Rode pekanjer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rode pekanjer
Harilik tõrvalill Lychnis viscaria.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde:Caryophyllales
Familie:Caryophyllaceae (Anjerfamilie)
Geslacht:Silene
Soort
Silene viscaria
(L.) Borkh. (1793)
Basioniem
Lychnis viscaria L. (1753)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Rode pekanjer op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De rode pekanjer (Silene viscaria, ook wel Lychnis viscaria en Viscaria vulgaris) is een overblijvende plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De plant is kruidachtig, 30 tot 60 cm hoog, kaal, met een ring van zeer kleverige klieren onder de bovenste knoppen, aan de voet met niet-bloeiende bladrozetten.[1] De bladeren zijn tot 12 cm lang, langwerpig en spits, aan de voet iets behaard. De meeste bladeren vormen een wortelrozet. De plant draagt aan de stengel enkele kortere, tegenoverstaande, en kruislings geplaatst bladeren. De in een tros of pluim staande en schijnkransen vormende, tot 2 cm grote, tweeslachtige bloemen zijn roodpaars, zelden wit, met vijf ongedeelde of aan de top iets uitgerande kroonbladen.[1] De vijf kelkbladen zijn vergroeid tot een kale kelkbuis met tien ribben. De vrucht is een doosvrucht met 5 tanden, die binnen de kelk kort gesteeld is. De bloeitijd is mei tot juli.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

De rode pekanjer staat op zonnige, zelden licht beschaduwde plaatsen, op droge, stikstofarme, meestal zure bodems en op stenige ondergrond. In gebieden waar de soort van nature voorkomt, groeit ze in open bossen, bosranden en struwelen, in schrale graslanden en op rotsige ondergrond. De soort komt oorspronkelijk uit Oost en Midden-Europa en West-Azië. De plant wordt veel aangeplant in tuinen, en buiten het oorspronkelijke areaal verwildert de soort daaruit door zaad en tuinafval.

Naamgeving[bewerken | brontekst bewerken]

De rode pekanjer kreeg van Linnaeus in 1753 de botanische naam Lychnis viscaria. "Viscaria" is afgeleid van Viscum, en betekent "kleverig". In 1793 plaatste Moritz Balthasar Borkhausen als eerste de soort in het geslacht Silene. In 1800 creëerde Johann Jakob Bernhardi voor deze soort het geslacht Viscaria. Omdat in de botanische nomenclatuur de naam Viscaria viscaria niet is toegestaan, gaf hij de soort de naam Viscaria vulgaris. Zowel de naam van Borkhausen als die van Bernhardi zijn inmiddels gangbaar voor deze soort.

Synonymie[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]