijn voor 'purperen bloem'. De soortaanduiding lutea is Latijn voor 'geel'.

Kenmerken[bewerken]

Het geel viooltje is een overblijvende, kruidachtige plant met tot 25 cm lange, opgerichte, onbehaarde en driekantige bloemstengels. De onderste bladeren zijn ovaal tot hartvormig. De hogere bladeren zijn lancetvormig en hebben smalle steunblaadjes met een spitse, lijnvormige centrale lob.

De bloemen zijn groot, langgesteeld en geel of (minder algemeen) violet of meerkleurig. De kroonbladen zijn veel langer dan de kelkbladen. Het spoor is ongeveer half zo lang als de kroonbladen. De stempel is trechtervormig verbreed.

Het geel viooltje bloeit van juni tot augustus.

Habitat en verspreiding[bewerken]

Het geel viooltje komt vooral voor op vochtige en vruchtbare bodems op zonnige plaatsen, vooral op het subalpiene niveau tot op 1.400  m hoogte.

De plant komt voor in West-Europese gebergtes (Vogezen, Jura, Centraal Massief) en in Zwitserland.