Marcel van Dam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marcel van Dam
MarcelvanDam.JPG
Algemene informatie
Naam Marcel Parcival Arthur van Dam
Geboren 30 januari 1938
Partij KVP (1956-1966);
PvdA (1966-2003)
Titulatuur drs.
Politieke functies
1973-1977    Staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
1977-1981 Lid Tweede Kamer
1981-1982 Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
1982-1986 Lid Tweede Kamer
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Marcel Parcival Arthur van Dam (Utrecht, 30 januari 1938) is een Nederlands socioloog en politicus. Hij was staatssecretaris en minister van Volkshuisvesting, Kamerlid, voorzitter van de publieke omroep VARA en programmamaker voor die omroep.

Levensloop[bewerken]

Van Dam werd geboren als zoon van een rechercheur bij de gemeentepolitie. Het katholieke gezin zou in totaal negen kinderen gaan tellen. Tijdens zijn jeugd overleden het jongste broertje van Van Dam en de broer boven hem. In de Tweede Wereldoorlog moest het gezin – volgens Van Dam zelf – onderduiken omdat Van Dam senior uit weigering joden te arresteren, in het verzet ging.[1]

Van Dam werd in 1956 lid van de KVP en studeerde vanaf 1957 rechten en sociologie aan de Universiteit Utrecht. De rechtenstudie heeft hij nooit voltooid. Hij werd in de politiek betrokken door zijn schoonvader, mr. Jan Derks. In 1965 studeerde hij af met een scriptie over kiezersgedrag, en twee jaar later heeft hij bij de Tweede Kamerverkiezingen de eerste exitpoll uitgevoerd, op basis van de door hem ontwikkelde methodologie.[2] In 1966 stapte hij over van de KVP naar de PvdA. Hij voegde zich bij Nieuw Links en was kandidaat voor functie van partijsecretaris, maar werd niet gekozen. Ook werkte hij twee jaar voor de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.

Marcel van Dam is gehuwd met Milou Derks. Het paar heeft twee kinderen en bewoont sinds 2000 in het Veluwse plaatsje Hulshorst een landhuis.

Ombudsman[bewerken]

Van Dam, die al in 1967 op de televisie verscheen met prognoses en analyses van verkiezingsuitslagen, begon in 1969 voor de VARA als ombudsman, naar een idee van Tom Pauka. In het programma, dat aanvankelijk "Geachte Ombudsman" heette en later simpelweg "Ombudsman", nam hij het op voor de "gewone man" die het slachtoffer was van onrechtmatige praktijken van het bedrijfsleven en de overheid.

Dit programma leidde tot de Exota-affaire, toen in afleveringen waarin ernstige ongevallen met ontploffende frisdrankflessen behandeld werden (een Amsterdams jongetje was hierdoor aan één oog blind geworden) de merknaam Exota werd genoemd en een aantal malen een filmpje te zien was waarin in slow motion een exploderende fles werd getoond. De VARA had aan het TNO gevraagd om "te filmen wat er precies gebeurt als er een willekeurige fles uit elkaar springt". Deze opnamen werden gemaakt met een zogenaamde highspeed camera.[3] Binnen een jaar tijd ging de verkoop van Exota terug met 57%. Daardoor raakte de fabrikant van dat merk (Van Tuijn's limonadefabriek, die al sinds 1948 "limonadegazeuse" maakte) in grote problemen. In 1971 oordeelde de rechter dat Van Dam de zaak onjuist had voorgesteld. De VARA werd veroordeeld tot een rectificatie en een schadevergoeding. De sterk gedaalde omzet van het merk Exota leidde later tot langdurige gerechtelijke procedures. Het duurde tot 1998 voordat uiteindelijk door de Hoge Raad werd beslist dat het schadebedrag van (inmiddels) 7,7 miljoen gulden aan de familie Van Tuijn moest worden toegewezen. In 1973 stopte Van Dam met het programma, om over te stappen naar de politiek.

Van Dam werd bij de Vara als Ombudsman opgevolgd door Hans Ouwerkerk, Johan van Minnen en als laatste Frits Bom.

Partij van de Arbeid – actieve periode[bewerken]

Marcel van Dam in de Tweede Kamer in 1980

De oud KVP'er en later Nieuw Linkser Van Dam werd in het kabinet-Den Uyl (19731977) staatssecretaris van Volkshuisvesting voor de PvdA en na de val van dat kabinet Tweede Kamerlid (1977–1981).
Tijdens het eerste kabinet Van Agt (1977–1981) zat Van Dam als oppositielid in de Tweede Kamer. Hij maakte in deze tijd naam met zijn plan voor de 25-urige werkweek. Deze werktijdverkorting stond hij voor, omdat economische groei alleen volgens hem de werkloosheid niet zal oplossen.
Tijdens de Lockheed-affaire kwam Van Dam in conflict met toenmalig minister-president Joop den Uyl; de laatste stuurde aan op een compromis in de gevoelige kwestie, waarbij prins Bernhard aan juridische vervolging zou ontkomen. Van Dam vond dat de prins onterecht vrijuit zou gaan. "Ik heb Joop gebeld en gezegd: Joop, ik neem ontslag. En ik ben naar huis gegaan."[4] Nadat Den Uyl urenlang op Van Dam had ingepraat ging deze tenslotte overstag.

In september 1981 werd hij minister van Volkshuisvesting in het Kabinet-Van Agt II, dat viel in mei 1982. Daarna werd hij weer Tweede Kamerlid. Hij voerde de bouw in van "van Dam-eenheden", die later HAT-eenheden werden genoemd. Het waren compacte woningen voor alleenstaanden- en tweepersoonshuishoudens. Tevens was hij tussen 1983 en 1985 ondervoorzitter van de parlementaire enquête-commissie die onderzoek deed naar de RSV-affaire. Hij speelde hierbij een belangrijke rol bij de verhoren en de verslaglegging.

Als oppositievoerder tegen het kabinet-Lubbers viel hij op door zijn plastisch taalgebruik. Hij verrijkte de Nederlandse taal met het werkwoord "belubberen" (belazeren).

VARA[bewerken]

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw werd hij onder meer presentator van het VARA-programma De Achterkant van het Gelijk waarin hij op oorspronkelijke, Socratische wijze gasten uit de politiek en de wetenschap met paradoxale vraagstukken confronteerde, doorvragend totdat de gast(en) met hun oorspronkelijke standpunten niet goed meer weg wisten. Zijn deelname aan dit en andere televisieprogramma's combineerde hij met zijn Tweede-Kamerlidmaatschap.

Voorzitterschap[bewerken]

In 1985 stelde Van Dam zich kandidaat voor het voorzitterschap van de VARA. In november 1985 werd hij benoemd als opvolger van Albert van den Heuvel, die in dat jaar vicevoorzitter was geworden van de raad van beheer van de NOS. Hij heeft van de noodlijdende arbeidersomroep weer een rendabele omroep gemaakt, al waren daar harde saneringen voor nodig. Niet iedereen nam hem dat in dank af. Hij bleef voorzitter tot 1995 en werd opgevolgd door Vera Keur.

Debat met Pim Fortuyn[bewerken]

Daarna werkte hij mee aan het programma "Het Lagerhuis" (alsmede een juniorversie met middelbare scholieren) dat hij zelf had bedacht. Tijdens een heftig debat[5] op 15 februari 1997 met Pim Fortuyn over diens boek De islamisering van onze cultuur (waarin Fortuyn waarschuwde voor problemen van de multiculturele samenleving in het algemeen en van de islam in het bijzonder) maakte Van Dam Fortuyn uit voor "een buitengewoon minderwaardig mens". Het fragment duikt op in 06/05, de film van Theo van Gogh en Tomas Ross over de moord op Fortuyn. De makers trachtten ermee aan te tonen dat Fortuyn is gedemoniseerd. Fortuyn gebruikte, jaren na de uitzending van het debat, ook de term demonisering, hoewel hij beweerde dat Van Dam hem een "untermensch" had genoemd.

Op de helft van het beruchte, negen minuten durende debat verweet Van Dam Fortuyn dat deze in het Algemeen Dagblad van de dag daarvoor kreten had losgelaten als “een land, een volk, een natie” en dat dit in zijn ogen de sfeer opriep “waarmee de NSB voor de oorlog stemmen probeerde te winnen”. Hierop kwam Fortuyn met de repliek “U werkt altijd onder de gordel” en beweerde hij dat Van Dam hem zes jaar eerder “op één lijn had gesteld met Adolf Eichmann”. Van Dam sprak dit tegen (“Da’s niet waar”), waarop Fortuyn zei dat Van Dam in een interview met Bibeb in Vrij Nederland over zijn nieuwe roman had verteld dat hij een Eichmann van de jaren negentig zocht, professor Fortuyn op de televisie had gezien en toen dacht “Die man, hij lijkt uiterlijk op Eichmann”.[6] Van Dam zegt dan: “U liegt”, en even later “U liegt, u liegt, en u bent niet alleen een leugenaar, maar u bent een ophitser waarmee u het Nederlandse volk...”.

Fortuyn: “En u bent een populist en een onder-de-gordel-werker.”

Van Dam: “Populist? Populist? Weet u wat ik zo vreselijk vind?"

Fortuyn: “Ja? Ik vind u vreselijk.”

Van Dam: “Dat u potentiële angsten bij het Nederlandse volk tegen vreemdelingen exploiteert...”

Fortuyn: “Weet u wat u doet met dit debat. Ik heb..”

Van Dam: “...exploiteert om die boekjes, die overigens nog voor geen gulden informatie bevatten, om dat te verkopen.”

Fortuyn: “Alweer zo’n beschuldiging. Wat ik probeer met mijn boek...”

Van Dam: “U bent een buitengewoon minderwaardig mens. Weet u dat?”

Fortuyn: “Ik probeer in mijn boek het debat te verbreden mijnheer Van Dam en die politiek correcte kerk van u te bestrijden.”

Van Dam: “Debat te verbreden? U probeert mensen tegen elkaar op te hitsen.”

Fortuyn: “Toon mij dat aan.”

Van Dam: “Waarom denkt u dat Janmaat u een zetel aanbiedt?”

Fortuyn: “Moet ik daar verantwoording voor afleggen?”

Van Dam: “Ja, daar moet u verantwoording voor afleggen, ja.”

Nacht van Van Dam[bewerken]

Op 29 januari 2005 vond de laatste uitzending plaats van Het Lagerhuis, omdat Van Dam had besloten dat hij niet langer op televisie wilde verschijnen. In de daaropvolgende nacht werd "De nacht van Van Dam" uitgezonden, waarin Hanneke Groenteman met Van Dam een aantal van diens hoogtepunten en dieptepunten doornam. Zo kwam ook het conflict met Fortuyn aan de orde. De uitzending van het beruchte debat was nooit herhaald maar het werd nu nogmaals uitgezonden. Van Dam betuigde spijt over zijn woorden, al meende hij dat hij door Fortuyn met zijn opmerkingen over het Vrij Nederland-interview was geprovoceerd. Ook de Exota-affaire kwam aan de orde. Van Dam verklaarde blij te zijn dat het fragment werd uitgezonden, want volgens hem werd er al jaren allerlei onzin over verteld. Volgens Van Dam was men pas gaan procederen toen hij voorzitter van de VARA werd. Ook zou het, aldus Van Dam, niet waar zijn dat de fabriek als gevolg van de uitzending van de Ombudsman failliet was gegaan.

Weg uit de PvdA[bewerken]

Na kritiek van Van Dam op de nieuwe AOW-financieringsmethodiek van Wouter Bos, werd in mei 2006 bekend dat Marcel van Dam al eind 2003 zijn lidmaatschap van de PvdA had opgezegd. Van Dams bezwaren betroffen vooral de door hem veronderstelde fixatie van de partij op de middeninkomens. Op 22 november 2006 brak Van Dam definitief met de PvdA door openlijk op de SP te stemmen. Hij schreef hierover in zijn column op de Forumpagina van de Volkskrant dat de PvdA 'zijn partij niet meer is'. Tevens schreef hij dat met wat meer vernieuwing, wat minder provincialisme en een wat groter geloof in de vooruitgang, de SP de plaats van de PvdA in het politieke krachtenveld kan gaan overnemen.

In november 2009 bracht Van Dam zijn boek "Niemands land" op de markt waarin hij aangeeft dat er in Nederland groepen mensen ontstaan, door hem 'onrendabelen' genoemd, die niet kunnen voldoen aan de eisen die de maatschappij stelt. Als oorzaak noemt hij de neoliberale opvattingen die gemeengoed zijn geworden en waaraan ook de PvdA zich niet heeft weten te onttrekken. Daardoor is, aldus Van Dam, een cultuur ontstaan waarin het verantwoordelijk zijn voor elkaar, ook voor de zogenaamde onrendabelen, ontbreekt.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het oorlogsverhaal van Marcel van Dam, NOVA, 4 mei 2009.
  2. Van Dam, Marcel P.A. & Jan Beishuizen (1967) Kijk op de kiezer. Amsterdam: Het Parool
  3. Exota flessen worden tot ontploffing gebracht (de geciteerde passage begint vanaf 4.10)
  4. Van Dam dreigde met aftreden om Lockheed-affaire
  5. Integraal debat van Van Dam en Fortuyn op YouTube
  6. Letterlijk zegt Marcel van Dam in dit interview het volgende: "Mijn roman gaat over een man met een versplinterd karakter. Hij heet Sinnewille. Uiterlijk lijkt hij op professor (Pim) Fortuyn. Toen ik die op de televisie zag, dacht ik: dat is hem. Maar alleen uiterlijk. Sinnewille is iemand die probeert in jouw vel te kruipen, dat doet hij bij iedereen." Na een vreemde stilte prevelt hij met wilde woede. ‘Hij heeft alles in zich wat ik haat. Een vreselijk mens, gevaarlijk. Zoals Harry Mulisch schreef over Eichmann, de juiste man op iedere plaats’. Tot alles bereid. Naarmate een land minder goed geregeerd wordt krijgt dit soort mensen alle kansen. Mijn vader sprak altijd met intense minachting over collega’s die de misdaden van de moffen tolereerden. Ik kan via Sinneville m’n agressie kwijt, dat is hard nodig. Als kind heb je het makkelijker; dan sla je erop.” Bron: Vrij Nederland, 21 december 1991
Voorganger:
Werner Buck
Staatssecretaris voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
1973–1977
Opvolger:
Gerrit Brokx
Voorganger:
Danny Tuijnman
Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
1981–1982
Opvolger:
Erwin Nypels