Bi-nationale staat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Israel-Palestine button.svg

Een bi-nationale staat of binationale staat is een voorgestelde één-staat-oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict, waarin geheel historisch Palestina als gezamelijke thuisstaat geldt voor twee verschillende nationaliteiten (Joden en Palestijnen). Staatsburgers van beide nationaliteiten hebben één gemeenschappelijk grondgebied, één gezamenlijke grondwet en één centrale democratisch gekozen regering, die evenredig is vertegenwoordigd door de verschillende belangengroepen van de burgers, die allen gelijke rechten hebben. In het geval van een democratische staat, kan dan geen sprake zijn van een joodse of islamitische staat (omdat daarmee de rechten van één van beide gemeenschappen boven die van de andere worden gesteld). Een bi-nationale staat sluit een federatie of een verdeling in deelstaten of iets dergelijks niet uit.

Meerdere joodse organisaties in Palestina pleitten vóór 1948 voor bi-nationalisme, soms omdat zij een joodse staat niet haalbaar achtten, soms omdat zij tegen zo'n staat waren om morele of ideologische redenen. Kort voor WWII verenigden verschillende van deze groepen zich in de "League for Jewish-Arab Rapprochement and Cooperation".[1][2]

Onder de arabieren was het een algemeen geaccepteerd streven, tot aan de Israëlisch-arabische oorlog vanaf 1947. Volgend op de Israëlische bezetting in 1967, streefden Fatah en PLO in 1969 opnieuw voor een bi-nationale staat.[3] In de Palestijnse onafhankelijkheidsverklaring van november 1988 accepteerde het parlement van de PLO echter het VN-verdelingsplan,[4] waarmee afstand werd genomen van een bi-nationale staat.

Nu het "vredesproces" heeft gefaald en Israël een tweestatenoplossing onmogelijk lijkt te hebben gemaakt, is de één-staat-oplossing weer actueel geworden.

Vormen van een bi-nationale staat[bewerken]

(De joodse en Palestijnse etniciteit worden hier gedefinieerd als twee verschillende nationaliteiten)

Voor een bi-nationale staat in Israël/Palestina, zijn in principe twee vormen denkbaar:

  • Een democratische staat, waarbij alle burgers gelijke rechten hebben
  • Een apartheidstaat, gedefinieerd als een staat waarin één etnische groep domineert over de andere, oftewel een staat waarin aan een specifieke groep (in dit geval de Palestijnen) gelijke rechten worden onthouden. Daarbij kan de Israëlische bezetting definitief worden gehandhaafd, of het bezette gebied formeel worden geannexeerd. Benvenisti noemde dit in 2003 "undeclared binationalism", omdat zo'n staat niet hoeft te worden uitgeroepen, maar simpelweg de bestaande situatie kan worden gehandhaafd zonder iets te doen.[5]
Historisch Palestina
grenzen van 1922

Een zuiver joodse of islamitische bi-nationale staat is alleen mogelijk in een (niet-democratische) apartheidstaat. Hierbij heeft één etnische groep, hoogst waarschijnlijk de joodse, de centrale regering over geheel historisch Palestina in handen en domineert over de andere etnische groepen. Met het onmogelijk worden van de realisering van een één-staat-oplossing is zo'n staat denkbaar of zelfs waarschijnlijk geworden. Het lijkt zeer veel op de huidige situatie, waarbij in de Bezette gebieden het Israëlische leger regeert over de bevolking via zijn "Civil Administration", die ervan wordt beschuldigd de Palestijnse bevolking te domineren en onderdrukken, [6] terwijl in Israël de niet-joodse bevolking wordt gediscrimineerd [7] en geen enkele invloed heeft in parlement en regering.

De joodse zogenoemde "linkse partijen" in Israël vreesden in 2004 al voor een apartheid-achtige werkelijkheid door de voortgaande kolonisering. [8] Volgens velen is er zelfs nu al sprake van apartheid. Ook een gecensureerd VN-rapport uit 2017 concludeerde al, dat Israël een apartheid-staat is. [9] In de bezette Westelijke Jordaanoever (West Bank) geldt al sinds 1967 formeel een apartheidsysteem, met afzonderlijke wetgeving voor Israëli's en Palestijnen. In Gaza werd tot 2005 hetzelfde regime toegepast.

Varianten en alternatieven[bewerken]

Alternatieve vormen van een één-staat-oplossing zijn:

  • Een staat met maar één nationaliteit (niet bi-nationaal). Grondwettelijk is er dan geen onderscheid meer tussen een Israëlische en een Palestijnse nationaliteit, of joodse en niet-joodse nationaliteit. Ook hier geldt weer, dat een joodse of islamitische staat een democratische staat uitsluit. Gezien de historische ontwikkelingen is deze optie onwaarschijnlijk.
  • Een staat op basis van etnische verdrijving, waarbij ofwel alle joden, ofwel alle niet-joden worden gedood en/of uit historisch Palestina verdreven. Dit scenario heeft zich al grotendeels afgespeeld tijdens de Nakba in 1947-1949, bij de totstandkoming van Israël.
Het verdrijvings-scenario werd in de Joint Poll van juni 2018 door een niet gering aantal ondervraagden als een reële optie gezien.[10] In de Israëlische pers of op sociale media duiken af en toe zulke voorstellen op,[11] al dan niet op basis van de idee, dat Jordanië de eigenlijke thuisstaat is van de Palestijnen.
  • Een federatie, waarbij de deelstaten Palestina en Israël, met elk een eigen regering en parlement, worden bestuurd door één overkoepelende federale regering voor historisch Palestina tussen Middellandse Zee en Jordaan.
Een voorbeeld is België (waarbij de Frans-talige etniciteit is geconcentreerd in het gewest Wallonië, de Nederlands-talige in het gewest Vlaanderen en het federale bestuur in het gewest Brussel). Andere voorbeelden zijn Verenigd Koninkrijk en de Federatie van Bosnië en Herzegovina. Die laatste is etnisch opgedeeld in de deelstaat Bosnië en Herzegovina en de deelstaat Servische Republiek. De deelstaat Bosnië en Herzegovina is zelf ook weer een federatie, naar etniciteit opgedeeld in tien kantons.
  • Een tussenoplossing zou een confederatie kunnen zijn, waarbij Palestina en Israël onafhankelijk staten zijn, die op een aantal gebieden nauw samenwerken. Dit idee was reeds verwerkt in het VN-verdelingsplan van 1947. Feitelijk is het een tweestaten-oplossing. In de historie is deze vorm als conflict-oplossing niet bestendig gebleken.

Eerste voorstellen (1917-1947)[bewerken]

Een mono-nationale eenheidsstaat[bewerken]

Tussen 1917 en 1948 kwamen alle mogelijke oplossingen voorbij. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog wilde Groot-Brittanië historisch Palestina van de Ottomanen veroveren en onder zijn invloed brengen, om de Britse kolonie Egypte te beschermen. Er woonden nog maar zo'n 85.000 joden, circa 12% van de bevolking.[12]

Brief van Chaim Weizmann (1919) waarin een Commonwealth voorgesteld wordt

Al vele eeuwen lang was in Palestina meer dan 90% van de bevolking arabisch geweest. Om de verovering te vergemakkelijken, beloofde GB, in ruil voor steun in de strijd de arabieren, een eigen staat (die dan pro-Brits zou moeten zijn). De arabische landen hoopten op grond van deze belofte na het verslaan van de Ottomanen een eenheidsstaat te vestigen voor de lokale Palestijnse bevolking (inclusief de joden die er al woonden).

Na de publicatie van de Balfour-verklaring in dat jaar begon binnen de Zionistische Beweging de hoop te leven, om in plaats daarvan van heel Palestina een (mono-nationale) joodse eenheidsstaat te vestigen voor alle joden in de wereld. Het liefste wilden ze een commonwealth onder bescherming van het Britse leger.[13][14]

Het plan was om zoveel joden te laten immigreren, dat ze de meerderheid van de bevolking zouden gaan vormen. Dit was nodig om er een joodse staat van te maken.[15]

Een bi-nationale staat[bewerken]

De eerste ideeën voor een bi-nationale staat ontstonden na WWI onder liberaal-joodse non- en anti-zionisten. De in 1925 in Palestina opgerichte (niet politieke) joodse organisatie Brit Shalom (Verbond voor vrede) stond kritisch tegenover het zionisme en streefde naar samenwerking met de Palestijns-Arabische bevolking. Het idee was om de levensstandaard van de Palestijnse bevolking te verhogen en zo de immigratie van Joden voor de Palestijnen acceptabel te maken. Dit zou de vestiging van een joods spiritueel centrum in Palestina mogelijk maken, eerder dan een joodse politieke entiteit. De relatief kleine, maar niet onbelangrijke organisatie vertegenwoordigde beroemde joodse denkers als Martin Buber, Gershom Scholem, Ernst Simon, Henrietta Szold en Albert Einstein. Simon stelde in 1931 een bi-nationale staat voor en het opgeven van het zionistische streven naar een joodse meerderheid.[16]

Voor de Arabische Palestijnen was een bi-nationale staat niet alleen principieel onaanvaardbaar, maar ook onrealistisch, omdat de voorstanders van dit idee onder de joden zelf slechts een kleine minderheid vormden en het vanwege de voortdurende joodse immigratie, voor de dominante zionisten slechts een opstapje zou zijn naar een joodse staat in heel Palestina. Het streven naar een joodse meerderheid was in essentie een plan om Palestina te veroveren.[17] Twintig jaar later zou deze strategie bevestigd worden in een onderzoek van UNSCOP. [14]

De in 1913 door kolonisten opgerichte socialistische jongerenbeweging Hashomer Hatza'ir (de Jonge Garde) propageerde al sinds 1929 een bi-nationale staat. In 1946 richtten zij een gelijknamige marxistische partij op. Ze waren voorstander van onbeperkte kolonisatie en meenden, dat de Palestijnen geen enkele last zouden hebben van de immigratie. De landloze Palestijnen zouden eerder worden bevrijd van het juk van de feodale grootgrondbezitters en profiteren van de Joodse investeringen. In de praktijk bleek het marxistische ideaal echter niet verenigbaar met de verdrijving van Palesijnds-Arabische arbeiders van hun land door de zionisten, die alleen Joden tewerkstelden.[18]

In 1939 verenigden verschillende groepen en personen zich in de Joodse politieke organisatie League for Jewish-Arab Rapprochement and Cooperation, inclusief leiders van Hashomer Hatza'ir. Het streven naar een eenheidsstaat was gebaseerd op de visie dat Palestina het thuisland was van zowel de Joden als van de Arabieren. De Joden met het recht op – gelimiteerde – immigratie en kolonisatie op grond van spirituele en vermeende historische banden; de Palestijnse Arabieren met rechten op grond van hun aanwezigheid en eigen cultuur. De organisatie had een voorkeur voor een federatieve bi-nationale staat. De League was vrij nauw met de Zionistische beweging verbonden.[17]

Gealarmeerd door het zionistische Biltmoreprogramma, waarin ondubbelzinnig een Joodse staat (een joodse commonwealth) werd geëist, richtten Judah Leon Magnes en aanhangers van de inmiddels opgeheven Brit Shalom in 1942 de politieke partij Ihud (Eenheid) op. Opnieuw werd gepleit voor een bi-nationale staat.[19] Magnes pleitte voor een beperking van de Joodse immigratie, zodat zij niet meer dan de helft van de bevolking zouden uitmaken. Ook zijn streven naar een bi-nationale staat was gebaseerd op de visie dat Palestina het thuisland was van zowel Joden als Arabieren, maar hij wilde voorkomen dat de Arabieren zouden worden verdreven door de vloed van immigranten.[17]

Eenheidsstaat versus verdeling[bewerken]

Toen de Britten in 1947 het Mandaat aan de VN wilden overdragen, werd de UNSCOP-commissie ingesteld. UNSCOP moest voor de VN de mogelijkheden voor een oplossing onderzoeken. De Jewish Agency en de meeste joodse organisaties pleitten voor een democratische joodse commonwealth in heel Palestina, met een onbeperkte joodse immigratie. Precies zoals in 1919 reeds was voorgesteld. De American Council for Judaism verwoordde het anti-zionistische standpunt tegen de vorming van een joodse staat. De arabische staten wilden juist een democratische unitaire staat waarin de op dat moment nog bestaande arabische meerderheid (tweederde) werd gegarandeerd.[20]

Judah Magnes, namens de Ihud (Union) Association,[21] en Hashomer Hatza'ir[18] waren voor een bi-nationale staat, terwijl de oorspronkelijk joodse en non-zionistische Palestinian Communist Party (MPS of PKP = Palestinische Kommunistische Partei) pleitte voor een bi-nationale staat of een federatie. Magnes nam landen als België, Canada en Zwitserland als voorbeelden, waar de rechten van verschillende nationaliteiten zijn beschermd tegen de regering van de meerderheid (democratie).[22] De joodse Hebrew Communists (Palestinian Communist Union) pleitte voor een federative eenheidsstaat. Drie maanden later werd de PKP echter door Moskou tot de orde geroepen en bekeerde zich alsnog tot het verdelingsplan.[23]

Zowel een arabische als een joodse eenheidsstaat werd door UNSCOP verworpen. Uiteindelijk werd een meerderheids-plan gepresenteerd, om Palestina verdelen in een arabische en een joodse staat. Na in het eindrapport eerst het tot in detail uitgewerkte verdelingsplan, inclusief de grenzen, te hebben beschreven, werd hierin als alternatief het minderheids-plan voor een unitaire staat gepresenteerd. Voorgesteld werd een federale staat, de "Federal State of Palestine", bestaande uit een arabische en een joodse staat, met één Palestijnse nationaliteit en met gelijke rechten voor arabieren en joden.

Van de 11 commissieleden stemden er 7 voor het verdelingsplan en 3 voor een federatie. Een bi-nationale staat vond men te ingewikkeld en kunstmatig en voor kantons was de bevolking te veel gemengd. Nederland, dat lid was van de UNSCOP, stemde samen met Canada, Tsjechoslowakije, Guatemala, Peru, Zweden en Uruguay tegen een eenheidsstaat en vóór het verdelingsplan.[20]

In de daarna benoemde Ad hoc Committee werd het minderheids-voorstel van de arabische landen voor een democratische unitaire staat uitgewerkt door de Sub-Committee 2. In het midden werd gelaten, of het wel of niet een federatie moest worden.[24]

Als argument voor een eenheidsstaat, stelde Sub-Committee 2 onder andere, dat de Balfour-verklaring, het Brits Mandaat en het Verdelingsplan in strijd waren met het Handvest van de Verenigde Naties en dat de VN niet de bevoegdheid had om een een joodse staat in Palestina te creëren.[25] Het wilde, dat deze zaken werden voorgelegd aan het Internationaal Hof van Justitie (ICJ), dat speciaal was opgericht voor dit soort geschillen.[26] Het Comitee had daar ook sterke juridische argumenten voor.[27]

Op 24 november 1947 werd in de voltallige Ad hoc-commissie – dat was de gehele Algemene Vergadering van de VN – gestemd over de voorstellen van Sub-Committee 2. Deze weigerde, bij stemming met 1 stem verschil, de kwestie eerst door het ICJ te laten toetsen aan het Handvest.[27] De volgende dagen vond er een onfrisse lobby-campagne voor het VN-verdelingsplan plaats,[28][29] waarna op 29 november de Algemene Vergadering besloot het Verdelingsplan op basis van een confederatie van twee staten goed te keuren.[30] In die tijd waren overigens de meeste landen nog niet aangesloten bij de VN.

Judah Magnes bleef daarna nog – de laatste maanden van zijn leven – ijveren voor de omzetting van het confederatieve deel van het Verdelingsplan, maar binnen een regionale federatie (bijvoorbeeld met Jordanië). De kritisch denkster Hannah Arendt, die in nauw contact stond met Magnus, bleef echter het idee van een bi-nationale staat koesteren.[22]

Na 1948[bewerken]

In mei 1948 forceerden de zionisten de opdeling van het land, door het uitroepen van de staat Israël en uiteindelijk, na een lange strijd met de arabische landen, 80% van Palestina te annexeren. Besloten werd, om alle inwoners onder voorwaarden één Israëlische nationaliteit te geven, ingedeeld naar religie, waardoor zij Israëlisch staatsburger (national) werden.

De Israëlische nationaliteit heeft echter geen juridische geldigheid, omdat dit afbreuk zou doen aan het idee, dat Israël alleen de natiestaat is van de joden en in feite wordt het bestaan van een Israëlisch volk – in tegenstelling tot een joods volk – ontkend. Israëlische staatsburgers kunnen alleen worden geregistreerd volgens etniciteit.[31] De Israëli's zijn nu onderverdeeld in zo'n 130 verschillende erkende "nationaliteiten".[32]

Alleen aan joden wereldwijd werd automatisch het recht gegeven om bij immigratie ook staatsburgerschap te verkrijgen[33] Ook op andere gebieden, zoals het recht op bepaalde overheidsfuncties en aankoop van grond en woningen hebben joden sindsdien meer rechten dan niet-joden.[7] Op het gebied van religie en huwelijk gelden in Israël verschillende wetten. Zowel de halacha als de sharia[34] zijn daarbij van toepassing. Israël is sindsdien binnen historisch Palestina dus een aparte staat, waarbij niet voor alle burgers dezelfde rechten gelden. In een bi-nationale staat voor het gehele gebied, zouden deze verschillen moeten worden heroverwogen.

De in het VN-verdelingsplan beloofde zelfstandige arabische/Palestijnse staat is er nooit gekomen. Na de Israëlische verovering van arabische gebieden in 1967, kwam in de euforie voor veel religieuze zionisten de oorspronkelijk gewenste joodse eenheidsstaat weer in zicht (niet per se een bi-nationale staat). Onder leiding van Labor-leider Yigal Allon startte ook de kolonisering van de Bezette gebieden (Allon Plan), door massale joodse immigratie.

In 1969 pleitten Fatah en de PLO weliswaar nog voor één enkele seculiere en democratische staat[18] (gecombineerd met het Palestijnse recht op terugkeer), maar na de mislukte poging om de Bezette gebieden in de Oktoberoorlog (1973) terug te veroveren, koos de PLO in 1974 alsnog voor een Palestijnse staat op 22% van het grondgebied, later vastgelegd in de onafhankelijkheidsverklaring van 1988.[2] Door de acceptatie van het VN-verdelingsplan,[30] later bevestigd in de Oslo-akkoorden, werd afstand genomen van een bi-nationale staat.

Perspectief[bewerken]

Voor de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict, dat sinds 1948 voortduurt en vrijwel onoplosbaar is geworden, is tot nu toe uitsluitend gepoogd om te komen tot een tweestaten-oplossing. In Israël is men door interne verdeeldheid altijd ambivalent geweest en is er nooit een echte keuze gemaakt tussen een één-staat- en een tweestaten-oplossing.

Met het onmogelijk worden van een tweestaten-oplossing (2SO), ontstaat er automatisch een één-staat-oplossing (1SO). De Palestijnen begonnen, na het vastlopen van het vredesproces, al rond 1999 na te denken over een bi-nationale staat, onder andere bij monde van Edward Said.[35] In 2003 betoogde de Palestijns-Zwitserse politiek wetenschapper Sami Aldeeb, dat zo'n staat niet de vorm zou moeten hebben van een confederatie van twee politieke entiteiten. In dat geval zouden de discriminerende wetten en gerechtshoven in stand blijven.[36] Tezelfdertijd stonden de joden afwijzend tegenover een bi-nationale staat, omdat het verlies van hun meerderheid een einde aan de joodse staat zou betekenen.[5]

In 2004 geloofde al 70% van de Palestijnen niet meer in een vredesverdrag en de meesten van hen zagen militaire acties nog maar als enige uitweg. Een kwart was voor een bi-nationale staat, tegen 45% voor twee staten. Er was zeer weinig animo voor een islamitische staat. [37]

Voorwaarde voor een stabiele bi-nationale staat is een democratie met gelijke rechten voor iedere burger. Israël als een staat voor al zijn burgers, joods en niet-joods, is voor de joden echter onbespreekbaar.[38]

De pijnlijkste concessie van joodse kant zou vermoedelijk het einde zijn van de onbeperkte instroom van joodse immigranten (aliyah) en van de blokkade van de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen, die beide tot doel hadden een joodse meerderheid in Israël te verzekeren. De prijs voor de Palestijnen zou zijn de acceptatie, dat geen enkel deel van historisch Palestina is behouden als exclusief arabisch. De winst voor beide partijen zou zijn het einde van een eeuw bloedvergieten, en de gezamelijke opbouw van een bloeiende samenleving.

Publieke opinie[bewerken]

In enquêtes wordt de tweestaten-oplossing (2SO) gewoonlijk als realistische en eerste optie gepresenteerd, zonder de realiseerbaarheid in twijfel te trekken. Daardoor wordt automatisch eerder voor de 2SO gekozen. Als niet wordt aangegeven welke voorwaarden nodig zijn voor zo'n oplossing, kan echter geen goede keuze worden gemaakt.

In een poll van juni 2018 gaf slechts 9% van de Palestijnen die een 2SO afwezen aan, een voorkeur te hebben voor een gezamelijke Israëlisch-Palestijnse staat met gelijke rechten voor iedereen (democratische staat) en nog eens 8% was voor een apartheidstaat (geen gelijke rechten). Bij de joden was dit respectievelijk 19% en 13%. Van de Palestijnen was 17% voor de verdrijving van alle joden uit het hele gebied, terwijl 8% van de joden het liefst alle Palestijnen zag vertrekken naar elders (een half jaar eerder was dit echter nog 14%). Maar liefst 82% van de Palestijnen in Israël (die daar Israëlische arabieren worden genoemd en een vijfde deel van de bevolking uitmaken) zag geen andere oplossing dan 2 gescheiden staten en slechts 11% koos voor de één-staat-oplossing.
Van beide groepen, Palestijnen en Israëlische joden, steunde maar 43% een 2SO. Minder dan de helft geloofde nog in de haalbaarheid van een 2SO.[10]

Ook PSR-poll No 69 van september 2018 onder Palestijnen sloot de optie van een 2SO in. Hier werd een Palestijnse staat binnen de 1967-grenzen en als hoofdstad Oost-Jeruzalem door ongeveer de helft van de ondervraagden gesteund. Door 24% werd de voorkeur gegeven aan een democratische één-staat-oplossing en vond zelfs 29%, dat dit het doel van de onderhandelingen moet zijn.

Een tweestaten-oplossing in de vorm van een Palestijns-Jordaanse confederatie, zoals in VS-President Trump's virtuele "Deal of the Century", werd door tweederde van de Palestijnen afgewezen.[39]

Nu volgens steeds meer mensen een zelfstandige Palestijnse staat, door onrealistische eisen en de voortgaande kolonisering van Palestijnse gebieden, praktisch onmogelijk is geworden, wordt een één-staat-oplossing door steeds meer Palestijnen nog als enige alternatief gezien.

De meeste Israëlische joden en pro-Israël niet-joden zijn tegen een één-staat-oplossing, omdat dat "het joodse karakter van de Israël" zou aantasten, hoewel men het niet eens is over wat dit joodse karakter nu precies zou betekenen. Zij duiden dit verlies aan met de dramatische term "vernietiging van Israël", een term die ook vaak wordt gehanteerd in verband met het Palestijnse recht op terugkeer.[40][41]

Opinie in de Verenigde Staten[bewerken]

Een poll van maart 2014 gaf aan, dat bij het onmogelijk blijken van een 2SO, tweederde van de Amerikanen de voorkeur zou geven aan een 1SO met gelijke rechten voor iedereen, in plaats van een joodse staat met ongelijke rechten.[42] Bij een vervolg-enquête in 2018, waren ongeveer evenveel Amerikanen voor een 1SO als voor een 2SO (ruim eenderde). In het geval dat een 2SO onmogelijk zou blijken, zou 64% een democratische staat met gelijke rechten willen, terwijl 26% een voorkeur zou hebben voor een apartheidstaat met joodse dominantie.[43]

Zie ook[bewerken]

Referenties en noten[bewerken]

  1. bi-nationalism. Thomson Gale, Encyclopaedia Judaica, 2007
  2. a b Israel-Palestine: Time for a bi-national state. Leila Farsakh, The Electronic Intifada, 20 maart 2007
  3. Arafat op 13 december 1988 voor de VN:
    "The dream we entertained at the time was to establish a democratic State of Palestine in which Muslims, Christians, and Jews would live with equal rights and obligations as one unified community, like other peoples in this contemporary world."
    In dezelfde rede bevestigde Arafat in een toelichting op de eerder afgekondigde onafhankelijkheidsverklaring, dat Palestina gebaseerd zou zijn op de VN-resoluties (waaronder het VN-verdelingsplan), met de impliciete erkenning van de staat Israël.
    Yasser Arafat, Speech at UN General Assembly Geneva, General Assembly 13 December 1988
  4. 'Land of the Three Faiths:' The Little-known History of the Palestinian Declaration of Independence. Jerome Segal, Haaretz, 15 november 2017
  5. a b Which Kind of Binational State? Meron Benvenisti, Haaretz, 20 november 2003. Of hier.
  6. “Through the Lens of Israel's Interests”: The Civil Administration in the West Bank. Yesh din, 21 januari 2018
  7. a b The Discriminatory Laws Database. Adalah, update 25 september 2017
  8. Is the two-state solution in danger? Haaretz, 24 februari 2004
  9. ESCWA Launches Report on Israeli Practices Towards the Palestinian People and the Question of Apartheid. ESCWA, 15 maart 2017
    Samenvatting rapport; Hele rapport
    "Israel ... has succeeded over the past decades in imposing and maintaining an apartheid regime that works on two levels. First, the political and geographic fragmentation of the Palestinian people ... Secondly, the oppression of all Palestinians through an array of laws, policies and practices that ensure domination of them by a racial group and serve to maintain the regime."
  10. a b Zie taartpunten-grafiek op p. 6-9 voor de keuzes uit opties; p. 16-17 voor 2 staten onder voorwaarden. De alternatieve opties werden alleen aangeboden aan de respondenten die een 2SO al hadden afgewezen (zie p. 5).
    Palestinian-Israeli Pulse: A Joint Poll, juni 2018 (1,3 MB). via
  11. A History of the Concept of "Transfer" in Zionism. Israel Shahak, Journal of Palestine Studies, Vol. 18, No. 3 (Spring, 1989), pp. 22-37 (jstor preview)
  12. British Mandate: A Survey of Palestine, Chapter VI: Population, pag 144  en
    American Jewish Year Book Vol. 20 (1918-1919), p. 340. via:
  13. Brief van Chaim Weizmann aan Arthur Balfour, 24 januari 1919, voor de Vredesconferentie van Parijs. Weizmann beweert te spreken namens zowel de zionisten als de non-zionisten (niet de anti-zionisten!). Dit was een onwaarheid. In werkelijkheid waren de non-zionisten juist per definitie uitgesproken tegen een joodse staat, waarom zij dus geen zionisten waren.
  14. a b UNSCOP-rapport, 3 september 1947 (A/364), Chapter II, par. 127 en 130 (pdf p. 71-72). van origineel
    "The Jewish case seeks the establishment of a Jewish State in Palestine, and Jewish immigration into Palestine both before and after the creation of the Jewish State subject only to the limitations imposed by the economic absorptive capacity of that State. ... On the one hand, the Jewish State is needed in order to assure a refuge for the Jewish immigrants ... On the other hand, a Jewish State would have urgent need of Jewish immigrants in order to affect the present great numerical preponderance of Arabs over Jews in Palestine. The Jewish case frankly recognizes the difficulty involved in creating at the present time a Jewish State in all of Palestine in which Jews would, in fact, be only a minority, ..."
    "In their view, the Mandate intended that the natural evolution of Jewish immigration, unrestricted save by economic considerations, might ultimately lead to a commonwealth in which the Jews would be a majority."
  15. De Britse minister Balfour in 1919 over het zionistische programma en het Britse beleid, zoals Balfour zelf had voorgesteld in een memo aan de Premier:
    "Palestine should be excluded from the terms of reference because the Powers had committed themselves to the Zionist programme which inevitably excluded numerical self-determination [zelfbestemming voor de arabische meerderheid was voor de zionisten uitgesloten]. Palestine presented a unique situation. We (de Britse regering) are dealing not with the wishes of an existing community but are consciously seeking to reconstitute a new community and definitely building for a numerical majority in the future ... [We hebben niet te maken met de wensen van een bestaande gemeenschap, maar willen doelbewust een nieuwe (joodse) gemeenschap vestigen met een meerderheid in de toekomst]"
    Allied policy on Palestine. Citaat uit een Brits regeringsdocument in: The Origins And Evolution Of The Palestine Problem, 1917-1947 (VN-DPR)
  16. Greenstein, The Bi-nationalist Perspective in Israel/Palestine during the British Mandate, 1917-1948, Chapter 1. Zie par. The Roots of Bi-Nationalism en Brit Shalom. Ran Greenstein, 2014
    "[The bi-nationalist associations of the Mandate period] adhered to a version of Zionism which supported the formation of a Jewish national home, frequently understood as a ‘spiritual centre’ rather than a political entity. They rarely deviated from the quest for Jewish immigration to the country and settlement on the land, but they distanced themselves from the mainstream Zionist position, which viewed the majority national home as a prelude to a state (sometimes referred to vaguely as a 'commonwealth') in which Jews would dominate demographically and politically. Their [The bi-nationalist associations'] aim was to create a solid basis for the Jewish community in the country, without making it the dominant group. [...]
    Willingness to compromise on – but not necessarily abandon – basic Zionist principle served to distinguish what became known as the bi-nationalist approach from other political perspectives.
  17. a b c Greenstein, The Bi-nationalist Perspective in Israel/Palestine during the British Mandate, 1917-1948, Chapter 1. In: Ran Greenstein, Zionism and its Discontents: A century of radical dissent in Israel/Palestine, 2014, pp. 1-49:
    "Simon rejected that [(define the solution of the Jewish problem in Palestine as the movement's goal)]. Instead he proposed an explicit renunciation of the demand for a majority, and [proposed] a statement that Zionism – the quest to create a secure basis for the Jewish people in Palestine according to international law – could be realized in a bi-national country, with no need for a Jewish majority. This would alleviate the Arab fear that Zionism was merely a scheme to take over the country and marginalize non-Jews."

    In 1931 bevestigde de Zionistische Wereldorganisatie (WZO) dat haar hoofddoel was: de massale en onbeperkte joodse immigratie naar en kolonisatie van Palestina als Groot-Israël (Eretz Israel): Text of Resolution Defining Ultimate Aims of Zionism, 1931

    [Albert Hourani] opposed a bi-national state, ... Even if it were possible, a bi-national state would lead to one of two things: “Either to a complete deadlock involving perhaps the intervention of foreign powers, or else to the domination of the whole life of the state by communal considerations.” Above all, Hourani said, the integrity and sincerity of Magnes were not in doubt but he spoke for “a very small section of the Jewish community in Palestine.” His scheme would satisfy his group of supporters “but it would not satisfy the vast majority of Zionists.” If a bi-national state were established, he and his group “would be swept aside and the majority of Zionists would use what Doctor Magnes had obtained for them in order to press their next demands.” Thus, he might become “the first victim of political Zionism.”"
  18. a b c A history of conflict between opposing ideals. Alain Gresh, Le Monde diplomatique, 3 oktober 2010
  19. bi-nationalism. Thomson Gale, Encyclopaedia Judaica, 2007
  20. a b United Nations Special Committee on Palestine (UNSCOP) — Report to the General Assembly, 3 september 1947 (A/364), Chapter I, par. 75; Chapter IV, par. 8-11; Chapter V, par. 2-6; Chapter VI (p. 110) en VII (p. 136). van origineel
  21. Palestine – Divided or United? The Case for a Bi-national Palestine before the United Nations. Judah Leon Magnes voor de UNSCOP, 1947
  22. a b The Bi-nationalist Perspective in Israel/Palestine during the British Mandate, 1917-1948, Chapter 1. Zie par. Moving towards Partition. Ran Greenstein, 2014
  23. The Palestinian Communist Party, 1919-1948, pdf (inloggen): p. 31-33; in: Ran Greenstein, 2014, pp. 50-103.
  24. Report of Sub-Committee 2 to the Ad Hoc Committee on the Palestinian question of the UN General Assembly 1947, Chapter 3, par 84-91
  25. Report of Sub-Committee 2, Chapter I, 11 november 1947 (A/AC.14/32). Hier het origineel
  26. Ontwerp-resolutie. Report Sub-Committee 2, Chapter IV, 11 november 1947 (A/AC.14/32).
  27. a b The Palestine problem in the framework of International Law — Sovereignty as the Crucial Issue of a Peaceful Settlement of the Palestinian-Israeli Conflict. Hans Koechler, september 2000
  28. Zie bijvoorbeeld Weizmann's verzoek op 25 november, aan President Truman, om een aantal landen te bewerken: The Revealed and the Concealed: A Joint Exhibition with the Foreign Ministry. IsraelsDocuments.blogspot, 29 november 2015
    en Palestine and Israel: A Challenge to Justice, p. 36-37. John Quigley, 1990
  29. Zie hier de resultaten van de lobby-campagne: Vote changes from Ad hoc Committee to General Assembly
  30. a b Resolution 181 (II). Future government of Palestine.
  31. There is such a thing as 'Israeli'. Haaretz, 5 mei 2014
    "... The reasoning for rejecting the petition was that the existence of “an Israeli people” had not been legally proven, Judge Hanan Melcer noted, and “it is not proper to encourage the creation of ‘slivers’ of new peoples.” [...] it is hard not to wonder what exactly the basis was for the court’s determination that there is no such thing as an Israeli nationality [with the Population Registry’s use of the term “nationality” referring not to citizenship but rather to ethnic identity]."
  32. Israelis don’t exist. Jonathan Ofir, Mondoweiss, 25 maart 2016
  33. nationality Law, 5712-1952
  34. What Sharia Law in Democracies Tells Us About Islam. Josh Goodman, HuffPost, 29 september 2010
    The Sharia Courts. Israëlisch Ministerie van Justitie
  35. Truth and reconciliation. Edward Said, Al-Ahram Weekly, Issue No.412, 14-20 january 1999
  36. The Solution of the Israeli-Palestinian Conflict: One or Two States?, par. VI. Creation of a democratic State.Sami Aldeeb, 8 november 2003. Samen met andere artikelen op Association for one Democratic State (niet meer actief)
  37. Enquête: Palestina, Israël of geen oplossing. Trouw, 25 juni 2004
  38. Israël en de democratie: gelijke rechten onbespreekbaar in parlement. The Rights Forum, 7 juni 2018
    Knesset Presidium disqualifies Balad proposal to legislate “Basic Law: A Country of All Its Citizens,” because it rejects Israel’s existence as a Jewish state. Knesset persbericht van 5 juni 2018
  39. Public Opinion Poll No (69), p. 2+6+7+18+20. Palestinian Center for Policy and Survey Research (PSR), september 2018. via
  40. Corbyn’s two-state delusion appears to call for the destruction of Israel. Christians United for Israel, 29 juni 2018
  41. Roger Cohen scares his readers: ‘the destruction of Israel as a Jewish state’. Joseph Levine, Mondoweiss, 22 april 2018
  42. America Has a Plan. And, No, It Isn’t One That Israel Would Like. Shibley Telhami, Foreign Policy, 2 maart 2014
    November-poll, Via
  43. American Views of the Israeli-Palestinian Conflict – Critical issues poll. UMCIP, sep-okt 2018
    Zie: Americans Are Increasingly Critical of Israel. Shibley Telhami, Foreign Policy, 11 december 2018