Live and Let Die (film)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Live and Let Die
Leven en laten sterven (B)
Live and Let Die
(Filmposter op en.wikipedia.org)
Tagline Get Moore!
Roger Moo7re is James Bond
Alternatieve titel(s) Ian Fleming's Live and Let Die; Leven en laten sterven
Regie Guy Hamilton
Producent Albert R. Broccoli, Harry Saltzman
Scenario Ian Fleming (roman), Tom Mankiewicz
Hoofdrollen Roger Moore
Yaphet Kotto
Jane Seymour
Muziek George Martin
Live and Let Die door Paul McCartney & Wings
Montage John Shirley
Raymond Poulton
A. S. Bates
Camerawerk Ted Moore
Production design Syd Cain
Robert W. Laing (co-regie)
Peter Lamont (co-regie)
Distributie United Artists
Première 27 juni 1973 (Verenigde Staten)
Genre Actie, avontuur, thriller, fantasy, spionage
Speelduur 117 minuten
Taal Engels
Land Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Budget US$ 7 miljoen
Opbrengst US$ 126 miljoen
Voorloper Diamonds Are Forever
Vervolg The Man with the Golden Gun
(en) IMDb-profiel
MovieMeter-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Live and Let Die is de achtste James Bondfilm, geproduceerd door EON Productions. De film werd uitgebracht in 1973 en is gebaseerd op het gelijknamige boek van Ian Fleming uit 1954. Het is de eerste Bondfilm waarin Roger Moore de rol van Bond vertolkte, ter vervanging van Sean Connery.[1] Voodoo en Tarot spelen een belangrijke rol in de film.

Verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Binnen één etmaal worden drie Britse agenten vermoord: de eerste in New York, in het hoofdkwartier van de VN, waar hij Dr. Kananga, de leider van het Caribische eiland San Monique, in de gaten hield; de tweede in New Orleans die het restaurant "Fillet of Soul" in de gaten houdt; de derde op San Monique zelf. Er is dus mogelijk een connectie, en James Bond wordt op missie naar New York gestuurd, waar hij zal samenwerken met Felix Leiter van de CIA, die Kananga's ambassade afluistert. Direct bij aankomst in New York wordt de chauffeur van Bond vermoord. Bond volgt de moordenaar naar een winkel vol voodoo-items. Vanuit de winkel volgt hij een auto, die naar Harlem gaat, en stopt bij een restaurant dat ook "Filet of Soul" heet. In het restaurant wordt Bond opgewacht en overmeesterd. Daar ontmoet hij Solitaire, een helderziend meisje dat voor Kananga werkt, en gangsterleider Mr. Big, die terstond opdracht geeft om Bond te doden. Buiten weet Bond te ontsnappen, met behulp van CIA-agent Harold Strutter. Deze legt hem uit dat Mr. Big de machtigste crimineel van de stad is. De vraag is wat Kananga en hij met elkaar te maken hebben.

Bond volgt Kananga naar San Monique, waar hij assistentie krijgt van CIA-agente Rosie Carver, en van Quarrel Jr. Als blijkt dat Rosie ook de assistente was van Baines, de agent die op het eiland vermoord werd, vertrouwt Bond het niet en zet Rosie onder druk. Ze wordt echter door de mannen van Kananga vermoord. Met behulp van Quarrel dringt Bond binnen in het huis van Solitaire, en verleidt haar in de hoop dat ze hem tegen Kananga zal helpen. Nu Solitaire echter geen maagd meer is, is ze haar gave ook kwijt. Samen ontsnappen ze van San Monique, maar niet alvorens te ontdekken dat Kananga er grote plantages vol papaver verbergt.

Ze gaan naar New Orleans om de laatste vraagstukken op te lossen, maar de bende van Mr. Big wacht hen op. Bond ontsnapt, maar zonder Solitaire. De CIA heeft in New Orleans ook een Filet of Soul-restaurant ontdekt. Bond en Felix gaan erheen, maar Bond wordt opnieuw gevangengenomen door Mr. Big, die zichzelf onthult als een vermomde Kananga. Kananga is van plan om twee ton heroïne gratis te gaan weggeven, zodat zijn concurrenten failliet zullen gaan, waarna hij een monopolie op de heroïnehandel zal hebben. De heroïne wordt verspreid via zijn restaurantketen. Door een simpele test weet Kananga nu zeker dat Solitaire haar gave kwijt is: woedend geeft hij haar over aan Baron Samedi. Bond wordt door Kananga's rechterhand Tee Hee naar een krokodillenfarm gebracht, om daar opgegeten te worden. Hij ontsnapt echter door over de ruggen van de beesten te springen en steekt het gebouw, waar de opium tot heroïne bewerkt wordt, in brand. Hij vlucht in een speedboot, wat een lange, verwoestende achtervolging oplevert.

Terug op San Monique gaat Bond Solitaire redden van de voodoo-cultus, terwijl Quarrel de papavervelden vernietigt met explosieven. In het gevecht werpt Bond Baron Samedi in een kist vol slangen. Bond en Solitaire komen echter terecht in de ondergrondse basis van Kananga, die besluit om hen aan de haaien te voeren. Bond snijdt echter zijn boeien door waarna hij erin slaagt om Kananga de gascapsule van een haaienpistool te laten inslikken, zodat de booswicht letterlijk ontploft.

Terug in de V.S. reizen Solitaire en Bond per trein naar het noorden. Onderweg probeert Tee Hee, die als verstekeling is meegegaan, om hen te vermoorden. In een fel gevecht knipt Bond de kabels van Tee Hees kunstarm door, zodat diens haak vast komt te zitten aan het raam, waarna Bond hem naar buiten gooit. Terwijl Bond en Solitaire menen dat alles weer in orde is, zit Baron Samedi springlevend voor op de trein, terwijl hij zijn duivelse lach laat weerklinken.

Productie[bewerken | brontekst bewerken]

Ook al was Live and Let Die het tweede boek van Ian Fleming, men heeft lang gewacht om het te verfilmen omdat films met zwarte mensen in de hoofdrol in een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, gevoelig lag. Ook een romance tussen een zwart en wit persoon zou op censuur kunnen stuiten. Begin jaren zeventig waren er al de nodige films gemaakt die in dit profiel pasten en durfde men het aan om het boek te verfilmen.[1]

Nieuwe Bondacteur[bewerken | brontekst bewerken]

Omdat Sean Connery stopte als Bondacteur moest er een nieuwe acteur gezocht worden. United Artists wilde dat een Amerikaan Bond speelde en zij stelden Paul Newman, Burt Reynolds, Clint Eastwood en Robert Redford voor. Burt Reynolds werd als beste kanshebber gezien. Toch werd gekozen voor de Engelsman Roger Moore. Screenwriter Tom Mankiewicz zou gezegd hebben dat een Amerikaanse Bond net zo onnatuurlijk zou zijn als een Engelsman als cowboy. Belangrijker was wellicht dat Moore goed in staat was de vereiste Bondhumor goed te laten landen. De hoeveelheid humor werd dan ook opgevoerd in de film. In 1962, bij het begin van de Bondreeks, vroeg men Roger Moore ook al voor de rol van Bond, maar Moore zat vast aan de serie The Saint. Men had al ervaring met de introductie van een nieuwe Bondacteur in de film On Her Majesty's Secret Service. Hier deed de nieuwe Bond de nodige stunts zonder dat de kijker zijn gezicht te zien krijgt waarna hij zijn bekende zin Bond.. James Bond zegt. In Live and Let Die ging men subtieler te werk. Bond wordt meteen na de titelsong getoond maar om te laten zien dat het om een nieuwe Bond ging werd Moore getoond met kleine verschillen t.o.v. van de eerdere Bond. O.a. Doordat hij geen wodka-Martini maar bourbon drinkt.[1] Bijzonder is ook dat men een kijkje bij Bond thuis krijgt. Ook gebruikt hij in zijn eerste film weinig gadgets.

Locaties[bewerken | brontekst bewerken]

Een deel van de opnamen vond plaats in Harlem in New York. Om hier te kunnen werken moest er geld aan plaatselijke bendes worden betaald. Manciewicz wilde een deel van de film in New Orleans zou spelen maar omdat er oorspronkelijk alleen een moord gepleegd zou worden zouden ze hier geen budget voor krijgen. Er moest dus een verhaal bedacht worden dat voor een groot deel in Louisiana afspeelt.[1]

Er is overwogen om de opnames in San Monique in Haïti op te nemen. Hier wordt Vodou (de lokale variant van Voodoo) veel gepraktiseerd en ook de sfeer in het land past beter bij de film. Men durfde het door de instabiliteit in het land echter niet aan.

Bijzondere stunts[bewerken | brontekst bewerken]

De stunt met de ontsnapping uit de krokodillenfokkerij werd uitgevoerd op Jamaica, door de echte eigenaar van de fokkerij. Hij had het trucje vaker uitgevoerd. De pootjes van de krokodillen werden vastgebonden zodat ze op dezelfde plek bleven liggen en hij rende er dan overheen. Hij moest het vijf keer overdoen. De vierde keer struikelde hij, en viel in het water en werd in zijn schoen gebeten. Deze eigenaar heette "Ross Kananga" en men besloot het karakter van de hoofdschurk naar hem te vernoemen.[1] Het bordje met "Tresspassers will be eaten" stond al bij de fokkerij en paste uitstekend in de sfeer van de film.

Na de ontsnapping volgt een achtervolging met speedboten. Er werden er 26 aangeschaft en 9 zouden heel blijven. Een van de speedboten komt bovenop een politieauto terecht. Dit is per ongeluk gebeurd maar werd wel in de film verwerkt.[1] Bij een van de sprongen met de speedboten werd een hoogte bereikt waarmee onbedoeld een wereldrecord werd gevestigd dat in het Guinness Book of Records terecht kwam.

De stunt met de dubbeldeksbus werd uitgevoerd door stuntman Maurice Patchett die zelf instructeur voor buschauffeurs in Londen was geweest. De bus werd eerst doorgezaagd en op rollers gemonteerd. De bus rijdt niet al te hard onder de brug door en de stunt ging meteen bij de eerste opname al goed.[1]

Bij de scène met Solitaire die vastgebonden door een slang gebeten zou worden ging wat mis. De priester werd zelf gebeten, liet de slang vallen en rende weg en de slang kroop naar haar toe terwijl ze niet kon vluchten.[1]

Filmlocaties[bewerken | brontekst bewerken]

Rolverdeling[bewerken | brontekst bewerken]

Acteur Personage Opmerkingen
Moore, Roger Roger Moore James Bond
Lee, Bernard Bernard Lee M
Maxwell, Lois Lois Maxwell Miss Moneypenny
Seymour, Jane Jane Seymour Solitaire
Kotto, Yaphet Yaphet Kotto Dr. Kananga/Mr. Big
Harris, Julius Julius Harris Tee Hee Kananga's handlanger
Holder, Geoffrey Geoffrey Holder Baron Samedi Kananga's handlanger
Hendry, Gloria Gloria Hendry Rosie Carver CIA-agente in San Monique
Clifton James Sheriff J.W. Pepper
Stewart, Roy Roy Stewart Quarrel Jr. Zoon van de Quarrel uit Dr. No
Hedison, David David Hedison Felix Leiter
Brown, Earl Jolly Earl Jolly Brown Whisper Kananga's handlanger
Lane, Tommy Tommy Lane Adam Kananga's handlanger
Satton, Lon Lon Satton Harry Strutter CIA-agent in New York
Arnold Williams Taxichauffeur #1
Ebbin, Michael Michael Ebbin Dambala Voodoo-priester en Kananga's handlanger
Kempf, Ruth Ruth Kempf Mrs. Bell
Smith, Madeline Madeline Smith Miss Caruso Italiaans agente en Bonds date

Filmmuziek[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Live and Let Die (soundtrack) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De titelsong van de film, Live and Let Die, wordt gezongen door Paul McCartney and Wings. De filmmuziek werd niet gecomponeerd door John Barry die meestal de muziek voor Bondfilms voor zijn rekening nam, maar door Beatle-producer George Martin.

De titelsong is uiteraard aan het begin van de film te horen. Tijdens de film wordt deze ook nog een keer gezongen door de zangeres B. J. Arnau tijdens een optreden in de Fillet of Soul.

  1. Live and Let Die - Main Title
  2. Just a Closer Walk With Thee/New Second
  3. Bond Meets Solitaire
  4. Whisper Who Dares
  5. Snakes Alive
  6. Baron Samedi's Dance of Death
  7. San Monique
  8. Fillet of Soul-New Orleans/Live and Let Die/Fillet of Soul-Harlem
  9. Bond Drops In
  10. If He Finds It, Kill Him
  11. Trespassers Will Be Eaten
  12. Solitaire Gets Her Cards
  13. Sacrifice
  14. James Bond Theme
  15. Gunbarrel/Snakebit
  16. Bond to New York
  17. San Monique
  18. Bond and Rosie
  19. The Lovers
  20. New Orleans
  21. Boat Chase
  22. Underground Lair

Boek en film[bewerken | brontekst bewerken]

De film is losjes gebaseerd op de roman van Ian Fleming, maar kent in de grote lijn al sterke afwijkingen. In de roman is Buonaparte Ignace Gallia, alias Mr Big, een gangsterleider die gouden munten smokkelt voor SMERSH. In de film is Mr Big een schuilnaam van Dr. Kananga, de dictator van het fictieve eiland San Monique, die plannen heeft voor grootschalige heroïnesmokkel naar Amerika. De roman speelt zich voor een groot deel op Jamaica af en andere locaties zijn Harlem (New York) en Florida. Terwijl voor de film het fictieve eiland San Monique werd bedacht. Verder spelen delen zich af in Harlem en omdat de scriptschrijver een Jazzliefhebber was werden scènes in New Orleans en Louisiana gesitueerd. Twee scenes uit het boek kwamen niet in de film en werden in latere Bondfilms verwerkt. De scène waarbij Felix Leiter deels aan een haai gevoerd werd. Deze werd in de film Licence to Kill verwerkt. De andere die waarbij Bond met een vrouw vastgebonden achter een boot over een koraalrif worden gesleurd. Deze scène kwam in de film For Your Eyes Only terecht. Er is wel geopperd dat het karakter van Dr. Kananga (in de film) geïnspireerd is op François Duvalier, de voormalig dictator van Haïti die zich ook met Voodoorituelen omringde.[1] Dit geldt niet voor het karakter uit het boek want dat is al geschreven voordat Duvalier president werd.

Solitaires ware naam komt wel voor in de roman. In de roman vraagt ze Bond om hulp om aan Mr Big te ontsnappen terwijl ze in de film door Bond wordt overgehaald om hem te helpen. Bond ontmaagdt haar In de roman pas op het einde van het verhaal en er wordt daar niet gesuggereerd dat ze hiermee haar gave verliest. In de roman gebruikt ze geen tarot- maar speelkaarten. Baron Samedi komt niet voor in de roman maar Mr Big doet zich voor als de Voodoogod Baron Samedi. Tee Hee heeft in de roman een veel kleinere rol en geen ijzeren klauw.

Quarrel Jr. die Bond helpt is in de film de zoon van Quarrel die in de film Dr. No gedood is. Het boek Live and Let Die is echter eerder geschreven dan het boek Dr. No. In de beide boeken gaat het gewoon om dezelfde Quarrel.

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • John Barry componeerde de filmmuziek niet, maar liet dit over aan Paul McCartney en George Martin.
  • Sean Connery zou $ 5.500.000 hebben gekregen als hij zelf Bond had gespeeld in Live and Let Die. Hij weigerde echter.
  • De "Redneck" (stereotype van een arme conservatieve blanke uit het zuiden van de VS) sheriff J.W. Pepper, werd zo populair dat hij terugkeerde in de volgende Bondfilm, waarin hij toevallig op vakantie blijkt in Thailand. Clifton James die de rol speelt kwam overigens helemaal niet uit het zuiden maar uit het noord-westen van de VS. Het accent heeft hij aangeleerd waarna hij vaker voor soortgelijke rollen werd gevraagd. Hij is universitair geschoold en tijdens de Tweede Wereldoorlog platoon sergeant geweest en hoog onderscheiden met o.a. twee Purple Hearts. Hier heeft hij waarschijnlijk zijn inspiratie voor de rol uit gehaald.[1]
  • Dit is de eerste film waarin 'Q' niet voorkomt. Desmond Llewelyn zou namelijk meespelen in de televisieserie Follyfoot, waar hij echter al na 3 uitzendingen uitgeschreven werd. In plaats daarvan is het Miss Moneypenny die Bond zijn gadgets geeft.
  • Op de achterkant van de tarotkaarten die in de film gebruikt worden staat in gestileerde letters "007".
  • Rosie is weliswaar een agente van de CIA maar blijkt behoorlijk onhandig. Ze is totaal niet stressbestendig, kan niet met wapens omgaan en valt direct door de mand als leugenaar. Het is daardoor vreemd dat ze überhaupt als dubbelspion bij de CIA is aangenomen.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]