Jericho

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Jericho (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Jericho.
Jericho
أريحا
יְרִיחוֹ
Plaats in Palestina Vlag van Palestina
Jericho
Jericho
Situering
Gouvernement Jericho
Coördinaten 31° 51′ NB, 35° 28′ OL
Algemeen
Inwoners (2007) 18.346[1]
Hoogte -260 m
Portaal  Portaalicoon   Azië
Jericho

Jericho (Hebreeuws: יריחו Jericho, Arabisch: أريحا, Er-Riha of Arīḩā) is een stad op de Westelijke Jordaanoever, niet ver van de rivier de Jordaan en ongeveer 15 kilometer ten noordwesten van de Dode Zee. De stad ligt ongeveer 260 meter onder zeeniveau. In 2007 had de stad 18.346 inwoners. De stad wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit. Jericho staat bekend als de oudste continu bewoonde stad ter wereld.

Geschiedenis[bewerken]

Gedurende meer dan 11.000 jaar bestonden er drie verschillende nederzettingen op of dicht bij de plek van het huidige Jericho. Het was waarschijnlijk een gewilde locatie vanwege voorraden drinkwater van een waterrijke oase en de gunstige ligging aan een oost-west route ten noorden van de Dode Zee.

Tell es-Sultan[bewerken]

De vroegste nederzetting bevond zich bij het tegenwoordige Tell es-Sultan (of Tell Sultan), op enkele kilometers afstand van de huidige stad. Het Arabische tell betekent heuvel—opeenvolgende lagen van bewoonde grond die in de loop van de tijd op elkaar gebouwd waren op een heuvel, zoals dat bij veel nederzettingen in het Midden-Oosten en Klein-Azië gebeurde. De neolithische nederzettingen bestonden gelijktijdig met Çatal Hüyük en bevonden zich op een soortgelijk technologisch niveau. De bewoning wordt ingedeeld in diverse fases:

  • Proto-neolithisch: ca. 10.000 v.C. was het een rustplaats in de oase, lang voor het een stad werd. Er was een klein heiligdom, een verhoging in klei binnen een stenen muur. Op de vaste rots zijn aangestampte aarden vloeren en ronde muren. De oudste ommuurde vestiging dateert uit dezelfde tijd[2]. De bouwactiviteiten voor de nederzetting begonnen waarschijnlijk al voor de uitvinding van de landbouw, met stenen gebouwen behorend tot de Natufische cultuur uit het laat-Mesolithicum van voor 9000 v.Chr.
  • Prekeramisch Neolithicum A (of PPNA) ca. 9500 - 8300 v.Chr. Een nederzetting van vier hectare, omringd door een stenen muur, met een stenen toren in het midden van een van de muren : de toren van Jericho, (waarschijnlijk de oudste toren van steen ter wereld). Ronde huizen van lemen tegels. In een onderzoeksgeul werd een stenen muur gevonden die ofwel een stadsmuur is, ofwel, volgens Ofer Bar-Yosef een bescherming tegen overstromingen. Diverse gecultiveerde graansoorten werden gebruikt en er was veeteelt en jacht op wilde dieren.
  • Prekeramisch Neolithicum B (of PPNB) ca. 8500 - 6200 v.Chr. Vanaf 7700 v.Chr. was er een pauze in de bebouwing die meerdere eeuwen duurde. Daarna kwamen er nieuwe mensen. Er werden nu grote, rechthoekige gebouwen uit lemen tegels gebouwd en er werd een nieuwe muur gebouwd. Er is een uitgebreide verzameling van gecultiveerde planten gevonden. Mogelijk werden er schapen gefokt.

Mensen werden begraven onder de vloeren van hun huizen. Meestal werden de lichamen eerst ontvleesd en daarna meestal vastgebonden in foetus houding begraven. Soms werden skeletten opnieuw opgegraven om de schedel eraf te halen en apart te bewerken. Deze schedels worden dan zonder onderkaak met een laag leem, gips of klei bewerkt om gezichtsuitdrukkingen opnieuw aan te geven. Schelpen uit de Dode Zee werden dikwijls als ogen ingelegd en als oogschaduw gebruikte men bitumen. Het haar werd rood of zwart geverfd en soms beschilderde men de gezichten. Deze versierde schedels zijn wellicht een goed voorbeeld van voorouderverering en werden in het huis zelf bewaard. De selectiecriteria voor het opzetten van deze schedels is onbekend.

  • Keramisch Neolithicum (of PN) ca. 6500 - 5500 v.Chr. en Kopertijd ca. 5500 - 3300 v.Chr. In deze laatste fase, einde 4e millennium v.Chr. was Jericho een doorlopend bewoonde stad die met een muur was omgeven. Er bestaat onenigheid over hoe Jericho er toentertijd uitzag. Volgens sommige archeologen zou uit onderzoek blijken dat Jericho rond deze tijd een arme en onbelangrijke nederzetting zonder verdedigingsmuren zou zijn geweest (Kolb, 2004). Andere archeologen spreken dit echter tegen.
  • Bronstijd ca. 3300 - 800 v.Chr. Pas uit de bronstijd zouden er aanwijzingen zijn, dat de muur voor militaire doeleinden heeft gediend. Tussen 3000 en 2300 v.Chr. zijn de muren van Jericho 17 maal gevallen en herbouwd[3]. De laatste vernietiging in 2300 v.Chr. (1000 jaar eerder dan Jozua) was het gevolg van een ramp. Vanaf die tijd tot 1900 v.Chr. zijn er sporen van bewoning door nomaden[4]. Rond 1900 v.Chr. werd een nieuwe stad Jericho gebouwd en deze beleefde een grootste periode van welvaart[5]. Rond 1600 v.Chr. blijkt een sterke Egyptische invloed uit houtbewerking en meubels die zijn teruggevonden in rotsgraven, samen met albasten kruiken in lokale steen gekopieerd, faience potten en figurines, amuletten, scarabeeën, gouden juwelen en half-edelstenen[6]. Tussen 1580 - 1400 v.Chr. werd hetgeen van de stad nog was overgebleven door geweld geteisterd. In 1550 werd de stad opnieuw verwoest door vuur en verlaten. Ruïnes van de wallen uit die tijd zijn door Kathleen Kenyon, met haar archeologisch verbeterde stratigrafiemethoden ontdekt. Tot 1400 v.Chr. moet Jericho volgens archeologische schattingen van Bryan G. Wood een populatie tussen de 50.000 en 100.000 mensen hebben geteld, toen het gewelddadig verwoest en verbrand werd, mogelijk door een aardbeving, aldus Garstang. Na de verlating is het opnieuw bewoond, maar op veel kleinere schaal, gedurende ongeveer een eeuw. Er zijn toen geen nieuwe muren gebouwd, maar de oude muren werden opgelapt[7][8]. Mogelijk zijn de bovenlagen van de tell door erosie aangetast, maar elk spoor van 13e-eeuwse vestiging daar is archeologisch onvindbaar[9]. In principe is dit ook logisch, aangezien Israël de stad niet mocht herbouwen. Bij het bouwen van andere steden zal daarbij dankbaar gebruik zijn gemaakt van de puinhopen van het verwoeste Jericho, waardoor er inderdaad niets meer van te vinden zou zijn.

Bijbelse geschiedenis[bewerken]

De muren van de stad Jericho zouden volgens het Bijbelboek Jozua verwoest zijn nadat er op sjofars (ramshoorns) geblazen werd en het volk zou juichen. Rond de muren van de stad werd zes dagen lang, eenmaal per dag, een ronde gelopen door de belegeraars, al blazend op de zeven ramsbazuinen (Jozua 6:8 e.a.). Op de zevende dag liep het volk Israël zevenmaal rond de stad; daarna werden de ramsbazuinen geblazen en tegelijkertijd juichte het hele volk. De muren stortten in en de belegeraars kwamen probleemloos in de stad, waarna zij alle bewoners doodden. Daarna werd door Jozua en het volk een vloek over de man uitgesproken die Jericho zou herbouwen: hij zou haar fundering leggen ten koste van zijn eerstgeboren zoon en haar poorten oprichten ten koste van zijn jongste zoon (Jozua 6:26). Later in de geschiedenis toen het volk Israël was afgeweken van de Heere, ging deze vervloeking in vervulling (1 Koningen 16:34).

Tulul Abu el-'Alayiq[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Winterpaleis bij Jericho

Deze latere nederzetting bestond gedurende de Hellenistische tijd, het Byzantijnse Rijk, de Nieuwtestamentische en de Islamitische tijdperken, waarvan heuvels achtergebleven zijn te Tulul Abu el-'Alayiq, 2 kilometer ten westen van het hedendaagse er-Riha. De Hasmoneeën en de Herodianen hadden hier hun winterpaleizen. Onder de islamitische Omajjaden werd het Paleis van Hisham nabij Jericho gebouwd.

Huidige locatie[bewerken]

In 1948 werd de stad bezet door Jordanië. Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd de stad veroverd door Israël. Het was de eerste stad die door Israël aan de Palestijnse Autoriteit werd overgedragen in 1994, overeenkomstig de Oslo Akkoorden.

Archeologie[bewerken]

De eerste archeologische opgravingen van de plaats werden door Charles Warren gedaan in 1868. Ernst Sellin en Carl Watzinger deden opgravingen bij Tell es-Sultan en Tulul Abu el-'Alayiq, tussen 1907 en 1909 en in 1911. John Garstang deed opgravingen tussen 1930 en 1936. Uitgebreid onderzoek met behulp van modernere technieken werden door Kathleen Kenyon gedaan, tussen 1952 en 1958.

In 1936 werd een synagoge opgegraven uit de Byzantijnse periode en werd gedateerd tussen de 5e en 8e eeuw na Christus. Deze synagoge kreeg de naam Shalom Al Israel, genoemd naar een Hebreeuws opschrift op een van de in de synagoge gevonden mozaïeken.

Op 12 oktober 2000 wordt de synagoge door Palestijnen aangevallen en in brand gezet. De Torah-rollen konden ternauwernood uit de brand gered worden.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]