Sjiisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Sjiitisch)
Ga naar: navigatie, zoeken
Allah1.png

Islam

Geloof
Eenheid van God · Profeten
Gezonden geschriften
Engelen · Dag des Oordeels
Praktiseren
Getuigenis · Gebed · Vasten
Liefdadigheid · Pelgrimstocht
Stromingen
Soennisme · Sjiisme · Alevitisme
Alawietisme · Ahmadiyya
Druzisme · Ibadisme · Soefisme
· Koranisme
Teksten en wetten

Koran · Soenna · Hadith
Fiqh · Sharia · Kalam

Feestdagen

Asjoera · Suikerfeest
Offerfeest · Ramadan
Laylat al-Qadr · Laylat al-Miraadj
Nieuwjaar · Mawlid an-Nabi

Cultuur en samenleving
Architectuur · Kunst · Moskeeën
Demografie · Studies
portaal  Portaalicoon  Islam

Het sjiisme (Arabisch: الشيعة, Perzisch: شیعه) -letterlijk: volgeling van Ali, is een van de twee grote ideologische stromingen binnen de islam waarvan de andere het soennisme is.

Sjiisme komt vooral voor in Iran, waar de geschriften van het sjiisme grotendeels de wetten vormen, maar ook in Azerbeidzjan, Bahrein en Irak. Tevens vormen sjiieten een substantiële minderheid in Pakistan, India, Libanon, Jemen, Syrië, Afghanistan (Hazara) en diverse Golfstaten (zie Lijst van landen naar aantal moslims). In Turkije staan ze vooral bekend als de alevieten, al verschillen die beduidend qua uitoefening, en richten zij zich vooral op de mystieke aspecten van het geloof.

Sjiieten of shi'a zijn volgelingen van de islamitische profeet Mohammed. Zij geloven dat Mohammed zelf Ali ibn Aboe Talib (Mohammeds neef; getrouwd met zijn dochter Fatima) als zijn opvolger aanwees. In het sjiisme staat de religieuze en politieke opvolging van Mohammed over de Hidjaz, het Arabisch Schiereiland en later Perzië centraal. Sjiieten baseren het volgen van Ali op verschillende overleveringen (Hadith) over Mohammed en zijn uitleg van bepaalde ayat uit de Koran. De sjiieten verwerpen de eerste drie kaliefen van het soennisme als politieke en religieuze leiders (Aboe Bakr ; Omar I en Oethman ibn Affan) en zien hen als usurpators. De twee stromingen werden pas definitief gescheiden nadat imam Hoessein – Mohammed's kleinzoon – in 680 in Kerbala (in Irak) werd onthoofd door opstandelingen.

Landen met een moslimbevolking van minimaal 10% (groen is soennitisch, rood is sjiitisch, blauw is ibadisch)

Koran en Soenna[bewerken]

Sjiieten (afgeleid van Shia, wat betekent "volgeling") geloven in de Koran als het woord van God en in de Soenna (bestaande uit geverifieerde bijdragen welke men Hadith noemt) als de overgeleverde levensnormen van Mohammed. Dit zijn de bronnen waarop de Sjiieten hun wetten en regels baseren. In de Soenna zoals Sjiieten die volgen, worden niet alle vroege teksten (Hadith) erkend als authentiek zoals sommige Soennieten doen. Reden hiervoor is dat de Ahadith (meervoud van Hadith) zijn opgenomen in talloze verzamelingen, die veelal rond 800-850 zijn opgetekend. Aangezien na het overlijden van de profeet Mohammed er vele, niet te verifiëren bronnen van Ahadith zijn geschreven (volgens tellingen zelfs tot 600.000), nemen de Sjiieten alleen de Ahadith aan die te herleiden zijn naar de bloedverwanten van de profeet zelf. Om dit systeem van authenticiteit te beveiligen werken de Sjiieten met een zogenaamde "ketting" van overleveringen. Dat betekent dat de identiteit van de bron steeds wordt vermeld net zo lang tot de bron te herleiden is naar de profeet Mohammed zelf. De Imams en Fatima (de dochter van de profeet en vrouw van Ali Ibn Abu Talib) worden leden van Ahl al-Beit genoemd, wat "leden van Het Huis" betekent. Hiermee wordt een verwijzing gedaan naar het huishouden of anders gezegd de bloedverwanten van de profeet Mohammed.

Ahl duidt op de leden van een huishouden van een man, inclusief zijn stamgenoten, verwanten, vrouw (of vrouwen), kinderen en al diegenen die eenzelfde achtergrond hebben als hij qua religie, huishouden, stad en land. Beit verwijst naar een plek om te wonen of een huis, inclusief tenten en gebouwen. Ahl al-Beit van een persoon verwijst naar zijn familieleden en allen die in het huis wonen. Het bewijs voor de zuiverheid van de Ahl al-Beit is volgens de Sjiieten terug te vinden in de Koran in hoofdstuk "De Partijscharen" soera 33, vers 33.

De Imams van de Ahl al-Beit, bestaande uit Ali Ibn Abu Talib (neef van de profeet Mohammed en de eerste imam) en zijn twee zonen Hasan Ibn Ali (tweede imam) en Hussein Ibn Ali (derde imam) en de negen overige kleinzonen uit de lijn van Hussein die elkaar opvolgden, hadden in het Sjiisme de taak om de filosofie en ware uitleg (tafsir) van de koran en daarmee de Islam als godsdienst te beschermen en uit te leggen aan de moslims. Dit stuitte op veel weerstand uit radicaal conservatieve hoek, het tegenwoordige salafisme, en andere vijanden van de familie van de profeet. Resulterend in de meest gruwelijke oorlogsmisdaden uit de geschiedenis van de Islam en haat jegens de leden van het huishouden, de Ahl al-Beit. Elke Imam evenals Fatima, de dochter van de Profeet hebben na het overlijden van de profeet meegemaakt om ofwel te worden gevangen gezet, gemarteld, vergiftigd of in de val gelokt en afgeslacht op barbaarse wijze. Als gevolg hiervan is de laatste en 12e imam van Ahl al-Beit genaamd Al-Mahdi volgens Sjiitische overleveringen door Allah na zijn geboorte verborgen. De Imam leeft volgens de Sjiieten en is reeds aanwezig op aarde, wachtend op het bevel van Allah om te herrijzen en de vrede op aarde te herstellen. Evenals de Imam geloven Sjiieten er in dat ook profeet Jezus zal terugkeren op aarde ten tijde van de Mahdi. Evenals de hemelvaart zal ook de terugkeer van profeet Jezus volgens de Sjiieten een reis tussen hemel en aarde zijn. Een deel van de Soennieten geloven eveneens in de Mahdi, maar niet als een familielid uit de lijn van de profeet Mohammed, maar als een op zichzelf staand persoon die nog geboren moet worden.

De cultuur van de Sjiieten is vooral in het niet-Arabische Perzië (huidige Iran) rijk aan intense beleving en contact met de bloedlijn van de familie van de profeet. Sommige gaan zelfs zover als tekeningen van de Imams, iets wat door sommigen wordt afgeraden in de Islam. De Sjiieten hebben net als de Soennieten 1 God die ze Allah noemen en zien de Imams meer als hun helden op weg naar Allah, echter wordt dit door het streng gereformeerde regime van Saudi Arabië (Wahabi) met name in hun propaganda weggezet als afgoderij, iets wat de Sjiieten als grote belediging ervaren. Ook de sterke positie van de hiërarchisch georganiseerde ayatollahs is afwijkend van de religieuze praktijk van de Soennieten.

Bijzondere kenmerken van de Sjia zijn de belangrijke plaats van de imams, de nadruk hun positie als bloedverwanten van de Profeet, hunmartelaarschap, de rol van de mystiek, de heilige plaatsen, de bedevaarten, de grote feesten en openbare rouw tijdens de maand Moeharram (oktober). In deze maand vormt de Asjoera (letterlijk: de tiende) het hoogtepunt van de 10-daagse rouwperiode om de martelaarsdood en afslachting van Imam Hoessein, en zijn familieleden waaronder zijn de meeste van zijn kinderen en de brute moord op zijn zes maanden oude baby in 680[1]. De herdenkingen vinden op deze tiende dag een climax. Tijdens Asjoera bezoeken de gelovigen eerst de moskee. Ze sluiten de avond af met het navertellen van wat er nabij Karbala was gebeurd. De gelovigen herbeleven met het vertellen van emotionele verhalen het drama rond Imam Hussein Ibn Ali. Dit gaat soms zo ver dat sommigen overgaan tot zelfkastijding. Zo wordt symbolisch het lijden en pijn van Hussein meegedragen.[2].

Sjiieten verschillen in verscheidene opzichten van Soennieten. Zo geloven zij dat de twaalf imams zondeloos zijn aangezien zij na Mohammed als de laatste Profeet door Allah zijn aangewezen als leiders voor de gehele mensheid en zoals terug te vinden is in Soera 33, vers 33. Waar soennieten geloven dat alleen profeten zonder zonden kunnen zijn. Sjiieten erkennen de hadith die de Soennieten volgen niet volledig; wel aanvaarden ze enkele hadiths van de Ahl-bait. Daarnaast volgen ze enkele hadiths die door de soennieten als vals worden beschouwd. Verder hebben zij eigen hadith boeken. Het fysiek zien van Allah is volgens de sjiieten onmogelijk, wel is God waar te nemen met het hart. De reden hiervoor is onder andere omdat volgens het Sjiisme Allah geen creatie die je kunt waarnemen zoals je andere creaties waarneemt. Soennieten daarentegen geloven dat een mens God in fysieke vorm kan waarnemen na de dood en nemen beeldspraak vaak letterlijk. Tegengesteld aan wat vaak over Sjiisme wordt verteld, geloven Sjiieten niet dat de Koran is vervalst of onvolledig zou zijn. Wel zijn ervan overtuigd dat enkel de Profeet en zijn familieleden de ware betekenis/uitleg van de Koran hebben gedefinieerd en daarmee het noodzakelijk is om die uitleg te volgen, aangezien hun kennis door God is gegeven en niet zoals velen beweren zelf hebben bedacht. Het grootste bewijs hiervan is voor de Sjiieten de 9e Imam Mohammed Ibn Ali Al Jawad die op zeer jonge leeftijd (8-9 jaar oud) volledige kennis over wetenschap, wetten en complexe juridische zaken, en religieuze en ethische kwesties beschikte die destijds ongeëvenaard waren door de hooggeleerden over de wereld.[3].

De voor de Sjiieten belangrijkste persoon na de profeet Mohammed is diens neef en eerste imam Ali Ibn Abu Talib. Imam Ali is volgens zowel Soennitische als Sjiitische overleveringen de enige persoon op aarde die ooit in de Kaaba (het Heiligdom van de Moslims) is geboren. En is voor een groot deel van zijn jeugd opgevoed door de profeet.

De Sjiieten zijn van mening dat geen enkel mens het recht heeft op discriminatie, laatstaan het plegen van geweld tegen anderen op basis van hun afkomst of overtuiging. Ook zijn ze, net als een groot deel van de Soennieten van mening dat moslims elkaar niet moeten bestrijden maar ondanks de verschillen als broeders moeten leven. De Sjiieten zien hier een groot voorbeeld in Imam Ali Ibn Abu Talib die als een van zijn bekendste uitspraken over anderen heeft gezegd: "Weest voor hen niet als een vraatzuchtig dier die ze als een makkelijke prooi ziet, want zij zijn van twee soorten; of ze zijn je broeders in religie of ze zijn je gelijken als mens". Deze typerende en krachtige uitspraak van Ali Ibn Abu Talib is namens de Verenigde Naties in 1997 door Kofi Annan geroemd.[4].

De imam als leider[bewerken]

Een belangrijk kenmerk van deze stroming is de plaats van de imam. Een Sayed is een bloedverwant van één van de twaalf Imams (Ali ibn Abu Talib; Hasan ibn Ali, Husayn ibn Ali; Zayn al-'Abidin; Muhammad-Baqir; Ja'far as-Sadiq; Musa al-Kazim;Ali ar-Reza; Muhammad al-Taqi; Ali an-Naqi; Hassan al-Askari; Muhammad al-Mahdi (waarvan de Shia geloven dat deze verdween om op een dag, samen met Profeet Isa terug te keren). Uiteindelijk is elke Sayed dus bloedverwant van de Heilige Profeet van Islam, Mohammed.

Volgens de sjiieten zouden alle imams, behalve de twaalfde imam (Muhammad al-Mahdi) de martelaarsdood zijn gestorven. In de islamitische traditie, en speciaal binnen de sjiitische islam nemen de sjahied, de martelaren, een bijzondere plaats in.

Twee grote martelaren[bewerken]

Het lukte Ali om, ondanks de tegenstand van Muawija -de stichter van de dynastie van de Oemajjaden en Mohammeds weduwe Aisha, in 656 als opvolger van Othman de vierde kalief te worden. Het geruzie tussen de twee partijen mondde echter uit in de moord op Ali in 661 door een partij van ontevredenen, de Khawarijis. Zijn opvolger en oudste zoon Hassan werd korte tijd hierna vergiftigd. Ali's tweede zoon, Hoessein, werd in de Slag bij Kerbala gedood. (zie hierboven)

Nog altijd worden Ali en Hoessein door de sjiieten vereerd als de twee grote martelaren. De heiligdommen die gebouwd zijn rond hun graftombes in de Iraakse steden Najaf, Koefa en Karbala zijn voor de sjiieten zeer heilige plaatsen. Martelaarschap is een van de principes die binnen het sjiisme een belangrijke plaats innemen. Deze gebeurtenissen markeren het grote 'schisma' (fitna) binnen de islam.

Mahdi[bewerken]

Sjiieten hebben de overtuiging dat de ware, door God gezonden imam, al-Mahdi, eens zal terugkeren om vrede en rechtvaardigheid te stichten. Het verschil tussen sjiieten en soennieten op dit punt: de sjiieten geloven dat imam al-Mahdi al is geboren (als kleinzoon van de profeet) en op latere leeftijd door God is bevolen om zich zelf terug te trekken van de mensheid.Bij zijn terugkeer zal hij worden vergezeld door Isa (Jezus) die als profeet gezien wordt. Soennieten geloven ook in zijn terugkeer, maar geloven meestal dat hij nog geboren moet worden.

Stromingen binnen het sjiisme[bewerken]

Binnen het sjiisme zijn er drie belangrijke stromingen.

Ithna ashri[bewerken]

Het grootste deel van de sjiieten behoort tot de ithna ashri die ook wel de "twaalvers" worden genoemd omdat zij na Ali nog elf andere imams hebben gekend. Zij geloven dat de twaalfde en laatste imam, Mohammed al-Mahdi, door God wordt beschermd en aan het einde der tijden terug zal keren om vrede en rechtvaardigheid te stichten. Landen met een demografische meerderheid van twaalvers zijn: Azerbeidzjan, Bahrein, Irak, Iran en Libanon. Afghanistan, Pakistan en Saoedi-Arabië hebben een aanzienlijke demografische minderheid van twaalvers.

Isma'ilisme[bewerken]

Een andere stroming binnen het sjiisme is het isma'ilisme. In aantallen zijn ze veel minder dan de Ithna ashri, maar ze hebben in de loop van de geschiedenis veel invloed gehad. Zo stichtten zij ooit een groot rijk dat zich in zijn hoogtijdagen uitstrekte van de Atlantische Oceaan in Afrika, tot aan de heilige steden Jeruzalem, Mekka en Medina. Het Fatimidenrijk, zoals dit wordt genoemd, bestond van het jaar 909 tot 1171. Zij worden ook wel "zeveners" genoemd omdat zij maar zeven imams erkennen. Landen met aanzienlijke minderheden zeveners: Pakistan en India (in de Kashmir regio).

Zaidiyya[bewerken]

Een kleinere stroming staat ook wel bekend als de "vijvers" omdat zij vijf imams erkennen. De Zaidi zijn een vrij gematigde stroming die vooral in Jemen een belangrijk deel van de bevolking uitmaakt. Noord-Jemen heeft van 898 tot 963 een regerende imam gekend die tot de Zaidi behoorde. Landen met een aanzienlijke demografische minderheid vijvers: Jemen (het voormalige koninkrijk Noord-Jemen, de voormalige republiek Noord-Jemen) en het zuidwesten van Saoedie-Arabië.

Assassijnen[bewerken]

Na de ineenstorting van het Fatimidenrijk, wisten de isma'ilisten een aantal forten in Perzië te veroveren, onder andere het fort van Alamout. Het is in deze tijd dat de isma'ilisten bekend werden onder de naam Assassijnen. Ze stonden erom bekend dat ze, als ze bedreigd werden, niet schuwden om de leiders van hun vijanden door middel van aanslagen om het leven te brengen. Tegenwoordig zijn de isma'ilisten verspreid over de hele wereld. Hun imam is prins Shah Karim, Aga Khan IV, die ze erkennen als de 49e imam na Ali.

Alawieten, Alevieten, Droezen en Shabakken[bewerken]

De Alawieten, Alevieten, Droezen en Shabakken worden veelal als afsplitsingen van het sjiisme beschouwd.[5][6][7] Voorts kent ook het Jedizisme sjiitische invloeden.

Spelling[bewerken]

Volgens het Groene Boekje is sjiisme de juiste spelling, evenals sjiiet(en). Andere varianten zoals sji'isme en shi'isme komen echter veelvuldig voor.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Frank E. Peters: Islam en de joods-christelijke traditie.Een verkenning. 2006