Molukse wijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Unbalanced scales.svg De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.
Maastricht-Heer, Molukse Wijk

Molukse wijken (ook Molukkerswijk of Ambonwijk) zijn woonwijken die verspreid over Nederland door de Nederlandse overheid begin jaren zestig gebouwd zijn voor Molukse beroepsmilitairen en hun gezinnen. De militairen waren afkomstig uit Molukse divisies in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Molukkers zijn de enige bevolkingsgroep in Nederland met eigen wijken. Oorspronkelijk zijn 71 wijken gebouwd, in 2017 hebben nog 45 gemeenten een aparte Molukse wijk[1]

Voorgeschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie geschiedenis van de Molukkers in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Dienstbevel[bewerken]

Toen de eerste Molukse KNIL-soldaten in 1950 met hun families op dienstbevel van de Nederlandse staat met de boot naar Nederland werden vervoerd, werden ze gehuisvest in voormalige werk- en concentratiekampen. Deze 90 kampen staan later ook wel bekend als de Molukse woonoorden. Hier zouden de Molukkers maar voor zes maanden blijven, voordat ze terug konden keren naar hun eigen staat, de Republiek der Zuid-Molukken. Dit hield onder meer in dat de Molukkers niet mochten werken en integreren. De meeste kampen bestonden uit oude barakken en waren vaak te klein voor een Moluks gezin dat meestal uit zeven personen of meer bestond. Ook hadden de huizen geen douches en keukens. Er waren gedeelde douches in het kamp aanwezig en een centrale keuken waar men in de rij moest wachten op eten.

Tijdelijk verblijf wordt permanent[bewerken]

In de tijd daarna werd de Zuid-Molukse Republiek geannexeerd door de nieuwe Republiek Indonesië waardoor terugkeer naar de Molukken niet mogelijk meer was. De Nederlandse regering besloot in de jaren 60 dat de Molukse kampen gesloten moesten worden en de Molukkers daardoor gedwongen werden te integreren in de samenleving. Dit leidde tot veel verontwaardiging onder de bewoners. De Molukkers woonden al jaren in de kampen die ernstige gebreken vertoonden en helemaal niet bedoeld waren voor permanente huisvesting. Zij zaten nog steeds te wachten op terugkeer naar hun vaderland, en voelden er niks voor om deel uit te maken van de Nederlandse samenleving. Het verblijf in Nederland zou immers maar tijdelijk zijn, was hun voorgehouden. Bovendien waren bij een aantal transporten vele Molukse gezinnen gedwongen om een deel van hun kinderen achter te laten bij familieleden op de Molukken omdat er maximaal drie kinderen mee mochten op de boot.

Frustraties leiden tot verzet[bewerken]

De frustraties hoopten zich op. Na het onverwachte ontslag van de Molukse militairen bij aankomst in Nederland met hun gezinnen en de inlijving van hun vaderland door Indonesië, kwam dit besluit van permanente vestiging als een mokerslag aan. Omdat terugkeer naar de Molukken niet meer mogelijk was, was dit niet alleen een klap in hun gezicht voor hun streven naar een vrije republiek, maar betekende dit ook dat men hun achtergelaten kinderen op de Molukken, die ze inmiddels al jaren niet meer hebben gezien, nu wellicht nooit meer zouden zien. Deze ingrijpende gebeurtenis zorgde ervoor dat de emoties buitengewoon hoog opliepen.

Ontruiming van de kampen[bewerken]

Nadat besloten werd dat de kampen gesloten moesten worden, begon de Nederlandse staat met het opdoeken van de kampen. De Molukse gemeenschap voelde zich verraden door de Nederlandse staat en dit leidde bij de ontruiming van verschillende kampen tot ongeregeldheden waarbij tijdens felle confrontaties zelfs vuurgevechten ontstonden tussen kampbewoners en de politie. Het verzet werd zelfs zo heftig dat als gevolg hiervan het Nederlandse leger met de Koninklijke Marechaussee en de Koninklijke Landmacht werden ingezet om de zware ongeregeldheden de kop in te drukken. Eén voor één werden de kampen ontruimd.

Gewelddadigheden Vaassen[bewerken]

Een van de meeste gewelddadige ontruimingen vond plaats op 14 oktober 1976 te Vaassen, op het beruchte Molukse kamp Berkenoord. Om precies half zeven in de ochtend trokken een groot aantal marechaussees met pantservoertuigen samen met een peloton van de Rijkspolitie Vaassen binnen. In totaal deden 470 man marechaussees, politie en militaire orderbewakers mee. In de omgeving rondom het kamp sloot de PTT de telefoon af. Vanaf dat moment lag het leven in het Gelderse dorp stil, terwijl het Zuid-Molukse kamp in een grimmige vesting veranderde.

Problemen[bewerken]

Nadat de marechaussee de barakken had vrijgemaakt ontstonden rond kwart voor 8 moeilijkheden bij de hoofdingang van het kamp. Honderden Zuid-Molukkers begonnen de politiemensen te bekogelen met stenen en balken. Drie marechaussees en twee hondengeleiders raakten hierbij gewond. Een ambulance reed met loeiende sirenes het kamp uit. Een Zuid-Molukker, de 23-jarige R. Pelamonia werd door een kogel geraakt in de hals.

In de loop van de ochtend gingen de schermutselingen verder in de nieuwbouwwijk van het kamp. Een van de nieuwe woningen stond in brand. Dit was het gevolg van een verkeerde taxatie door de politie waarbij een rookgranaat op de zolder terechtkwam (men dacht dat er geen brand was). Noodgedwongen moesten de bewoners deze brand zelf blussen. Ondertussen had een groep van 30 Zuid-Molukkers een ander nieuwbouwwoning, die nog niet bewoond werd, vlak bij de ingang van het kamp zelf in brand gestoken met molotovcocktails. Rond 9 uur probeerde de marechaussee de brandstichters te verwijderen met traangas en schoten in de lucht.

In verband met grote belangstelling van burgers uit het hele land had het buitenste cordon van de politie grote moeite om nieuwsgierigen en de pers buiten het onveilige gebied te houden. De belangstelling was groot, en overal uit het land kwamen mensen op het Gelderse dorp af. Boven de mensenmassa vloog een vliegtuig van de rijkspolitie, en een particulier vliegtuig. Een orgeldraaier maakte van de treurige situatie dankbaar gebruik en trok met zijn orgel door de wijken om het kamp...

Andere objecten in de dorpen Epe en Vaassen werden onder permanente politiebescherming gesteld. O.a. mobiele eenheden uit Rotterdam en Haarlem-Kennemerland bewaakten het gemeentehuis in Epe (perscentrum) en het politiebureau in Vaassen (beleidscentrum).

Rond half een 's middags boden nog twee of drie sluipschutters tegenstand. Daarna kreeg de politiebewaking een minder grimmig karakter. Hier en daar kregen de bewakers van de posten toegangswegen zelfs koffie en thee van de kampbewoners zelf. Als laatste kwam de familie Pattimukay uit een van de barakken. Na drie uur werden er geen schoten meer gelost door de sluipschutters.

Afbreken[bewerken]

Zodra de tegenstand afnam werd er onmiddellijk begonnen met het slopen van de barakken. Hierbij werden gepantserde bulldozers gebruikt die van een ijzeren kooi waren voorzien. Deze kooien zaten boven op de sloopwagens en de bulldozers werden weer door pantserwagens van de marechaussee gedekt. Dat het kamp een “mijnenveld” was bleek wel uit de vondst van verschillende wapens. Er werden een aantal pistolen, een Winchesterkarabijn, een kist met explosieven, automatische wapens (die tijdens verzet waren gebruikt) en veel steekwapens en boksbeugels gevonden.

Arrestaties[bewerken]

In totaal werden er 39 personen gearresteerd. De 23-jarige J.A.I.U. werd een poging tot doodslag ten laste gelegd. Veertien personen werden wegens vuurwapenbezit in voorlopige hechtenis gehouden. Onder de mensen die vrij werden gelaten bevond zich een moeder met zeven kinderen.

Het gewone leven in het dorp stond een tijd stil en scholen waren gesloten. Her en der waren groepen mensen aan het discussiëren. Voor zover bekend is het nooit tot een handgemeen gekomen tussen Zuid-Molukkers en andere Vaassenaren. De Zuid-Molukkers beperkten het geweld alleen tot de uniformdragers. Wel raakten een aantal auto’s van burgers in de omgeving van het kamp beschadigd door stenen.

De laatste schermutselingen 1981[bewerken]

Na het begin van de ontruiming zou het nog jaren duren voordat de laatste Molukse familie definitief het kamp zou verlaten. Toen het in 1981 op een woensdagochtend zover was en de laatste Molukse gezinnen het kamp hadden verlaten ontstonden er op het verlaten kamp schermutselingen tussen zo’n vijftig Molukse jongeren en twee pelotons mobiele eenheid. Hierbij raakten twee politiemensen gewond, van wie één opgenomen moest worden in het ziekenhuis.

Speciale wijken[bewerken]

Uiteindelijk had de Nederlandse regering in overleg met de Molukkers besloten om door het hele land aparte wijken uit de grond te stampen waar de Molukkers samen bij elkaar konden wonen om hun identiteit en eigen manier van leven te behouden. De bedoeling was om deze wijken kleinschalig te bouwen met gemiddeld zo’n 50 woningen per wijk. Desondanks werden de meeste wijken veel groter en ontstonden er zelfs wijken waar wel duizend Molukkers in woonden. Ook zijn de meeste wijken niet in het midden van een stad gebouwd, maar vaak aan de rand van een stad of dorp. Het zou daarna nog ruim 40 jaar duren voordat het laatste woonoord gesloten werd.

Regelingen[bewerken]

Deze nieuwe Molukse wijken vielen eerst onder het rijk Dienst der Domeinen (tegenwoordig Domeinen Roerende Zaken), het verkoopkantoor van de roerende eigendommen van de Nederlandse staat, als onderdeel van het ministerie van Financiën. Dit hield in dat deze wijken geen doorsnee woonwijken waren maar een speciale status bezaten. Niet alleen de wijken, maar de hele Molukse gemeenschap had een speciale status in Nederland. Dat kon ook worden afgeleid uit de aparte regelingen die gepaard gingen met deze wijken. De Molukkers waren immers niet op vrijwillige basis naar Nederland gekomen en mede door Nederland hun land kwijt geraakt. Zo waren de huren gemiddeld lager dan andere wijken en gold er een voorrangsregeling voor Molukkers die zich wilden huisvesten in een van deze wijken, wat altijd via de Molukse wijkraad gaat. Ook kreeg elke Molukse wijk een eigen kerk, een stichting (buurthuis) en een wijkraad dat is afgeleid van de kampraden uit de Molukse kampen. Sommige Molukse wijken werden op dezelfde plek als hun gesloopte voormalig Molukse kamp gebouwd, zoals kamp Berkenoord in Vaassen. Het Molukse kamp in Vught is het enige kamp dat niet gesloopt is en waar de Molukse bewoners vandaag de dag nog steeds wonen.

Door de vele heftige confrontaties tussen bewoners en de politie ten tijde van de woonoorden, ontstond er ook een aparte regeling per gemeente tussen de Molukse wijken en de politie. Zo is er bepaald dat alvorens de politie de Molukse wijk betreedt, er eerst contact moet worden opgenomen met de Molukse wijkraad. Dit om onnodige escalatie te voorkomen.

Symbool voor de vrijheidsstrijd[bewerken]

Behalve de speciale status hebben de wijken ook een symbolische functie met betrekking tot de Molukse vrijheidsstrijd, de geschiedenis van de Molukkers in Nederland en bevestigen ze derhalve de aparte en uitzonderlijke politieke status van de Molukse gemeenschap in Nederland. In Nederland is men niet altijd overal op de hoogte van het bestaan van deze wijken met hun aparte regelingen en de speciale status van de Molukse gemeenschap in Nederland. In een aantal gevallen protesteerden bewoners als er een woning in de wijk werd toegewezen aan mensen van een andere afkomst, zoals in 2004 in Sittard en in 2014 in Hoogeveen. Volgens de Molukkers gaat het hierbij niet om discriminatie maar om de naleving van gemaakte afspraken en het behoud van hun cultuur en geschiedenis.[2][3]

Molukse wijken tegenwoordig[bewerken]

De Molukse wijken verschillen in grootte. Zo zij er kleine wijken die maar uit een paar straten bestaan, maar ook wijken waar gemiddeld duizend Molukkers wonen. Ook zijn sommige Molukse wijken langzaam verdwenen. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat de Molukse wijken gaandeweg vanaf de jaren 80 vanuit het rijk Dienst der Domeinen werden overgedragen aan gemeenten en woningcorporaties. Vanwege gebrek aan communicatie en om de aparte afspraken zwart op wit op papier te zetten in sommige gemeenten waar een Molukse wijk gevestigd was, kwamen de aparte regelingen tijdens deze overdracht voor sommige Molukse wijken te vervallen. Hierdoor kregen bewoners van een andere etnische afkomst de mogelijkheid om zich te vestigen in een van de desbetreffende Molukse wijken. Dit ging veelal om een aantal kleinere Molukse wijken.

Zorgen & toekomst Molukse wijk[bewerken]

De meeste Molukse wijken bestaan vanaf 2010 al meer dan 50 jaar. In veel wijken werd dat gevierd met feesten en activiteiten, zoals bijvoorbeeld in Alphen a/d Rijn. In juli 2015 was hier het 3-daagse Sama Sama festival een groot succes. Hierbij werd de Molukse wijk tijdens het 50-jarige jubileumviering bezocht door koningin Máxima. Toch zijn er ook zorgen voor de toekomst van de Molukse wijk. Op verschillende plekken in het land zijn woningcorporaties bezig met bezuinigen. Daarbij proberen sommige af te komen van de speciale status van de Molukse wijken, zodat ze de huren kunnen verhogen en de wijken vrij spel worden voor iedereen om zich te vestigen. Ook maakt men zich zorgen over de voorzieningen in de Molukse wijken. Door bezuinigingen bij de gemeente zijn ook vele instanties en stichtingen opgeheven. Ook de KVR, die verantwoordelijk is voor de Molukse kerken zit in financiële problemen. Inmiddels zijn er al een aantal Molukse kerken gesloten.

Om deze zorgen te inventariseren en steun te bieden aan de wijken, zijn er een aantal bijeenkomsten geweest. Vertegenwoordigers van verschillende Molukse wijken uit het land kwamen in 2013 bijeen om de problemen te bespreken over hoe men de toekomst van de Molukse wijk veilig kan stellen. De Molukse wijk in Wierden is een voorbeeld van een wijk dat volledig gerenoveerd is en weer jaren verder kan. Hierbij is nauw samengewerkt tussen bewoners, gemeente, woningcorporatie en het bouwbedrijf. Voor de Molukse wijken is het belangrijk dat de wijken in contact blijven met elkaar. Wat de bijeenkomst o.a. heeft geleerd is dat de Molukse gemeenschap met hun wijken er niet alleen voor staan. Wethouder Putten noemde het belang van ambassadeurs binnen de gemeente die feeling hebben met de Molukse gemeenschap en die op de hoogte zijn van wat er met deze bevolkingsgroep is gebeurd. Uiteindelijk kwam een ding duidelijk naar voren, en dat is dat de Molukse wijk een toekomst heeft. Maar daarvoor moeten de bewoners wel zelf in actie komen, en samenwerken met de gemeente en woningcorporaties.

Het wijkgevoel[bewerken]

Tegenwoordig woont nog zo'n 40% van de Molukkers in aparte Molukse wijken en zijn de meeste wijken nog 100% Moluks. Al worden er in sommige wijken wel bewoners van een andere etnische afkomst toegelaten. In de meeste gevallen gaat het vaak om aangetrouwde familie. De bewoners zijn erg sterk gehecht aan hun woning. Wanneer er een bewoner van een woning overlijdt is het vaak een gewoonte dat de kinderen of kleinkinderen de woning overnemen. Zo worden de woningen generatie op generatie doorgegeven en zullen altijd een thuisbasis blijven voor de familie. De Molukse wijk is een begrip en wordt in een breder kader zelfs als erfgoed beschouwd. In de Molukse gemeenschap wordt de Molukse wijk ook wel gewoonweg ‘de wijk’ genoemd. De familiebanden in de Molukse gemeenschap zijn ook enorm hecht. Bijna elke Molukker die niet in een wijk woont heeft wel familie in één of meerdere wijken. De wijk is binnen de gemeenschap een belangrijke ontmoetingsplaats en is mede vanwege de geschiedenis voor veel mensen van sterke emotionele waarde. Het saamhorigheidsgevoel is groot in de Molukse wijk, evenals de sterke sociale controle. Dit laatste kan soms een belemmering vormen, waardoor sommige Molukkers liever buiten de wijk wonen. De aparte regelingen met de Molukse wijken gelden heden ten dage nog steeds.

Zie ook[bewerken]

Externe Links[bewerken]