Epidermis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Opperhuid)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De epidermis is de buitenste huidlaag of opperhuid. Het woord werd in de 17e eeuw afgeleid van het Griekse ἐπιδερμίς epidermís (opperhuid) van ἐπί epí (op) en δέρμα derma (huid).

Gewervelde dieren[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de gewervelde dieren zoals de mens, is de epidermis de buitenste laag van de huid; op celniveau bestaat dit lichaamsweefsel uit meerlagig verhoornd plaveiselepitheel.

De epidermis bestaat uit vier types epitheelcellen: keratinocyten, en in mindere mate melanocyten (pigmentcellen), Langerhanscellen en Merkelcellen. De huid-adnexen haar, talgklieren, zweetklieren en nagels zijn afgeleiden van de opperhuid (epidermisderivaten). De epidermis bestaat uit vijf lagen van onderscheiden huidcellen, van buiten naar binnen:

In de basale cellaag bevinden zich de pigmentcellen. De basale cellaag wordt ook wel de kiemlaag of moederlaag genoemd. Van hieruit worden via celdeling de afgestorven opperhuidcellen vervangen. Tussen de heldere laag en de korrellaag bevindt zich de Reinse barrière.

Ongewervelde dieren[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de ongewervelde dieren bestaat de epidermis uit één enkele cellaag van epitheelcellen.

Epidermis van zandraket

Planten[bewerken | brontekst bewerken]

De epidermis bij planten is de opperhuid van de wortel, van de stengel en van het blad. Ook de jongere gedeeltes van de plant zijn bedekt met epidermis. De bovengrondse delen van de plant hebben een epidermis die is voorzien van een cuticula, een vettig waslaagje.

De epidermis van de stengel beschermt de plant tegen uitdroging en infecties. Bij de stengel en de bladeren is het oppervlak van de epidermis bedekt met een cuticula. Bij vele soorten groeien epidermiscellen uit tot haren (trichomen) of klierharen, die de plant nog verder beschermen tegen uitdroging, straling of vraat. De epidermis heeft geen intercellulaire ruimten (behalve huidmondjes).

Bij de wortel worden in de rhizodermis twee celtypes onderscheiden: atrichoblasten (niet-haarcellen) en trichoblasten (haarcellen) die het contactoppervlak met de bodem drastisch vergroten (de zgn. wortelharen).

Levensvorm, groeivorm:boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvend kruid · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel:bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · luchtwortel · penwortel · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde ·secundaire diktegroei · centrale cilinder · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel
Stengel:bast · cambium · centrale cilinder · concaulescentie · diktegroei · knoop · lenticel · metatopie · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · stam · uitloper · vertakking · wortelstok
Blad:ader · blad · bladgroen · chloroplast · bladkussen · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · catafyl · cladoprofyllum · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · prefoliatie · ptyxis · steunblaadje · tongetje · tuitje · vernatie · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore:androecium · androfoor · androgynofoor · anthofoor · anthere · anthotaxis · bijkelk · bloemstengel · bloeiwijze · bloemgestel · bloem · bloembodem · bloembekleedsel · bloemdek · bloemdekblad · bloemkroon · bloemstengel · bractee · calyx · carpel · carpofoor · caulis · connectivum · corolla · discus · epicalyx · filament · funiculus · gametofyt · gynoecium · gynofoor · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmhokje · hoogteblad · hypanthium · hypsofyl · inflorescentie · integument · kegel · kelk · kelkblad · knopligging · kroon · kroonblad · macrospore · meeldraad · meeldraaddrager · microspore · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · ovulum · periant · perigoon · petaal · placenta · pollenbuis · receptaculum · schijf · schutblad · sepaal · sporangium · spore · sporofyl · sporophyllum · sporofyt · stamper · stamperdrager · stempel · stengel · stigma · stijl · stylopodium · stylus · strobilus · tepaal · theca · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaadbeginsel · zaadknop · zaadknopkern · zaadknopkern · zaadlijst
Vruchtzaadkieming:carpel · cotyl · cryptocotylair · embryo · endosperm · epigeïsch · fanerocotylair · hypogeïsch · integument · kieming · kiemopening · kiemwit · mierenbroodje · perisperm · pluimpje · schijnvrucht · vaatmerk · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadhuid · zaadlijst · zaadlob · zygote
Morfologie & anatomie:apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · kelk · klierhaar · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sclereïde · sclerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote