Nepnieuws

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Infographic How to spot fake news, uitgegeven door de International Federation of Library Associations and Institutions.

Nepnieuws (in het Engels fake news) is desinformatie verhuld als nieuws, die verspreid wordt via websites, sociale media en traditionele media, met als doel het maken van winst of het beïnvloeden van de publieke opinie.[1] Daarnaast wordt het ook in de politiek gebruikt als frame tegen de journalistiek.

Begripsgeschiedenis[bewerken]

In de Engelstalige wereld werd fake news een vaste samenstelling in de vroege 21e eeuw, eerst ter aanduiding van satirische mediarubrieken met geheel verzonnen 'nieuwsberichten' (hoaxes), zoals The Onion en The Daily Show. Vanaf 2016 werd de term, in diverse vertalingen, internationaal gangbaar naar aanleiding van de presidentiële verkiezingen in de VS.[2] Verzonnen berichten over beide kandidaten zouden veel kiezers foutieve informatie verschaft hebben en zo de uitslag van de verkiezingen hebben beïnvloed.[3]

Een definitie van nepnieuws die door zowel The Guardian als NRC Handelsblad wordt gehanteerd, luidt dat het volledig verzonnen verhalen betreft, die als berichtgeving gepresenteerd worden. Deze definitie vangt satirisch 'nieuws' tot op zekere hoogte, maar laat een verschil bestaan tussen nepnieuws en andere vormen van slechte journalistiek, zoals overdrijving of het verzinnen van extra 'feiten' bij werkelijke gebeurtenissen.[4][5]

De term fake news is ook overgenomen door president Trump en anderen binnen Amerikaans rechts als frame tegen, in hun ogen, vijandige nieuwsmedia. Volgens sommige journalisten staat de betekenis van de term hierdoor onder druk;[6] anderen wijten de populariteit van het frame aan de manier waarop de media incidentjes rond de president haastig uitvergroten, ten koste van het echte politieke nieuws.[7]

Onderzoeken[bewerken]

De sociale media worden vaak als katalysator aangewezen. Onderzoek van Northwestern-universiteit wees uit dat in 2017 30% van het nepnieuws, tegenover 8% van het werkelijke nieuws, te verbinden was aan verspreiding via Facebook.[8]

In een onderzoek uit 2017 wordt de stelling dat nepnieuws de Amerikaanse verkiezingen zou hebben beïnvloed in twijfel getrokken: hoewel veel kiezers nepnieuws hadden gelezen en het meeste nepnieuws op de hand was van winnaar Donald Trump, moet het effect per bericht erg groot zijn geweest in vergelijking met campagnespotjes.[3] Uit onderzoek van Google bleek 4700 dollar aan Rusland gelinkte advertenties te zijn ingekocht, op een totaal van 81 miljoen dollar aan ingekochte advertenties door beide kandidaten. [9]

Uit een onderzoek naar 126.000 berichten tussen 2006 en 2017 bleek dat nepnieuws zich tot zes maal sneller verspreidt dan “echt” nieuws, maar dat die verspreiding vooral door mensen gebeurt, veel minder door bots.[10][11]

Bestrijding[bewerken]

Verschillende organisaties en media werpen zich intussen op als “fact checkers”, al dan niet met instructies rond het detecteren van nepnieuws.[12][13]

Paus Franciscus vroeg in zijn boodschap voor de 52ste Wereldcommunicatiedag op 13 mei 2018 “om de strijd aan te gaan met het zogeheten fake news, dat aanspoort tot haat en populisme”.[14]

Europese Unie[bewerken]

De Europese Commissie stelde begin 2018 een programma op om nepnieuws te bestrijden.[15]

Nederland[bewerken]

In Nederland waarschuwde minister Ollongren in 2017 in een kamerbrief voor nepnieuws. Hiermee doelde zij met name op Russische inmenging. [16]

Oorsprong[bewerken]

Naast politieke motieven kan ook puur winstbejag een motief zijn om nepnieuws te produceren. Zo kwamen twee onderzoekers in april 2018 op het spoor van een netwerk van nepnieuwsverspreiders, onder meer uit Ghana. De initiatiefnemers zouden gebruik maken van misleidende sitenamen zoals breaking-cnn.com, tv-bbc.com, aljazeeranews-tv.com, of fox-news24.com. Bekende procédés zijn verzonnen berichten over bekende personen, die dan zogenaamd overleden zijn, of betrapt werden met drugs op zak.[17]

Zie ook[bewerken]