Moord op Pim Fortuyn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moord op Pim Fortuyn
Gedenkplaat op de parkeerplaats van het Audiocentrum op het Media Park in Hilversum, waar Fortuyn werd vermoord.
Gedenkplaat op de parkeerplaats van het Audiocentrum op het Media Park in Hilversum, waar Fortuyn werd vermoord.
Plaats Media Park in Hilversum, Nederland.
Datum 6 mei 2002
Tijd 18.05
Wapen(s) Star Firestar M43 (9×19mm)
Doden 1
Dader(s) Volkert van der Graaf
Slachtoffer(s) Pim Fortuyn

De moord op Pim Fortuyn was een daad die op 6 mei 2002 in Hilversum werd gepleegd door Volkert van der Graaf. Dit was negen dagen voor de parlementsverkiezingen waarbij voor de politieke partij van Pim Fortuyn, de LPF, een grote zege werd voorspeld.

De aanslag[bewerken]

Fortuyn verliet kort na 18.00 uur de studio van Radio 3FM op het Media Park in Hilversum, waar hij kort tevoren interviews namens zijn partij LPF had gegeven. De laatste persoon die hem interviewde was Filemon Wesselink, die op dat moment stage liep bij 3FM. Fortuyn werd op weg naar zijn auto neergeschoten.[1] Ooggetuigen waren onder anderen Fortuyns gelegenheidschauffeur en kandidaat-Tweede Kamerlid Hans Smolders, een woordvoerder van de LPF, en radiopresentatoren Ruud de Wild en Jeroen Kijk in de Vegte. Reanimatie mocht niet meer baten; Fortuyn overleed kort na de aanslag. Hij is 54 jaar oud geworden.

Pim Fortuyn (1948 - 2002)

De dader werd even later enkele straten verderop, na onder meer door Smolders te zijn achtervolgd, door twee agenten gearresteerd. De aangehouden man werd door de politie geïdentificeerd als Volkert van der Graaf, een Nederlander van toen 32 jaar, woonachtig in Harderwijk. Hij had ten tijde van de moord geen strafblad en was werkzaam voor de milieubeschermingsorganisatie Vereniging Milieu-Offensief. Hij hield zich in die tijd met enig succes bezig met juridische procesvoering tegen milieu-overtredingen door met name boeren en tegen dierenmishandeling. Ook controleerde hij vaak eigenhandig of veehouders en boeren de vereiste milieuvergunningen hadden. Als motief voor de moord verklaarde Van der Graaf dat hij Pim Fortuyn zag als een gevaar voor de zwakkeren in de maatschappij.

De gevolgen[bewerken]

De moord op Pim Fortuyn leidde in Nederland tot geschokte reacties en geweld. Onder meer in Den Haag braken rellen uit, waarbij een auto in de parkeergarage onder het Plein (bij het Binnenhof) in brand werd gestoken. Ook buitenlandse media besteedden veel aandacht aan de moord.

De dag na de aanslag besloot het demissionaire kabinet-Kok II dat de nationale verkiezingen op 15 mei moesten doorgaan. De verkiezingscampagne kwam evenwel een week lang tot stilstand.

Verkiezingswinst[bewerken]

Mat Herben, de woordvoerder van de Lijst Pim Fortuyn en zelf de nummer twee op die kieslijst, kondigde aan dat Pim Fortuyn tot na de verkiezingen de (postume) lijstaanvoerder zou blijven. Dit had hoofdzakelijk een praktische reden: de kieslijsten mochten zo vlak voor de verkiezingen niet meer gewijzigd worden. Pas na de verkiezingen zou Herben als fractievoorzitter worden benoemd. De LPF werd met 26 zetels de grootste nieuwkomer in de Nederlandse parlementaire geschiedenis en de tweede partij van het land (na het CDA). Daarmee kwam de LPF in juli 2002 in de regering (kabinet-Balkenende I).

'Demonisering'[bewerken]

In Nederland kwam even een discussie op gang over de invloed op het klimaat van de verkiezingsstrijd van de 'demonisering', zoals Fortuyn dat noemde, van diens persoon door andere politici en de media. Fortuyn refereerde in interviews aan deze door hem ervaren demonisering. In een interview met Robert Jensen in diens televisieprogramma JENSEN! op 22 maart 2002 verklaarde Fortuyn dat de Haagse politici medeverantwoordelijk zouden zijn als op hem een aanslag gepleegd zou worden.[2] Na de moord op Fortuyn werd de bewaking van bewindspersonen en politici tijdelijk verscherpt.

Locatie van de moord

De advocaten Gerard Spong en Oscar Hammerstein dienden op 14 mei 2002 namens de Politieke Vereniging Lijst Pim Fortuyn een aanklacht in tegen Peter Storm, Marcel van Dam, Rob Oudkerk, de redactie van NRC Handelsblad, Matty Verkamman, Thom de Graaf en Bas Eenhoorn wegens het demoniseren van Pim Fortuyn. Het OM van Rotterdam maakte op 4 juni van dat jaar bekend de aanklacht niet in behandeling te zullen nemen omdat de aangedragen beschuldigingen niet strafbaar waren. Een maand later wees het Gerechtshof in Den Haag een klacht tegen dit besluit af.

Lijst Pim Fortuyn[bewerken]

Binnen de Lijst Pim Fortuyn ontstond een machtsvacuüm: de aanvoerders van de partij kregen al snel onderling ruzie. Zowel problemen rondom de leiding van de partij als leden van het kabinet (in het bijzonder Eduard Bomhoff en Herman Heinsbroek) zorgden voor een onhoudbare situatie. Na slechts 86 dagen geregeerd te hebben, kwam er dan ook een einde aan het Kabinet-Balkenende I. Bij de verkiezingen die volgden zakte de LPF terug naar 8 Kamerzetels en kwam de partij in de oppositie terecht.

Ondanks het snelle einde van de LPF in de regering, en het verliezen van 18 zetels bij de volgende verkiezingen, bleven denkbeelden van Fortuyn geruime tijd het politieke debat bepalen. Met name het twijfelen aan het succes van de integratie in Nederland en het ageren tegen 'achterkamertjespolitiek' waren veel genoemde onderwerpen.

Begrafenis en herdenking[bewerken]

Pim Fortuyn werd op 10 mei begraven op de begraafplaats Westerveld te Driehuis, in de provincie Noord-Holland. Op 20 juli werd zijn lichaam herbegraven in Provesano in Italië, waar hij een vakantiehuis bezat.

Ieder jaar organiseert de Stichting Beeld van Pim een herdenking op 6 mei.

Op 6 mei 2012 werd Fortuyns dood uitgebreid herdacht, onder meer met een mis in de Rotterdamse Laurenskerk, een symposium in het stadhuis en een bustoer door Fortuyn-aanhangers. Ook werd een deel van de Korte Hoogstraat in Rotterdam, waar sinds 2003 een borstbeeld van hem staat, omgedoopt tot Pim Fortuynplaats.

Trivia[bewerken]

  • Een onderzoek van Interview-NSS uit 2007 wees uit dat 5 jaar na de dood van Pim Fortuyn een kwart van de bevolking nog op hem zou stemmen als hij nog in leven zou zijn, meer dan 40% vond dat de politiek 'een nieuwe Fortuyn' nodig had. Uit het onderzoek bleek verder dat hij gezien werd als een goed redenaar (57%), iemand met het vermogen om onlustgevoelens stem te geven (37%), relnicht (15%), vreemdelingenhater (10%) en ruziemaker (10%).

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties