Humaan papillomavirus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Humaan papillomavirus
Het eiwitomhulsel (capside) van een papillomavirus
Het eiwitomhulsel (capside) van een papillomavirus
Taxonomische indeling
Groep: Groep I (dsDNA)
Familie: Papillomaviridae
Soort
Humaan papillomavirus
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Organisatie van genen van het humaan papillomavirus type 16, een van de HPV-typen waarvan bekend is dat ze baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. E1-E7 betreffen vroege genen, L1-L2 late genen.

Het humaan papillomavirus, ook wel HPV genoemd, is een soort van het genus papillomaviridae. Papillomavirussen kunnen abnormale celgroei van huid en slijmvliezen teweegbrengen en zijn de veroorzakers van wratten. HPV infectie kan ook de kans op het ontwikkelen van sommige vormen van kanker, zoals baarmoederhalskanker, verhogen. Sommige typen kunnen, indien ze niet tijdig door het lichaam worden vernietigd, een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) veroorzaken. Ze werden ontdekt door de Duitse arts en viroloog Harald zur Hausen.[1]

Er zijn meer dan honderd verschillende typen HPV bekend, de meeste zeldzaam en ongevaarlijk. Sommige zijn verantwoordelijk voor de wratten op handen en voeten. Ongeveer dertig typen worden gezien als soa, de types 6 en 11 veroorzaken genitale wratten en wratten op de stembanden, types 16 en 18 zijn verantwoordelijk voor veel gevallen van cervicale intra-epitheliale neoplasie of andere genitale tumoren. Papillomavirussen zijn soortspecifiek, er bestaan bijvoorbeeld ook runderpapillomavirussen, en kunnen alleen epitheelcellen infecteren. Het virus nestelt zich in de basale cellaag.

HPV is de meest voorkomende oorzaak van soa's: ongeveer 80% van alle mensen is besmet of is ooit besmet geweest met HPV. De meesten hebben er geen last van en merken het ook niet, maar besmetten nog wel andere mensen. De HPV’s worden over het algemeen ingedeeld in twee soorten: de laag- en de hoog-risicogroep. De hoog-risicogroep is verantwoordelijk voor verschillende vormen van kanker.[2] Elk jaar overlijden er wereldwijd een kwart miljoen vrouwen aan baarmoederhalskanker.[3]

Hoewel HPV bij beide geslachten evenveel voorkomt, hebben vrouwen een veel grotere kans om, als ze besmet zijn door een hoog-risicogroep HPV, kanker te ontwikkelen. In 75% van de gevallen van baarmoederhalskanker wordt deze door bepaalde HPV-soorten veroorzaakt.[4][5] Dit sluit echter niet uit dat ook mannen kanker kunnen krijgen door een besmetting met een HPV uit de hoog-risicogroep.[6]

HPV[bewerken]

HPV is een icosaëder van 78 capsomeren en ongeveer 55 nm in diameter. Het heeft circulair dubbelstrengs DNA van ongeveer 7900 baseparen. Het genoom codeert voor negen eiwitten. Deze eiwitten worden in twee groepen gedeeld: zeven Early (E) en twee Late (L). De Early-eiwitten worden in de geïnfecteerde basaalcellen gevormd en de Late pas wanneer deze cellen zijn gedifferentieerd.

De E5-, E6- en E7-eiwitten worden als eerste tot expressie gebracht. Deze destabiliseren de cel en induceren replicatie. Wanneer een cel differentieert migreert deze naar boven. Dit induceert de expressie van de E1-, E2- en E4-genen. De E1- en E2-eiwitten produceren meer kopieën van het virale genoom en E4 destabiliseert het cytoskelet. De cel migreert steeds verder naar boven. Pas in de bovenste lagen van de opperhuid komen de twee late eiwitten tot expressie. L1-eiwitten vormen het capside. Dit gebeurt door middel van autoassemblage, dat wil zeggen dan het hierbij geen enzymatische hulp nodig heeft. Het L2-eiwit zorgt er dan vervolgens voor dat het virale DNA het capside in komt. En dan heb je complete virions, virusdeeltjes die heel gemakkelijk door middel van direct contact kunnen “overspringen”.

HPV infecties kunnen in drie soorten onderscheiden worden:

Residentieel
Residentieel wil zeggen dat het virus aanwezig is in de cellen van de basaal laag maar het doet niks. Het zit daar in de kern, los van het menselijk DNA, en kan daar jaren zitten voordat het actief wordt. En dan maakt het niet uit of het een hoog risico of laag risico variant is, ze kunnen het allebei.
Episomaal
Bij een episomale infectie is het HPV DNA wel actief en is het dus bezig met het produceren van zijn eiwitten. Dit is macroscopisch zichtbaar als een wrat en microscopisch als koilocytosis. Dit kunnen zowel de HR als de LR varianten.
Geïntegreerd
De gevaarlijkste variant. Hierbij heeft een met HPV geïnfecteerde basaalcel het virus-DNA in zijn eigen genoom gebouwd. Er is geen controlemechanisme over waar dit gebeurt, dus dit kan op elk chromosoom gebeuren. Dit is echter ook nadelig voor het virus, want omdat het HPV DNA in het genoom van de cel zit, kan de cel nu geen virusdeeltjes meer produceren. Het circulaire DNA van het virus is geknipt waardoor het virus meestal de activiteit van E2 verliest, het eiwit dat de expressie van E6 en E7 onderdrukt. Dit kan nu gemakkelijk verder uitgroeien tot een tumor.

Oncogeniteit[bewerken]

Integratie van het Hoge Risico HPV, het verlies van de E2 activiteit en continue expressie van E6 en E7 zal leiden tot dysplasie (cervicale intraepitheliale neoplasie (CIN)) maar niet meteen tot een tumor. De meeste infecties zullen zelfs zonder behandeling na een paar jaar verdwijnen. Er zijn dus extra mutaties nodig voordat er invasieve cellen gevormd worden. En dit duurt jaren.

Cellen hebben zes strategieën om het ontstaan van een carcinoom te voorkomen. Normaal moeten cellen dus zelf deze mutaties verkrijgen om een maligne tumor te vormen. E6 en E7 zorgen ervoor dat vier van de zes mechanismen worden omzeild. Ze voorkomen apoptose door checkpointcontroles van de celcyclus te verwijderen, geven zelf groeisignalen af en maken de cel ongevoelig voor anti-groei signalen. Verder schijnt E6 de DNA telomeraseactiviteit te verhogen en zo de cel 'onsterfelijk' te maken. Zoals in het plaatje te zien is mist de cel dan nog twee eigenschappen om carcinogeen te zijn. Deze twee, angiogenese en metastasering, zal de cel door middel van mutaties moeten opdoen.

Vaccins[bewerken]

Er zijn echter nieuwe mogelijkheden om HPV infectie tegen te gaan, preventieve vaccins en therapeutische vaccins. Er zijn sinds 2008 in Europa twee vaccins op de markt: Gardasil en Cervarix. (In Nederland beide even duur). Deze vaccins verminderen de kans op een cervixcarcinoom met naar schatting 73% en de kans op voorstadia van kanker van cervix en vulva met naar schatting 50-60%. Dit is echter nog nooit aangetoond aangezien het jaren duurt voor een cervixcarcinoom zich ontwikkelt.[bron?] In februari 2014 is een studie verschenen waarin beschreven is dat bij gevaccineerde Deense vrouwen minder vaak dan bij niet gevaccineerde vrouwen endo-cervicale atypie werd gezien.[7]

Merck produceert Gardasil dat gericht is tegen HPV 16 en 18 (veroorzaken samen 70% van alle HPV gerelateerde CIN nvt. andere 30% door onder andere HPV 31, 33, 35, 39, 45, 51, 66) en tegen 6 en 11, verantwoordelijk voor 90% alle van genitale wratten. GlaxoSmithKline maakt Cervarix dat gericht is tegen HPV 16 en 18. Beiden maken hierbij gebruik van zogeheten Virus Like Particles (VLPs). Deze worden door de L1 capside eiwitten gevormd. Zoals al eerder vermeld zijn deze autoassemblerend. Hoe deze worden verkregen is bij beide fabrikanten verschillend.

Merck maakt gebruikt van gist. Het gist kreeg een plasmide (pGal110-11) met daarop het L1-gen aangeboden. Dit werd tot expressie gebracht.

GlaxoSmithKline maakt in plaats van gist gebruik van het zogenoemde BEVS. BEVS staat voor Baculovirus Expression Vector System. Voordeel hiervan is dat de moedercel nog veel posttranslationale modificaties kan uitvoeren, zoals fosforylering, glycosylering en vorming van disulfidebruggen.

Rijksvaccinatieprogramma[bewerken]

In Nederland adviseerde de Gezondheidsraad op 1 april 2008 aan minister Ab Klink van Volksgezondheid, meisjes van twaalf jaar voortaan binnen het Rijksvaccinatieprogramma in te enten tegen baarmoederhalskanker. De kosten van een dergelijke vaccinatie zijn hoog maar op termijn kunnen jaarlijks enkele honderden gevallen van baarmoederhalskanker worden voorkomen en ruim honderd sterfgevallen, stelt de raad.[8] Het is onder epidemiologen echter nog geen uitgemaakte zaak of deze vaccinatie in Nederland kosteneffectief is of niet.[9] Veel meisjes moeten worden ingeënt om op lange termijn sterfgevallen te voorkomen, zelfs als de immuniteit ook op langere termijn blijft bestaan. Gegevens over de duur van de werkzaamheid na meer dan tien jaar zijn nog niet bekend.

De minister heeft het advies van de Gezondheidsraad overgenomen en eind 2008 aan de Tweede Kamer laten weten dat HPV-vaccinatie in 2009 in het Rijksvaccinatieprogramma komt. Ook is besloten om in 2009 een 'inhaalcampagne' te organiseren voor meisjes die zijn geboren op of na 1 januari 1993 t/m 31 december 1996. In verband met de pandemie van de Mexicaanse griep, is vaccinatie van twaalfjarige meisjes uitgesteld tot voorjaar 2010. In 2012 worden meisjes die zijn geboren in 1999 uitgenodigd voor de HPV-vaccinatie.

Bijwerkingen vaccins[bewerken]

In de Verenigde Staten hebben de Centers for Disease Control and Prevention sinds de invoering van Gardasil 7800 klachten ontvangen over mogelijke neveneffecten op een totaal van meer dan 40 miljoen gebruikte vaccins. Het CDC beschouwt Gardasil dan ook als veilig.[10] In Nederland wordt Cervarix gebruikt in het Rijksvaccinatieprogramma.

Referenties[bewerken]

  1. DFKZ
  2. VLK
  3. Nationaal Kompas Volksgezondheid, "Hoe vaak komt baarmoederhalskanker voor en hoeveel vrouwen sterven eraan?", Nederlandstalig, 2005
  4. RIVM: Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker
  5. RIVM: FAQ
  6. HPVtest.nl door het bedrijf QIAGEN
  7. Baldur-Felskov B et al. Early Impact of Human Papillomavirus Vaccination on Cervical Neoplasia--Nationwide Follow-up of Young Danish Women. J Natl Cancer Inst. 2014 Mar 1;106(3) http://jnci.oxfordjournals.org/content/106/3/djt460
  8. http://www.brabantsdagblad.nl/algemeen/gezondheid/2908098/Gezondheidsraad-Alle-meisjes-inenten-tegen-baarmoederhalskanker.ece Gezondheidsraad: Alle meisjes inenten tegen baarmoederhalskanker
  9. I.M.C.M.de Kok, J.D.F.Habbema, M.J.E.Mourits, J.W.W.Coebergh en F.E.van Leeuwen. Onvoldoende gronden voor opname van vaccinatie tegen Humaan papillomavirus in het Rijksvaccinatieprogramma. Ned Tijdschrift voor Geneeskunde NR. 47 - 22 NOVEMBER 2008
  10. [1]