Marrons

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tropenmuseum Royal Tropical Institute Objectnumber 10024950 Portret van drie Marron mannen en een.jpg
Een portret van drie Marronmannen (eerste helft 20e eeuw)
Tropenmuseum Royal Tropical Institute Objectnumber 1138-17f Aquarel voorstellende een Bosnegerkam.jpg
Aquarel voorstellende een Bosnegerkamp bij Berg en Daal door G.P.H. Zimmerman (1877)
Tropenmuseum Royal Tropical Institute Objectnumber 60006355 Portret van een Marron met kapmes.jpg
Marron met kapmes (ca. 1910)
Maroon village, Suriname River, 1955.jpg
Dorp van Marrons aan de rivier Suriname (1955)
Tropenmuseum Royal Tropical Institute Objectnumber 60006654 Marrons roeien tegen de stroom van de.jpg
Marrons roeien tegen de stroom van de rivier in

Marrons, ook wel Businenge of Bosnegers, zijn gevluchte West-Afrikaanse slaven die in stamverband in de oerwouden van Suriname zijn gaan leven, en hun afstammelingen.

De Engelse benaming Maroon (van het woord marronage), het Haïtiaanse Mawon en het Spaanse Cimarrón ('wilde, vluchteling', letterlijk 'levend op bergtoppen', van het Spaanse woord cima, 'top') verwijzen in bredere zin naar weggelopen slaven in het Caraïbisch gebied, Midden-Amerika, Zuid-Amerika en Noord-Amerika. Marronvolken werden aangetroffen van het Amazonebekken tot in de Amerikaanse staten Florida en North Carolina.

Overvallen door groepen Marrons kwamen vanaf de jaren 1520 voor. De nederzettingen van de Marrons stonden onder andere bekend als cumbes, palenques, quilombos, mocambos, ladeiras, of mambises.

In sommige landen, zoals Suriname en Frans-Guyana, zijn ook heden ten dage grote Marron-gemeenschappen te vinden.

Marrons in Suriname[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Marrons van Suriname voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Marrons van Suriname zijn afstammelingen van Afrikanen die door slavenhalers onder dwang naar Suriname zijn gebracht. Daar bevrijdden zij zichzelf uit de slavernij en vestigden zich in het oerwoud. Langs de rivieren bouwden ze een nieuw leven op met hun eigen cultuur, de Marroncultuur. Ook voerden zij guerrilla-oorlogen met de blanke kolonisten en planters, deels om benodigde goederen en wapens te verkrijgen, deels om lotgenoten te bevrijden.

Vanaf 1760 werden met verschillende groepen vredesverdragen gesloten, waardoor de Marrons ook juridische vrijheid verkregen en autonomie verwierven in het binnenland. Het eerste vredesverdrag in Suriname was op 10 oktober 1760 met de Ndyuka; deze datum, en het bijbehorende verdrag, is tot op heden van belang vanwege de territoriale rechten die de Marrons hieraan ontlenen. Andere groepen vluchtten na zware strijd naar het westen of over de Marowijne naar Frans-Guyana, waar ze voor de Hollanders onbereikbaar waren. Sindsdien hebben deze groepen zich dus vrij kunnen ontwikkelen, hetgeen de Surinaamse Marrons tot "het beste bewaarde stukje Afrika buiten Afrika" heeft gemaakt.

In andere delen van de Caraïben (inclusief Brazilië en het zuiden van de Verenigde Staten) zijn de Marrons om verschillende redenen meer opgegaan in de westerse cultuur.

In Suriname is 10 oktober uitgeroepen tot Dag van de Marrons, een nationale feestdag.

Marrons in Brazilië[bewerken]

Marronnederzettingen werden ook wel palenque of quilombo genoemd. Een van de meest bekende quilombos was een Braziliaans koninkrijk genaamd Palmares, dat rond 1630 in het binnenland van de noordoostelijke staat Alagoas gesticht was door een groep van zo'n 40 ontsnapte mannen en vrouwen, van origine Bantu's uit het Kongogebied en Angola. Het ging hen niet alleen om ontsnapping of wraak, maar ook om het stichten van gebieden waar Afrikanen politieke macht hadden en zich konden verdedigen tegen hun vijanden. Afrikaanse religies zoals Obeah en Vodun waren er belangrijk als organisatiemiddel. Op zijn hoogtepunt had Palmares een inwonertal van meer dan 30,000 vrije mannen, vrouwen en kinderen, en werd het geregeerd door een koning genaamd Zumbi (1655-1695). Palmares werd uiteindelijk in 1694 vernietigd door een aanval van het Portugese leger. Het heeft circa 65 jaar bestaan als een onafhankelijke staat, tot 1695 toen Zumbi werd gevangengenomen en geëxecuteerd op 20 november. In heel Brazilië waren er vele andere kleine quilombos (kleine groepen verborgen in de bossen werden mocambos genoemd), waar Afrikanen onderdak vonden en in vrijheid volgens hun eigen cultuur leefden. De geschiedenis van Quilombo dos Palmares inspireert nog steeds vele zwarte activisten die strijden voor vrijheid, mensenrechten, waardigheid, respect en gelijkheid.

Marrons in Colombia[bewerken]

De Palenqueros in Colombia ontsnapten van Spaanse plantages in het begin van de 17de eeuw. Bekende aanvoerders waren Domingo Benkos Biohó en Bayano. Bayano en zijn Marrons zetten de Spanjaarden onder zo'n zware druk dat de Spaanse onderkoning Canete besloot te onderhandelen. Overeengekomen werd, dat de Marrons het recht kregen om zich als vrije mensen te vestigen en zij weggelopen slaven die zich bij hen probeerden aan te sluiten zouden terugsturen naar hun eigenaars. Verdragen werden gesloten in 1713 en 1717. De nakomelingen van deze Marrons spreken Palenquero en Spaans.

Marrons in Venezuela[bewerken]

In 1552 kwamen 250 slaven uit de mijnen van Buria bij Nuevo Segovia, 200 km ten westen van Caracas, in opstand. Deze opstand werd geleid door El Negro Miguel, die koning werd van de gemeenschap. In de decennia en eeuwen die daarop volgden ontvluchtten duizenden slaven de huizen en plantages van hun overheersers en creëerden zij tientallen vrije gemeenschappen die in Venezuela bekendstonden als cumbes.

Marrons op Jamaica[bewerken]

Toen de Engelsen in 1655 de Spanjaarden van Jamaica verdreven, hebben de Spanjaarden hun slaven, voorzien van wapens, achtergelaten in het binnenland. De afstammelingen van deze slaven, de Maroons wonen nog steeds in het slecht toegankelijke, bergachtige binnenland. Met de sterke groei van het aantal suikerrietplantages nam ook de kracht en de frequentie van de Marron-activiteiten toe. Er was een grote instroom van slaven uit vooral de gebieden van de Goud- en Ivoorkust (nu Ghana en Ivoorkust. Deze nieuwkomers waren grotendeels Akan sprekende groepen, zoals de Fante en de fiere Ashanti en Coramantee. Door hun gemeenschappelijke taal konden ze communicatielijnen onderhouden en allianties vormen. Een beroemde Marronrebel was Grandy Nanny (of Granny Nanny). Zij is de enige vrouw op de lijst van Jamaicaanse nationale helden. Nanny was leider van de Jamaicaanse Marrons in de 18de eeuw. De Jamaicanen maakten haar onsterfelijk in liederen en legenden. Ze speelde vooral een belangrijke rol in de Eerste Onafhankelijkheidsoorlog (First Maroon War, 1720-1739). Grandy Nanny stond bekend om haar leiderschapskwaliteiten. Zij wist de Britten te verwarren door guerrilla-tactieken. De Maroon nederzetting Nanny Town is naar haar genoemd en haar beeltenis staat op het $500-biljet van de Bank of Jamaica.

Nadat de Marrons uit Trelawny Town de Second Maroon War (1795-1796) hadden verloren van de Engelsen, werden ze verbannen naar Nova Scotia (Canada), van waaruit ze in 1800 zijn gerepatrieerd naar Freetown in het huidige Sierra Leone, West-Afrika. Daar zijn zij opgegaan in de Creoolse bevolkingsgroep die tegenwoordig bekendstaat als de Krio gemeenschap.

Tot de dag van vandaag zijn de Marrons op Jamaica autonoom en hebben hun eigen cultuur. Hun grootste dorp, Accompong, in de Cockpit Country heeft nog ongeveer 500 zielen. Veel voorzieningen die in veel dorpen op Jamaica aanwezig zijn kent Accompong niet. De Jamaicaanse politie laat zich niet zien in Accompong omdat de Maroons hun zaken zelf oplossen. Ook het vaste telefoonnet bereikt Accompong niet, maar stromend water en elektriciteit is tegenwoordig op veel plaatsen wel aanwezig. Veel Maroons zien zich genoodzaakt om buiten de eigen gemeenschap werk te zoeken. Op het eiland Jamaica wonen circa 5.000 mensen en in landen als Canada, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië ongeveer 10.000 mensen van Maroon-afkomst. De Jamaicaanse overheid werkt aan een verbetering van de situatie, bijvoorbeeld door het bevorderen van toerisme. Er worden logiesmogelijkheden geschapen en er worden rondleidingen door het dorp aangeboden aan buitenlanders. Elk jaar op 6 januari wordt een groot festival gehouden om het vredesverdrag te herdenken, dat werd ondertekend met de Britten na de Onafhankelijkheidsoorlog.[1]

De erfenis van de Marrons van Moore Town staat sinds 2003 vermeld op de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid[2].

Marrons in Midden-Amerika[bewerken]

De Garifuna zijn een Marron-volk langs de Atlantische kust van Midden-Amerika.

Marrons in Panama[bewerken]

In 1570 nam het aantal Marrons in Villano, bij Nombre de Dios in het noorden van Panama, toe tot meer dan 2000. Zij ondernamen samen met Sir Francis Drake geslaagde overvallen op de Spaanse muilezel-transporten die zeer rijk beladen waren met zilver.

Marrons op Haïti[bewerken]

In de Spaanse kolonie Hispaniola (het eiland dat later verdeeld is in Haïti en de Dominicaanse Republiek) speelden de Marrons een belangrijke rol in de Haïtiaanse Revolutie. Op Haïti worden de Marrons Mawon genoemd.

Marrons in Mexico[bewerken]

Al in 1523 waren er berichten over Marrons in de streek Oaxaca in Nieuw-Spanje (het latere Mexico), waar zij aan de slavernij waren ontsnapt. In enkele gevallen slaagden Marrons erin militaire aanvallen te weerstaan en succesvol te onderhandelen met de koloniale machthebbers: zij verkregen hun vrijheid en de erkenning van hun woonplaatsen.

Het meest bekende voorbeeld is San Lorenzo de los Negros dat hernoemd werd tot San Lorenzo Cerralvo en Yanga heet. In 1570 leidde een Afrikaan genaamd Gaspar Yanga (ook bekend als Yanga, Naga of Nanga) een slavenopstand in het gebied van Córdoba en Orizaba in centraal Veracruz. Na mislukte pogingen om hem te verslaan, besloten de Spaanse autoriteiten in 1608 tot onderhandelingen. De gemeenschap werd enkele malen verplaatst, en werd in 1655 gevestigd op de huidige locatie. In 1932 werd de plaats hernoemd ter ere van Yanga.

Marrons in Noord-Amerika[bewerken]

De Black Seminoles, Marrons die ontsnapten vanuit South Carolina en Georgia naar de wildernis van Florida aan het eind van de 17de eeuw en zich daar verenigden met de Seminole Indianen, waren verreweg de grootste en meest succesvolle Marrongemeenschap in Noord-Amerika.

Van 1835-1838 leidden zij de grootste slavenopstand in de geschiedenis van de Verenigde Staten. In 1836, ontvluchtten honderden slaven de plantages om zich te voegen bij de opstandelingen in de Second Seminole War (1835-1842). Op het hoogtepunt van de opstand vochten 385 tot 465 plantageslaven en 500 tot 800 Black Seminole marrons samen met Indiaanse Seminole bondgenoten. Zij slaagden erin meer dan 21 suikerplantages te vernietigen in centraal Florida, in die tijd een van de meest ontwikkelde landbouwgebieden in Noord-Amerika. Een belangrijk aanvoerder was John Horse.

De afstammelingen van de Black Seminoles leven nog steeds in Oklahoma en Texas, op de Bahama's en in het noorden van Mexico. In de 19de eeuw werden de Black Seminoles in Florida Seminole Negroes genoemd door hun blanke Amerikaanse vijanden en "Estelusti" oftewel "Zwarte Mensen" door hun Indiaanse bondgenoten. Hedendaagse Black Seminoles staan bekend als "Seminole Freedmen" in Oklahoma, "Seminole Scouts" in Texas, "Black Indians" in de Bahama's en als "Mascogos" in Mexico.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Buddingh', Hans, 1995, Geschiedenis van Suriname, Het Spectrum, ISBN 9027430446
  • Caruso, Carla, 2005, Zumbi: o Último Herói dos Palmares, Calles, ISBN 8598750107
  • Dash, Julie, 1991, Daughters of the Dust, film spelend in 1902 langs de kust van South Carolina en Georgia, ASIN 6305729212
  • Diegues, Carlos, 1963, Ganga Zumba, film
  • Diegues, Carlos, 1985, Quilombo, film over Quilombo dos Palmares, ASIN B0009WIE8E
  • Garcia, Jesus, 1990, Barlovento: tiempo de cimarrones (San Jose de Barlovento: Editorial Lucas y Trina, ), 83.
  • Gabino La Rosa Corzo, 2003, Runaway Slave Settlements in Cuba: Resistance and Repression, translated by Mary Todd (Envisioning Cuba), Chapel Hill: University of North Carolina Press
  • Hoogbergen, Wim S.M. 1985, De Boni-oorlogen, 1757-1860: marronage en guerrilla in Oost-Suriname (The Boni Wars, 1757-1860: Marroons and guerrilla warfare in Eastern Suriname), Rijkuniversiteit Utrecht, Centrum voor Caraïbische studies, ISBN 90-70955-13-X
  • Hoogbergen Wim S.M., 1992, De Bosnegers zijn gekomen! Slavernij en rebellie in Suriname, Prometheus, ISBN 90-5333-101-8
  • Hoogbergen, Wim S.M., 1997, The Boni Maroon Wars in Suriname, Brill Academic Publishers, ISBN 9004093036
  • Kambel, Ellen-Rose en Fergus MacKay, 2003, De rechten van inheemse volken en marrons in Suriname, KITLV, ISBN 90-6718-210-9
  • McFarlane, Milton C, 1977, Cudjoe of Jamaica: Pioneer for Black freedom in the New World, R. Eslow, ISBN 0894900013
  • McFarlane, Milton C, 1977, Cudjoe the Maroon, Allison and Busby, ISBN 0850311713
  • Price, Richard, 2002, Maroons in Suriname and Guyane: how many and where, New West Indian Guide/ Nieuwe West-Indische Gids 76 (2002), no: 1/2, Leiden, 81-88, KITLV
  • Stedman, John Gabriel, 1796, Narrative of a five years' expedition against the revolted Negroes of Surinam, met gravures van William Blake naar tekeningen van Stedman, Londen.
  • Stedman, John Gabriel, 1799-1800, Reize naar Surinamen en de binnenste gedeelten van Guiana; door den capitain John Gabriël Stedman met plaaten en kaarten. Naar het Engelsch, vertaald door Johannes Allart, Amsterdam
  • Stedman, John Gabriel, 1992, Stedman's Surinam: Life in an Eighteenth-Century Slave Society. An abridged, modernized edition of narrative of a five years expedition against the revolted negroes of Surinam door Richard Price, Sally Price, The Johns Hopkins University Press; Reprint edition, March 1, ISBN 0801842603
  • Wallen, Trevor, 1997, Cudjoe, the Mountain Lion: A Story of a Jamaican Maroon, Macmillan Education, ISBN 0333639278
  1. Evans, Bill. 1995. History of The Accompong Maroons
  2. UNESCO