Geschiedenis van de luchtvaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Daedalus en Icarus.
Schilderij van Charles Paul Landon (19e eeuw). De mens had al in de oudheid het verlangen te kunnen vliegen, zoals getoond wordt in de legende van Daedalus en Icarus. Daedalus zat gevangen op het eiland Minos, en daarom bouwde hij vleugels voor zichzelf en zijn zoon met behulp van veren en was.
LZ127 "Graf Zeppelin"

De geschiedenis van de luchtvaart begint in feite in de 15e eeuw, toen Leonardo Da Vinci op papier iets ontwierp wat op een vliegtuig leek. In totaal heeft Da Vinci ongeveer 400 schetsen van toestellen gemaakt waarmee hij wilde proberen de lucht in te komen. Da Vinci heeft een aantal pogingen gedaan, maar hij heeft nooit gevlogen. Omdat hij niets publiceerde, beïnvloedde hij de ontwikkeling van de luchtvaart uiteindelijk niet.

Met de ontwikkeling van een wetenschappelijk wereldbeeld in de zeventiende eeuw ontstonden ook de eerste natuurkundig onderbouwde ideeën voor een luchtschip. De Italiaanse jezuïet Francesco Lana de Terzi publiceerde in 1670 het invloedrijke boek Prodromo dell'Arte Maestra. Hij lanceerde daarin het idee om een schip te bouwen dat lichter is dan lucht. Geïnspireerd door Von Guerickes experiment met de Maagdenburger halve bollen wilde Lana zo'n schip bouwen door aan een zeilbootje enkele vacuüm bollen te bevestigen. Tot een praktische uitvoering van het plan kwam het niet maar zijn boek inspireerde latere luchtvaartpioniers tot de uitvinding van de luchtballon.

De eerste vluchten[bewerken]

In 1783 vond de eerste ballonvlucht plaats met een heteluchtballon, die Montgolfière heette, genoemd naar de uitvinders, de gebroeders Montgolfier.

Clément Ader bouwde een mechanische vliegende vos na met stoommotor en noemde die de Eole. Op 9 oktober 1890 vloog hij 50 meter ver. Omdat zijn tuig crashte werd dit niet als eerste vlucht beschouwd.

In 1894 lukte het Otto Lilienthal voor het eerst te glijden op de lucht. Hij vond het zweefvliegen uit. Hij bewees na veel mislukte pogingen dat het mogelijk was te drijven op de lucht, maar verder dan zo'n tweehonderd meter kwamen hij en zijn opvolgers niet.[noten 1] Om verder te komen was er iets anders nodig, namelijk een motor die je mee kon nemen in de lucht. De stoommotor was er wel, maar kon niet worden meegenomen. Hij was van zichzelf al zwaar en had ook nog eens veel kolen en water nodig. Er waren echter Fransen en Duitsers aan het werk met een nieuwe uitvinding: de benzinemotor. Al rond 1885 werd zo’n motor gebruikt om karren, koetsen en fietsen mee te laten bewegen. Intussen werd ook nog steeds gewerkt aan modernere luchtballonnen, die niet naar boven gingen met behulp van hete lucht, maar met behulp van gas, dat lichter was dan lucht.

Zeppelins[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Zeppelin (luchtschip) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ferdinand Graf von Zeppelin bouwde in 1900 zijn zeppelin, een supergrote sigaar, gevuld met gas en bedoeld om aan een lang touw in de lucht te hangen. Die zou in de volgende paar decennia worden gebruikt zodat de Duitsers, hoog in de lucht, de Fransen konden zien aankomen in tijd van oorlog. Maar als het niet te hard waaide, kon men er ook mee vliegen. Er werden motoren aangehangen en er werden lijndiensten mee geopend op Amerika.[noten 2] Overigens bestaan er tegenwoordig vergevorderde plannen om weer dergelijke grote luchtschepen te bouwen.[1][2][3]

Het eerste gebruik van motoren[bewerken]

Eerste Nederlands vliegtuig ontworpen en gebouwd op 1 januari 1910 door de gebroeders Hamers & P. de Roos (op vliegtuig) te Oud-Rozenburg

De gebroeders Wright uit de Verenigde Staten waren een van de pioniers die gemotoriseerde vluchten wilden maken. Hun Wright-Flyer was het eerste gemotoriseerde vliegtuig dat een gecontroleerde vlucht maakte. Dat gebeurde in 1903 op het strand van Kitty Hawk in de Amerikaanse staat North Carolina. Het toestel was het ontwerp van de twee broers Orville en Wilbur Wright en woog maar 340 kg. De eerste vlucht in 1903 duurde 12 seconden, over een afstand van 120 voet (afgerond 37 meter). Later diezelfde dag maakten ze nog enkele vluchten, en kwamen tot 800 meter in ongeveer één minuut.[noten 3]

Boven Europa maakte de Braziliaan Alberto Santos-Dumont drie jaar later, op 13 september 1906, de eerste gemotoriseerde én gecontroleerde vlucht.

De Fransman Louis Blériot was in 1909 de eerste die het lukte om het Kanaal over te steken in een vliegtuig.

De Amerikaan Charles Lindbergh was in 1927 de eerste piloot die solo en non-stop over de Atlantische Oceaan vloog.

De eerste helikopter waarvan bekend is dat hij echt opsteeg werd gebouwd in 1907 (Paul Cornu, Frankrijk), maar de eerste praktisch bruikbare helikopter was de Focke FA-61 (Duitsland, 1936).

Massaproductie in de luchtvaart[bewerken]

Vliegtuigen ontwikkelen kostte veel geld, iets wat een probleem vormde voor veel uitvinders. In de jaren rond 1910, door verschillende oorlogen, gingen de regeringen van oorlogvoerende landen investeren in de ontwikkeling van betere vliegtuigen. Vliegtuigen zouden de doorbraak kunnen zijn om een moderne oorlog te winnen. De luchtvaart werd gebruikt om vanuit de lucht de vijandelijke legers in kaart te kunnen brengen. Dankzij het geld dat beschikbaar kwam kon er veel geoefend worden en kwamen er steeds snellere vliegtuigen, die ook steeds verder konden vliegen.

Wedstrijden[bewerken]

Er werd sneller gevlogen en verder. Steeds vaker probeerde iemand de eerste te zijn die bijvoorbeeld naar Londen vloog of naar Parijs, de eerste over de oceaan of de eerste naar de andere kant van de wereld. Het aantal vliegtuigongelukken was in het begin echter nog erg groot, vooral door motorstoringen. Er waren dan ook nog veel kinderziekten van de vliegtuigmotoren te overwinnen.

Vliegtuigen konden voor steeds meer doeleinden gebruikt worden. Je kon ermee spioneren, bommen gooien op de vijand, maar je kon er ook mensen mee vervoeren, als je de vliegtuigen maar groot genoeg maakte. Nederland heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de burgerluchtvaart. Dat begon kort na de eerste luchtvaarttentoonstelling in 1919 in Amsterdam, toen Albert Plesman de KLM oprichtte. Zijn vliegtuigen werden geleverd door een andere bekende luchtvaartpionier, Anthony Fokker. Het eerste KLM-vliegtuig was een Fokker F2-passagierstoestel. In 1927 startte de eerste passagiersverbinding van Amsterdam naar Batavia in het toenmalige Nederlands Oost-Indië (nu Indonesië), waarvoor de moderne Fokker F12 werd gebouwd. In 1934 wonnen de Nederlanders de race naar Melbourne in Australië met de Uiver.

In België richtte Georges Nélis op 31 maart 1919 met de steun koning Albert I de SNETA (Syndicat National d'Etude du Transport Aérienne) op. Op 23 mei 1923 werd de opvolger Sabena (Société Anonyme Belge d'Exploitation de la Navigation Aérienne) door de Belgische Staat opgericht. De eerste vlucht van Sabena werd al op 23 mei 1923 uitgevoerd, het ging om een vrachtvlucht tussen Brussel en het Britse Lympne.

Het straaltijdperk[bewerken]

Tot in de Tweede Wereldoorlog werd alles gedaan om vliegtuigen sneller en groter te maken, zodat er meer mensen en dingen mee konden worden vervoerd. Maar sneller ging het niet meer. Ook niet hoger, omdat de lucht daar te dun, te ijl werd om er te kunnen vliegen. Door de uitvinding van de straalmotor kwam daar verandering in. Eerst bedoeld als militair wapen, werd hij later gebruikt om er passagiersvliegtuigen mee voort te stuwen. Vanaf 1937 werden straalmotoren gebruikt die door Frank Whittle waren ontwikkeld.

Vanaf 1944 kwamen de eerste militaire straalvliegtuigen, die ervoor zorgden dat men in plaats van 500 tot 600 km/h wel kon vliegen met een snelheid van bijna 3000 km/h. Nu nog steeds de hoogste snelheid voor een vliegtuig, dat binnen de atmosfeer om de aarde kan vliegen[bron?]. Het allereerste straalvliegtuig voor het vervoer van personen was de De Havilland Comet met een eerste vlucht op 9 januari 1951. De eerste lijnvlucht werd uitgevoerd door BOAC op 2 mei 1952.

Sabena nam als eerste Europese maatschappij de Douglas DC-6 in dienst. In de jaren 60 was ze opnieuw trendsetter op Europees vlak met de bestelling van in totaal 20 Boeing 707-320-vliegtuigen in januari 1956, die in 1960 in dienst zouden verschijnen op de vluchten naar New York.

In 1960 betrad de KLM het straaltijdperk met een Douglas DC-8, registratie PH-DCA en vernoemd naar Albert Plesman. Dit toestel vloog de eerste rechtstreekse luchtverbinding tussen Amsterdam en New York in ongeveer 7 uur.

Supersonisch[bewerken]

De Bell X-1, was het eerste vliegtuig dat de geluidsbarrière doorbrak in een gecontroleerde horizontale vlucht. Op 14 oktober 1947 vloog kapitein Charles 'Chuck' Yeager van de US Air Force vliegtuig #46-062. Het raketaangedreven vliegtuig werd gelanceerd vanaf de buik van een speciaal aangepaste B-29 en gleed naar een landing op een landingsbaan. Tijdens de vlucht werd een snelheid van 1.078 km/h bereikt.[noten 4]

De Tupolev Tu-144 die op 31 december 1968 werd getest was het eerste supersonische passagiersvliegtuig ter wereld. De eerste reguliere vlucht werd echter pas uitgevoerd op 26 december 1975 en in november 1977 gingen voor het eerst passagiers mee.[noten 5]

Op 21 januari 1976 werd de eerste commerciële vlucht door een supersonische passagiersvliegtuig (de Concorde) uitgevoerd. De eerste vluchten op die dag waren van Parijs naar Rio de Janeiro en van Londen naar Bahrein. Vanuit Parijs en Londen werd tot eind 2003 met de Concorde op New York gevlogen; met dat vliegtuig duurde de vlucht naar New York slechts 3 uur.

Media[bewerken]

Een Engelstalig filmverslag uit 1945 met beelden van de eerste vluchten
Bioscoopjournaal uit 1949 met verbetering van het Nederlands snelheidsrecord in de lucht.
Vlucht van de Gebroeders Wright in 1907

Zie ook[bewerken]