Antizionisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Antizionisme is politiek verzet tegen het zionisme, een internationale politieke beweging die een Joods thuisland of Joodse staat, in het Heilige of Beloofde Land, voor het Joodse volk in Eretz Israël voor ogen heeft. Antizionisme kan vele vormen aannemen, variërend van politieke of religieuze oppositie tegen het idee van een Joodse staat, tot het ontkennen van Israëls recht om te bestaan en de legitimiteit van het concept zelf, tot verschillende vormen van geweld. Antizionisme kan zowel afkomstig zijn van politiek links als politiek rechts, religieuze of seculiere, joods of niet joodse overtuiging.

Sommige mensen zien een link tussen antizionisme en antisemitisme. Kritiek op de staat Israël of het zionisme zou volgens hen gepaard gaan met stereotypen of kritiek op het Joodse karakter van de staat en niet slechts het politieke element of kritiek op het beleid van Israël.[1][2]

Hoogleraren over antizionisme[bewerken]

Evelien Gans, bijzonder hoogleraar hedendaags jodendom aan de Universiteit van Amsterdam, schreef in 2003 dat antisemitische, antizionistische én anti-Israëlische uitingen soms dwars door elkaar heen lopen, maar dat het onjuist is om antizionisme en antisemitisme per definitie op één hoop te gooien. Volgens haar wordt gefundeerde kritiek op de Israëlische bezettingspolitiek – welke politiek zij omschrijft als "systematische vernedering van de Palestijnen", "met als absoluut dieptepunt de vernieling van olijfbomen en huizen, liquidatiepolitiek, martelmethoden, mensonterende detentieomstandigheden, en landjepik via de bouw van ‘de muur’" - door "de Israëlische en joodse mainstream" ten onrechte met antisemitisme in verband gebracht. Volgens Gans was antizionisme vóór de Tweede Wereldoorlog ook onder Joden de gewoonste zaak van de wereld, en is dit pas veranderd na de holocaust en de stichting van Israël.[3]

Robert Wistrich, hoogleraar Europese en Joodse geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem schreef in 2004 in een verklaring voor de UN Commissie voor Human Rights dat antizionisme een gevaarlijke en effectieve vorm van antisemitisme in die tijd was geworden. Hoewel kritiek op Israël niet altijd antisemitisch is, zo stelde hij, leunt het, afgezien vanuit welke hoek het kwam, steeds meer op antisemitische stereotypen, aangewakkerd door ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Zo stelde hij ook dat kritiek op Israël sinds 1948 steeds meer met kritiek op Joden gepaard gaat.[4]

Joden over antizionisme[bewerken]

Binnen het orthodoxe jodendom bestaat er sinds het ontstaan een sterk verzet tegen het zionisme. De meeste geestelijke leiders van de diverse orthodoxe stromingen zijn van mening dat alleen de Messias een wereldlijk thuisland voor de joden mag oprichten. Het orthodox jodendom kan ruwweg verdeeld worden in drie stromingen: het prozionistische modern-orthodoxe jodendom, het niet- of antizionistische charedische ('ultraorthodoxe') jodendom. Daarnaast is er ook een liberaal-joodse antizionistische of a-zionistische stroming.

Met name binnen het chassidisch jodendom – onderdeel van het charedisch jodendom – zijn er veel bewegingen die zich sterk tegen het zionisme verzetten, zoals Satmar, Dushinsky en Toldos Aharon.[5]

De joods-Canadese historicus Yakov M. Rabkin, historicus aan de Universiteit van Montreal, heeft de geschiedenis van antizionistische joden uitgebreid gedocumenteerd. Belangrijke representanten van dit antizionistische jodendom waren onder vele anderen Yeshayahu Leibowitz en de rabbijnen Joel Teitelbaum en Elchonon Wasserman. Rabkin noemt dit joodse antizionisme een groot taboe, ook in de media. Hij maakt een scherp onderscheid tussen het nationalistische zionisme en de universele joodse religieuze traditie, waarop het zionisme zich als nationalistische politieke filosofie ten onrechte zou hebben geënt. Binnen de staat Israël zou weliswaar een feitelijke coalitie tussen zionisten en vrome joden groeien, maar een minderheid blijft zich principieel verzetten tegen de staat, omdat die het primaat en de vertegenwoordiging opeist voor heel het bestaande jodendom wereldwijd.[6]

Liberaal-joodse en reform-joodse denkers die antizionistische standpunten innamen waren o.a. Judah Leon Magnes en Elmer Berger. Liberale representanten zijn vandaag o.a. Marc Ellis en Mark Braverman.[7]

Zie ook[bewerken]