Joseph Banks

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Joseph Banks
Portret van de jonge Banks uit 1757
Portret van de jonge Banks uit 1757
Geboren 13 februari 1743
Overleden 19 juni 1820
Geboorteland Groot-Brittannië
Standaardafkorting Banks
Toelichting
De bovenaangeduide standaardaanduiding, conform de database bij IPNI, kan gebruikt worden om Joseph Banks aan te duiden bij het citeren van een botanische naam. In de Index Kewensis is een lijst te vinden van door deze persoon (mede) gepubliceerde namen.
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Joseph Banks op latere leeftijd

Joseph Banks (Westminster (Londen), 13 februari 1743Isleworth (Londen), 19 juni 1820) was een Engelse natuuronderzoeker en botanicus. Hij werd geboren in een welvarende familie en was de enige zoon van Sarah en William Banks, een landeigenaar en lid van de House of Commons.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Al op jonge leeftijd was hij geïnteresseerd in de botanie. Hij werd in zijn jeugd thuis onderwezen voordat hij in april 1752 naar Harrow School ging en in september 1756 naar Eton College. Van 1760 tot 1763 studeerde hij aan de Oxford University. In september 1761 overleed zijn vader, waarbij hij een fortuin erfde. In 1764 woonde hij in Londen waar hij bevriend raakte met de Nederlander Joan Gideon Loten, natuuronderzoeker en oud-gouverneur van Ceylon.[1] Tussen mei en oktober 1766 maakte hij zijn eerste ontdekkingsreis. Hij reisde op het schip HMS Niger naar Newfoundland en Labrador waar hij planten, mineralen en gesteenten verzamelde. Twee weken na zijn terugkeer werd hij lid van de prestigieuze Royal Society, de Britse academie van wetenschappen.

Expeditie[bewerken]

In 1768 sloot hij zich aan bij de door de Royal Society georganiseerde expeditie onder leiding van James Cook. Deze expeditie (1768-1771) had als doel om de niet in kaart gebrachte gebieden in het zuiden van de Grote Oceaan te exploreren. Ze voeren aan boord van de HM Bark Endeavour de hele wereld over, waarbij ze Zuid-Amerika (Rio de Janeiro, Vuurland) Tahiti, Nieuw-Zeeland, Australië (van 28 april 1770 tot 5 mei 1770 bij Botany Bay en van 17 juni 1770 tot 3 augustus 1770 bij Endeavour River), Nieuw-Guinea, Savoe, Java, Sint-Helena en Kaap de Goede Hoop aandeden. In deze gebieden verzamelde Banks, in samenwerking met onder andere zijn vriend de Zweedse botanicus Daniel Solander, veel specimens van planten en dieren. Ook beschreef hij de gebruiken van de Maori's in Nieuw-Zeeland.

Verdere leven[bewerken]

Toen de ontdekkingsreizigers in 1771 thuis kwamen, werden ze als helden binnengehaald. Dit gold vooral voor Banks met zijn verhalen over Maori-krijgers en exotische dieren. Het volgende jaar leidde hij de eerste Britse wetenschappelijke expeditie naar IJsland, maar dit was zijn laatste expeditie. Bij deze reis, waarbij hij wederom werd vergezeld door Daniel Solander, werden tevens Wight en de westelijke eilanden van Schotland, de Hebriden en de Orkney-eilanden aangedaan.

Banks vestigde zich na zijn laatste reis in 1772 in Londen waarna hij in 1776 een grote bibliotheek en een herbarium aanlegde bij zijn huis te Soho Square. Hij stelde zijn huis open voor iedereen die zijn planten en boeken wilde bestuderen. Hij onderhield correspondentie met vrienden en wetenschappers van over de hele wereld, waaronder zijn vroegere buurman in Londen Joan Gideon Loten en Pieter Boddaert, die hij in 1773 in Utrecht bezocht.[1]

In 1778 werd Banks gekozen tot voorzitter van de Royal Society, een functie die hij tot zijn dood bekleedde. Met zijn voorzitterschap van 41 jaar vestigde hij een record, want nooit bekleedde iemand deze functie zo lang. Als voorzitter moedigde hij goede relaties aan tussen wetenschappers in Europa en Amerika hoewel het een tijd was van politieke onrust en conflicten tussen naties, zoals tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog van 1775-1783. Ook was hij medeoprichter van meerdere andere belangrijke organisaties die tegenwoordig nog steeds bestaan, waaronder de Linnean Society of London (1788), de Royal Institution (1799) en de London Horticultural Society (1804).

Tevens was Banks, vanaf 1773 onofficieel en vanaf 1797 officieel, directeur van de Royal Botanic Gardens, Kew die opbloeide door zijn zorg en een van de prominente botanische tuinen in de wereld werd. In 1781 werd hij benoemd tot baronet en mocht hij 'Sir' voor zijn naam plaatsen. Hij zond ontdekkingsreizigers en botanici de hele wereld over om te zoeken naar economisch bruikbare planten die op de Britse eilanden zouden kunnen groeien. Een reis waarvoor hij voorbereidingen trof, was de bekende reis van William Bligh van 1787 tot 1789 op de Bounty die vooral bekend is vanwege de muiterij. De missie van Bligh was om broodvruchten te verzamelen op Tahiti om deze als voedselgewas te cultiveren in West-Indië. Door de verplaatsing van planten tussen landen en continenten, zorgde Banks voor het veranderen van hele landschappen. Van 1800-1805 trof hij de voorbereidingen voor de expeditie van Matthew Flinders naar Australië waarbij Banks Ferdinand Bauer als botanisch tekenaar aanbeval bij Matthew Flinders.

Banks had ook invloed op staatsaangelegenheden door zijn rol van adviseur van koning George III en opeenvolgende regeringen. Tijdens de napoleontische oorlogen onderhandelde hij namens het volk van IJsland toen hun handelsrechten werden ontnomen door de Britten. Ook verdedigde hij de Britse kolonisatie van Australië. Hij wilde van Botany Bay bij Sydney een strafkolonie maken, maar zijn visie hierop werd nooit bewaarheid doordat de officieren die de leiding hadden over de First Fleet (eerste vloot), die de eerste groep veroordeelden transporteerden, de locatie ongeschikt bevonden en zich verderop de kust vestigden.

Nalatenschap[bewerken]

De specimens die Banks verzamelde, omvatten circa 110 nieuwe genera en 1300 nieuwe soorten. Zo'n 75 verschillende soorten zijn naar hem genoemd. Verder is hij vernoemd in Bankstown in Australië, Bankseiland in Canada, de Bankseilanden in de buurt van Vanuatu en het Nieuw-Zeelandse Banks-schiereiland. Een voorstel van Carolus Linnaeus om Australië te hernoemen in Banksia werd niet aangenomen.

De beroemde plantencollectie van Banks wordt nu bewaard in het Natural History Museum waar ook de door hem verzamelde insecten en schelpen worden bewaard. De belangrijkste nalatenschap van Banks zijn wellicht de vele planten die hij ontdekte en uitwisselde tussen de Nieuwe en de Oude wereld. Het in het westen in cultuur brengen van soorten uit de geslachten Eucalyptus, Acacia, Mimosa en de naar hem genoemde Banksia wordt op zijn naam geschreven.