Abdij van Aldeneik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Klooster van Aldeneik)
Ga naar: navigatie, zoeken
Harlindis en Relindis, stichteressen van Aldeneik (schatkamer St. Catharinakerk, Maaseik)
Sint-Annakerk, tot 1571 abdij- en kapittelkerk van Aldeneik
Sint-Catharinakerk; op deze plek stond vanaf 1571 de kapittelkerk

De abdij van Aldeneik was een abdij, later een kapittel in Aldeneik (later verplaatst naar Maaseik) in het oosten van de Belgische provincie Limburg, die vanaf het begin van de 8e tot aan het einde van de 18e eeuw een grote invloed uitoefende op het gebied rondom de stad Maaseik. Vanaf 1571 was het kapittel binnen de stadsmuren van Maaseik gevestigd en verdwenen de meeste klooster- en kapittelgebouwen in Aldeneik.

Geschiedenis[bewerken]

Stichting[bewerken]

De abdij werd volgens de overlevering in de eerste helft van de 8e eeuw gesticht door de Frankische edelman en grootgrondbezitter Adalhard en zijn vrouw Grinuara voor hun dochters Harlindis en Relindis. Zij vonden hiervoor een geschikte plaats in Oude-Eyck of Aldeneik, een eikenbos nabij de Maas en bouwden er een houten kerkje en klooster. Volgens de overlevering hadden de twee adellijke dochters hun opvoeding gekregen in Valencijn, een belangrijke Merovingische nederzetting.

Enerzijds paste de implanting van de abdij in de gevoerde gebiedsuitbreiding van de Franken naar het noorden toe; anderzijds bood ze ook een steunpunt en rustpunt aan de Engelse of Ierse missionarissen voor hun evangelisatiecampagnes in het gebied tussen Echternach en Friesland.

De Pippiniden, een dynastie van Frankische edelen uit Austrasië, die de stichting van abdijen zo veel mogelijk aan de jurisdictie van de bisschoppen wilden onttrekken, begunstigden vooral Willibrord. Op 2 maart 714 schonk Pepijn II zelf het domein Suestra (het huidige Susteren) aan zijn beschermeling, de missionaris Willibrord. Naast Willibrord wordt ook Bonifatius van Devon met het klooster van Aldeneik in verband gebracht, alhoewel zijn vermeende aanwezigheid niet algemeen aanvaard wordt. Zij zouden de maagden achtereenvolgens tot abdis gewijd hebben. Door hun bezoek aan deze abdij kan men de stichting ervan dateren tussen 719 en 721.

Na het overlijden van Harlindis en Relindis werd hun gebeente verzameld in een schrijn. Deze stenen lijkkisten werden teruggevonden in 1855.

Vroeg-middeleeuwse ontwikkeling[bewerken]

De abdij werd voor het eerst vermeld in 830. In 870 werd het klooster in het Verdrag van Meerssen toegewezen aan Karel de Kale, koning van West-Francië. Aldus kwam het klooster terecht in wereldlijke handen. Zoals in de meeste kloosters van die tijd volgden de monialen van Aldeneik naar alle waarschijnlijkheid de leefregel van de Heilige Benedictus van Nursia.

Volgens een theorie werd het klooster eind 9e eeuw verwoest door de Noormannen. De kerk werd daarna door abdis Ava herbouwd als een stenen, laat-Karolingische constructie, waarvan echter geen sporen zijn overgebleven. Een andere theorie trekt de verwoesting door de Noormannen in twijfel en gaat ervan uit dat het vrouwenklooster op vreedzame wijze werd omgezet in een seculier kapittel.

Aldeneik maakte, sinds het Verdrag van Meerssen, deel uit van Lotharingen en vanaf 923 werd het ingedeeld bij het Duitse Keizerrijk. Keizer Otto I schonk op 4 juli 952 zijn bezittingen in het munster van Eycke aan Farabertus, bisschop van Luik. Enkele tientallen jaren daarvoor was de religieuze vrouwengemeenschap vervangen door een collegiaal kapittel van twaalf seculiere kanunniken, waarvan de proost gekozen werd uit het kapittel van Sint-Lambertus te Luik.

Middeleeuwse bloeitijd[bewerken]

Het kapittel bouwde in de 12e en 13e eeuw een nieuwe romaanse kapittelkerk, die het patrocinium droeg van Maria (de huidige Sint-Annakerk) en ook een kleinere parochiekerk, die gewijd was aan Sint-Pieter. Van de parochiekerk, de kloostergang en de kanunnikenhuizen is niets meer over. Van de kapittelkerk zijn slechts enkele delen origineel, maar deze geven desalniettemin een indruk van de bloeitijd van het kapittel. Ook de rijke kerkschat is een indicatie van de macht en rijkdom van zowel het vrouwenklooster als het latere kapittel.

Nabloei en opheffing[bewerken]

Toen de godsdienstoorlogen ook het graafschap Loon teisterden, kregen de kanunniken op 4 november 1570 van de prins-bisschop van Luik het bevel Aldeneik te verlaten en het kapittel over te brengen naar Maaseik. Enkele maanden later trokken ze in plechtige processie met hun reliekenschat naar de veilige omwalling van het nabije Nieuw Eycke (het huidige Maaseik). De Sint-Catharinakerk, die al sinds 1244 parochiekerk was, werd nu de nieuwe kapittelkerk. De kloostergebouwen en één van de twee overbodig geworden kerken in Aldeneik werden gesloopt. De gespaarde kapittelkerk, de huidige Sint-Annakerk, fungeerde vanaf dat moment als parochiekerk voor Aldeneik, waarvan de rechten bij de Maaseiker kanunniken lagen. Op de vrijgekomen kloostergronden werd een begraafplaats aangelegd.

Tijdens de Franse tijd werd het Maaseikse kapittel op 25 november 1797 opgeheven.

Voormalige kloosterschatten[bewerken]

Hoewel het kapittel in 1797 was opgeheven , bleven de relieken van Harlindis en Relindis, het beroemde 8e-eeuwse handschrift Codex Eyckensis en andere kostbare bezittingen bewaard in de schatkamer van de Sint-Catharinakerk, waar ze ook thans nog te bezichtigen zijn.