Gelijkenissen van Jezus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Parabels van Jezus)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De gelijkenissen van Jezus zijn parabels in de drie synoptische evangeliën waarmee Jezus zijn leer uitlegt. Het zijn kleine verhalen die een diepere betekenis willen overbrengen. Ze stonden in een joodse traditie die met name levendig was in Galilea, waar aansluiting werd gezocht bij bepaalde profeten van het Oude Testament.

Begrip[bewerken | brontekst bewerken]

Parabels zijn een literair genre dat behoort tot de beeldspraak. Het onderscheidt zich in principe van spreuken, zinnebeelden en allegorieën doordat het een meer uitgewerkte vorm heeft die in een kort verhaal wordt opgediend, al is er geen scherpe grens. Doorgaans worden in het Nieuwe Testament een veertigtal parabels van Jezus onderkend, maar als men de kortere metaforen in aanmerking neemt kan men ook tot een vijftigtal komen.

Thema's[bewerken | brontekst bewerken]

Een prominent thema is het Koninkrijk van God dat volgens Jezus zou aanbreken en waarvan moest worden uitgelegd wat dat precies voorstelde. Er zijn gelijkenissen die de waarde en de onvermijdelijkheid ervan benadrukken, maar ook de goddelijke generositeit. Veel aandacht krijgt de omkering van de menselijke verhoudingen die de regering van God op aarde zal teweegbrengen.

Authenticiteit[bewerken | brontekst bewerken]

Een grote vraag is in welke mate de parabels Jezus' woorden reflecteren dan wel in zijn mond zijn gelegd door de evangelisten. Toepassing van de historische methode leidt tot de conclusie dat slechts een handvol verhalen als authentiek te beschouwen zijn voor de geschiedwetenschap. Vooral het criterium van de meervoudige attestatie elimineert een groot aantal gelijkenissen, wat nog niet betekent dat het vaststaat dat Jezus ze nooit heeft uitgesproken, enkel dat er te weinig informatie is om daarover een zinvol oordeel te vellen. Onder de weinige parabels die historisch-kritisch aan Jezus toeschrijfbaar zijn, behoren het mosterdzaadje, de slechte pachters, het bruiloftsmaal en de talenten. De parabels die enkel voorkomen in de evangeliën van Matteüs en Lukas, zijn naar alle waarschijnlijkheid hun eigen composities en weerspiegelen dus eerder het vroege christendom.

Overzicht[bewerken | brontekst bewerken]

Synoptische evangeliën[bewerken | brontekst bewerken]

In de tabel hieronder zijn 41 parabels weergegeven. De volgende niet-opgenomen vergelijkingen worden soms ook tot de parabels gerekend:

  • Het zout der aarde en het licht van de wereld
  • De splinter en de balk
  • De nauwe deur
  • De lelies in het veld
  • De kloek en haar kuikens
Gelijkenis Matteüs Marcus Lucas Andere (elimineerbare) bronnen
De lastige vriend 11:5–13
De voornaamste plaats aan tafel 14:7–14
De uitbottende vijgenboom 24:32–33 13:28–29 21:29–32
De onvruchtbare vijgenboom 13:6–9
Het visnet 13:47–48 Thomas 8
De twee schuldenaars 7:41–43
De bouwers op rots en op zand 7:24–27 6:47–49
De heer en zijn knecht 17:7–10
Het koninklijke bruiloftsmaal 22:1–14 14:16–24 Thomas 64
De wijze en de dwaze meisjes 25:1–13
De parel 13:45–46 Thomas 76
De lamp onder de korenmaat 5:14–15 4:21–22 8:16;  11:33
De kameel en het oog van de naald 19:23ff 10:24ff 18:24ff
Nieuwe stof op een oud kleed 9:16 2:21 5:36
Nieuwe wijn in oude zakken 9:17 2:22 5:37–38
De farizeeër en de tollenaar 18:9–14
De rijke dwaas 12:16–21 Thomas 63
De rijke man en Lazarus 16:19–31
Het zuurdesem 13:33 13:20–21 Thomas 96
De onbarmhartige knecht 18:23–34
De schat in de akker 13:44 Thomas 109
Het mosterdzaadje 13:31–32 4:30–32 13:18–19 Thomas 20
De talenten / De mina's 25:14–30 19:12-27 Nazorenen 18
De slechte pachters / De misdadige wijnbouwers 21:33–41 12:1–9 20:9–16 Thomas 65
De torenbouw 14:28–33
De onrechtvaardige rentmeester 16:1–8
Het onkruid tussen de tarwe 13:24–30 Thomas 57
De terugkeer van de huisheer / De dief in de nacht 24:43–51 13:33–37 12:35–48 Thomas 103
Didachè 16:1a
De sterke man 12:29 3:27 11:21–22 Thomas 35
Het vanzelfgroeiende zaad 4:26–29 Thomas 21
De schapen en de bokken 25:31–36
De rechter en de weduwe / De onrechtvaardige rechter 18:2–5
De twee zonen 21:28–31
De val der blinden 15:14 6:39 Thomas 34
De arbeiders in de wijngaard / De werkers van het elfde uur 20:1–16
De kinderen op het marktplein / De kindermuziek 11:16-19 7:31-35
Het verloren schaap / De goede herder 15:4–7 Thomas 107
Waarheid 31-32
Het verloren geldstuk 15:8–10
De verloren zoon 15:11–32
De zaaier 13:18–23 4:13–20 8:11–15 Thomas 9
1 Clemens 24:5
De barmhartige Samaritaan 10:25–37

Evangelie volgens Johannes[bewerken | brontekst bewerken]

Van het Evangelie volgens Johannes wordt meestal gezegd dat het geen parabels bevat. Het eigenlijke Griekse woord komt bij hem niet voor, wel de verwante term paroimía (παροιμία), die soms eveneens wordt vertaald met "gelijkenis". Uitgewerkte beeldspraak bij Johannes is te vinden in De goede herder (10:11-14), De graankorrel (12:24-25) en De barende vrouw (16:21-22).

Dicht in de buurt komen ook de Ik ben-uitspraken waarmee Jezus metaforisch naar zichzelf verwijst. Deze zeven perikopen worden beschouwd als titels van Jezus:

  • Ik ben het Brood des Levens (6:35)
  • Ik ben het Licht van de Wereld (8:12)
  • Ik ben de Deur (10:9)
  • Ik ben de Goede Herder (10:11-14)
  • Ik ben de Opstanding en het Leven (11:25)
  • Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven (14:6)
  • Ik ben de Wijnstok (15:1-5)

Niet-canonieke parabels[bewerken | brontekst bewerken]

Veel parabels uit de canonieke evangelies komen terug in het apocriefe Evangelie van Thomas, dat 114 uitspraken van Jezus oplijst (logia). Twee gelijkenissen zijn uniek aan het Thomasevangelie, namelijk De lege kruik (97) en De moordenaar (98).

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Parables of Jesus Christ van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.