Portret van Baertje Martens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Portret van Baertje Martens
Rembrandt van Rijn Baertje Martens circa 1640.jpg
Verblijfplaats Hermitage
Locatie Sint-Petersburg
Kunstenaar Rembrandt
Jaar 1640
Type Olieverf op eikenhouten paneel
Afmetingen 75,1 × 55,9 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Portret van Baertje Martens is een schilderij van Rembrandt in de Hermitage in Sint-Petersburg.

Voorstelling[bewerken]

Het stelt Baertje Martens voor,[1] echtgenote van de Amsterdamse meubelmaker Herman Doomer en moeder van de schilder Lambert Doomer. Martens werd omstreeks 1596 geboren in Naarden en werd op 9 juni 1678 begraven in de Nieuwezijds Kapel in Amsterdam. Ze verhuisde op twaalfjarige leeftijd naar Amsterdam, vermoedelijk om als dienstmeisje te gaan werken in een huis aan de Herengracht. Martens trad in 1618 in Amsterdam in het huwelijk met Doomer. Het schilderij is een pendant van het portret van Herman Doomer in het Metropolitan Museum of Art in New York.

Toeschrijving en datering[bewerken]

Het werk is linksonder gesigneerd ‘Rbrandt / f.’ Deze signatuur is echter later aangebracht. De pendant is 1640 gedateerd.

Herkomst[bewerken]

De twee portretten werden vermoedelijk gemaakt in opdracht van Herman Doomer. Na zijn dood in 1650 liet zijn weduwe de portretten in haar testamenten van 15 juli 1654, 23 mei 1662 en 3 september 1668 na aan haar zoon, Lambert Doomer. Als voorwaarde stelde ze dat haar zoon op eigen kosten kopieën zou maken voor zijn broers en zussen. Aan deze voorwaarde schijnt hij voldaan te hebben, want in een Engelse privéverzameling bevinden zich kopieën van de portretten.[2] Lambert Doomer liet de portretten op zijn beurt na aan zijn neef Herman Voster. In een inventaris opgesteld na de dood van Lambert staan de portretten vermeld als ‘twe contrefaictsels van des Overledens Vader en Moeder door Rembrand van Rhijn geschilderd en geprelegateerd aen Hermanus Voster’. Voster was predikant in achtereenvolgens West-Vlieland, Ammerstol en Schoonhoven en overleed in 1726. Tegen die tijd had hij de portretten waarschijnlijk verkocht, in ieder geval voor 1725. Van het portret van Herman Doomer werd in 1725 een reproductieprent gemaakt, uitgegeven in Londen, waarop staat dat het werk ‘Ex Museo An: Cousin’ kwam (uit de verzameling van Anthony Cousein). De verzameling van Cousein werd op 8 februari 1750 geveild bij veilinghuis Langford in Londen, waarbij de portretten apart werden aangeboden: het portret van Doomer onder lotnummer 53 als ‘A Man's Head, 3 qrs.’ en het portret van Martens onder lotnummer 54 als ‘A Woman's Head, its Companion’. Waarschijnlijk raakten de werken toen gescheiden. Het portret van Martens werd waarschijnlijk gekocht in Parijs door Dmitri Aleksejevitsj Golitsyn voor de verzameling van keizerin Catharina II van Rusland. Sindsdien bevindt het zich in de Hermitage.