Naar inhoud springen

Glauconiet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Glauconiet
Glauconiet
Mineraal
Chemische formule (K,Na)(Fe3+,Al,Mg)2(Si,Al)4O10(OH)2
Kleur Blauwgroen, groen of geelgroen
Streepkleur Lichtgroen
Hardheid 2
Gemiddelde dichtheid 2,67 kg/dm3
Glans Dof
Opaciteit Doorschijnend tot opaak
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Brekingsindices 1,59 - 1,644
Dubbele breking 0,0200 - 0,0320
Pleochroïsme Lichtgeel tot donkergroen
Overige eigenschappen
Radioactiviteit Nauwelijks meetbaar; gammastraling = 78,31 API
Lijst van mineralen
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen
Kerkhofpoort van het afgebroken capucijnenklooster te Rüthen, uit glauconiethoudend zandsteen

Het mineraal glauconiet is een fylosilicaat met de chemische formule (K,Na)(Fe3+,Al,Mg)2(Si,Al)4O10(OH)2. Het behoort tot de mica's.

Eigenschappen

[bewerken | brontekst bewerken]

Glauconiet is een blauw- of geelgroen tot groen mineraal met een perfecte splijting langs kristalvlak [001] en een lichtgroene streepkleur. Het kristalstelsel van glauconiet is monoklien. De gemiddelde dichtheid is 2,67 g/cm³ en de hardheid is 2. Glauconiet is niet magnetisch en de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar, met een gamma-ray-waarde van 78,31.

De naam van het mineraal is afgeleid van Oudgrieks γλαυκός (glaukos), dat "blauw-groen" betekent.[1] Dit kan verwijzen naar de kleur van bepaalde varianten van het mineraal, maar ook naar de blauwkleuring die het onder andere in water veroorzaakt.

Oppervlaktewater

[bewerken | brontekst bewerken]

Oppervlaktewater met een verhoogd glauconietgehalte is opvallend helder en doorzichtig. Het bevat gewoonlijk nauwelijks dierenleven en een beperkte flora. Grote waterpartijen zijn enigszins groenblauw, zowel bij doorzicht als van bovenaf gezien, waardoor ze ook op hogere breedten een mediterrane indruk maken op duikers.

Glauconiet is een mineraal dat zeer vaak gevormd wordt, voornamelijk door verwering van verschillende soorten substraat (onder andere kalk en organisch materiaal) in warm ondiep zeewater.[2] Het is, mede door de zwakke radioactiviteit, daarmee een indicatief mineraal bij metingen in het boorgat bij het boren naar olie en gas. De typelocatie is het Otago-schiereiland in Nieuw-Zeeland.

Nederland en België

[bewerken | brontekst bewerken]

Glauconiet zit in nederland en het noordelijkste stuk van belgië eigenlijk overal in de bodem, maar vaak is het mineraal aan het oppervlak niet te vinden. In nederland bestaan de Formaties van Oosterhout (Plioceen) en Breda (Mioceen) voor een groot percentage uit glauconitisch zand. Deze formaties komen vooral in zuidoost nederland en in belgië aan de oppervlakte, waar hetzelfde laagpakket zich voortzet in de formatie van Diest[3]. De 70 miljoen jaar oude Formatie van Aken is er rijk aan en het mineraal geeft zijn kleur aan het jongere Vaalser Groenzand in hetzelfde gebied. De basis van de Formatie van Gulpen, die boven op het Vaalser Groenzand is gevormd, bevat glauconietkrijt, een kalkgesteente met een glauconietcomponent.

Glauconiet bepaalt de opvallende doorzichtigheid en kleur van een aantal zandgaten:[4]

  • Rüthener Sandstein, ook wel Rüthener Grünsandstein, bij de stad Rüthen, Sauerland.
Zie de categorie Glauconite van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.