Constitutionele monarchie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Parlementaire monarchie)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De constitutionele monarchieën waarbij de monarch daadwerkelijk veel macht heeft zijn violet gekleurd, de parlementaire constitutionele monarchieën zijn rood gekleurd

Een constitutionele monarchie is een vorm van monarchie waarbij de positie van de monarch of regent in de Grondwet is geregeld. Deze constitutie is meestal neergelegd in een een geschreven grondwet. Het Verenigd Koninkrijk is ook een constitutionele monarchie, hier bestaat de grondwet uit een reeks documenten en afspraken.

Geschiedenis[bewerken]

De moderne constitutionele monarchieën waren voor de Franse Revolutie absolutistische monarchieën; de koning bepaalde alleen de gang van zaken. Een van de weinige landen waar dit niet zo was, waren Engeland, waar het parlement al aanzienlijke rechten had, en de Nederlandse republiek. Officieel was Nederland geen koninkrijk en de stadhouders, de Oranjes, bepaalden dan ook niet alleen het beleid maar probeerden toch voortdurend meer macht in handen te krijgen. Na de Franse tijd was Nederland een volwaardig koninkrijk met een machtige koning. In het revolutiejaar 1848 moest deze een aanzienlijk deel van zijn macht inleveren aan het parlement en was Nederland een echte constitutionele monarchie geworden. In de loop van de 19e eeuw moesten steeds meer monarchen stukje bij beetje hun macht inleveren aan het parlement. Voorbeelden zijn de Scandinavische koninkrijken en ook de Britse monarch raakte steeds meer invloed kwijt aan het House of Lords en House of Commons. Dan volgden de keizers van Duitsland (de Rijksdag vanaf 1871) en Oostenrijk-Hongarije. De Russische tsaar was pas de laatste Europese monarch, in 1905 met de oprichting van de Doema, die het absolutisme afvoerde. Mede door de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog werden de monarchieën in Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Rusland zelfs helemaal afgeschaft. Tot dan hadden hun volksvertegenwoordigingen alleen een beperkte invloed op het bestuur en waren deze landen te kenschetsen als semi-constitutionele monarchieën.

Nederland en België[bewerken]

De Nederlandse monarchie en de Belgische monarchie zijn voorbeelden van de combinatie van een constitutionele monarchie en een parlementaire democratie met regering en parlement . Dit wil zeggen, de Koning is staatshoofd. Wel is in het Nederlands en het Belgisch systeem de macht van de Koning beperkt. Volgens het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden art. 2 is de Koning onschendbaar en zijn de ministers verantwoordelijk voor de daden van de Koning binnen het ambt. De ministers dragen dus de verantwoordelijkheid voor het doen en laten van de Koning, ministeriële verantwoordelijkheid genoemd.

Positie van de vorst in de constitutionele monarchie[bewerken]

De Britse zakenman en journalist Walter Bagehot formuleerde in 1867 in een bundel essays de drie rechten van de Koning in de Britse parlementaire democratie: "het recht om te worden geïnformeerd, het recht om aan te moedigen en het recht om te waarschuwen".

De door Bagehot geformuleerde beperking van de werksfeer van een constitutioneel vorst in een constitutionele monarchie heeft ook nu haar geldigheid nog niet verloren en ze wordt ook in de 20e en 21e eeuw nog vaak aangehaald.

Zie ook[bewerken]