Pontonbrug

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Amerikaanse noodbrug over de Inn in 1945

Een pontonbrug (ook wel: schipbrug) is een brug die drijft op het water op meerdere pontons. Tegenwoordig wordt deze meestal uitsluitend als noodvoorziening aangelegd omdat de scheepvaart ernstig door een pontonbrug gehinderd wordt.

Een pontonbrug is een snelle en goedkope manier om een oeververbinding tot stand te brengen. Het nadeel is dat er niet onder een drijfbrug doorgevaren kan worden. De enige manier om scheepvaartverkeer door te laten is door een gedeelte van de brug weg te varen. Permanente bruggen hadden daarom een uitvaarbaar gedeelte en soms een ophaalbrug bij een van de landhoofden. Bij ijsgang in de rivier moesten de drijvende bruggen naar de kant worden gehaald.

Een pontonbrug is nogal beweeglijk. In pretparken is dat echter juist een voordeel, omdat het lopen over zo een wiebelende brug als leuk ervaren wordt.

Nederland[bewerken]

In Nederland waren er tot de bouw van de verkeersbruggen in de jaren 30 permanente schipbruggen, onder meer van Arnhem, Deventer Doesburg en Vianen.

De Koningin Emmabrug in Willemstad op het eiland Curaçao (bekend als pontjesbrug) kan voor het scheepvaartverkeer geopend worden door hem aan één zijde weg te varen. De andere zijde van de brug scharniert op het landhoofd.

Door de gemeente Amsterdam werd van april tot augustus 1945 vanwege brandstofgebrek met gemeentelijke veerponten een vaste verbinding tot stand gebracht tussen het centrum van Amsterdam en Amsterdam-Noord, zodat mensen het IJ te voet konden oversteken om voedsel te halen. Er bevond zich een uitvaarbaar gedeelte in voor de scheepvaart.[1].