Slag om de Donbas (2022)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.
Slag om de Donbas (2022)
Onderdeel van Russische invasie van Oekraïne in 2022
Controle in de Donbas
Datum 18 april 2022 - heden
Locatie Donbas, Oekraïne
Strijdende partijen
Vlag van Rusland Rusland
Flag of Donetsk People's Republic.svg VR Donetsk
Flag of the Luhansk People's Republic.svg VR Loegansk
Vlag van Oekraïne Oekraïne
Verliezen
2.383 burgers gedood
7.000-9.000 burgers gewond
Totaal aantal gedood: 9.940
Totaal aantal gewond: 23.455

Totaal aantal gevlucht: 1.414.789 (waarvan naar het buitenland: 925.500)[1]

De Slag om de Donbas is een militaire confrontatie van de Russische Federatie, en de twee zelfverklaarde volksrepublieken Donetsk en Loegansk tegen Oekraïne. De strijd begon op 18 april 2022, als onderdeel van de Russische invasie van Oekraïne die op 24 februari 2022 was begonnen. Eerder had het Russische leger zich geconcentreerd op andere delen van Oekraïne zoals de hoofdstad Kiev (zie ook de Slag om Kiev), maar daar trokken de Russen zich vanaf eind maart terug om zich vervolgens te hergroeperen voor een hernieuwd invasiefront in Zuidoost-Oekraïne.[2]

Het oosten van Oekraïne, de Donbas, werd opgeëist door de pro-Russische separatisten uit Donetsk en Loegansk.

De slag[bewerken | brontekst bewerken]

Op 11 april 2022 kondigde de Oekraïense president Volodymyr Zelensky aan dat Oekraïne een groot nieuw Russisch offensief verwachtte in het oosten van het land.[3] Militaire satellieten registreerden uitgebreide Russische konvooien van infanterie en gemechaniseerde eenheden terwijl deze van Charkov zuidwaarts naar Izjoem reden voor de geplande Russische herschikking van zijn noordoostelijke troepen naar het zuidoostelijke front van de invasie.[4]

18 april[bewerken | brontekst bewerken]

President Zelensky meldde op 18 april 2022 in een videoboodschap dat de Russische troepen aan het verwachte offensief in de Donbas waren begonnen. Zelensky's adviseur sprak over 'de tweede fase van de oorlog'.[5]

In de omgevingen van Slobozansky en Donetsk voerden Russische troepen de aanvallen op. De Oekraïense secretaris van de Nationale Veiligheidsraad, Oleksiy Danilov, zei dat Russische troepen in de ochtend van 18 april door de Oekraïense verdedigingswerken probeerden te breken langs (bijna) de gehele frontlinie in de omgeving van de oblasten Donetsk, Charkov en Loehansk met als doel de oblasten Donetsk en Loehansk volledig te veroveren vóór Orthodox Pasen op 24 april.

In de ochtend van 18 april zei de gouverneur van Loehansk, Serhij Hajdaj, dat Russische troepen de stad Kreminna waren binnengevallen.

's Nachts voerden Russische troepen een raketaanval uit op Kramatorsk, oblast Donetsk, waarbij de infrastructuur werd vernietigd.

19 april[bewerken | brontekst bewerken]

In een exclusief interview met India Today erkende de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, het begin van een nieuw offensief in de Donbas en noemde het een 'zeer belangrijk moment in deze hele speciale operatie'.

Om de nieuwe fase van het Russische offensief in Oekraïne aan te pakken, hielden de Franse president Emmanuel Macron en de Amerikaanse president Joe Biden een ontmoeting met vertegenwoordigers uit Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Italië, Polen en Roemenië. Ze werden ontvangen door NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg, voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen en voorzitter van de Europese Raad Charles Michel.

Op videobeelden was te zien dat ten minste één burger werd gedood en drie anderen gewond raakten tijdens de Russische beschieting van Kramatorsk.

Gouverneur Hajdaj riep de inwoners van de regio op om onmiddellijk te evacueren, zodat ze niet gevangengenomen of gedood zouden worden door Russische militairen.

20 april[bewerken | brontekst bewerken]

Troepen van Rusland en Russisch gezinde separatisten uit Loegansk rukten op in Roebizjne, oblast Loehansk, en veroverden het centrale deel van de stad. Russische troepen bezetten ook woonwijken in de stad Popasna in de oblast Loehansk. Volgens een Oekraïense bron geciteerd door de Amerikaanse denktank Institute for the Study of War (ISW), kwamen Libische en Syrische huursoldaten die waarschijnlijk banden hadden met de Wagner-groep, in botsing met Oekraïense troepen in de stad, waarbij de Oekraïense politicus Oleksij Danilov beweerde dat er 20 tot 25 huurlingen waren gedood en daarbij foto's toonde van de vermeende lichamen. Het ISW heeft geen enkele inzet van Syrische of Libische eenheden als onderdeel van de Russische troepen waargenomen en schrijft de aanwezigheid van de genoemde vreemdelingen individueel toe.

Ten zuiden en zuidwesten van Izjoem, oblast Charkov, hadden de Russische troepen enig succes door middel van een plaatselijke opmars.

21 april[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens Oekraïense bronnen zetten de Russische troepen de aanval op Popasna voort en probeerde het voet aan de grond te krijgen in de westelijke en noordwestelijke delen van Roebizjne, maar de Oekraïense strijdkrachten sloegen de aanval af.

22 april[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens het ochtendrapport van de generale staf van de strijdkrachten van Oekraïne bestormde Rusland de dorpen Zaritsjne en Marjinka. Bij Novotosjkivsky vonden ook zware gevechten plaats. De stad Slovjansk werd 's nachts beschoten met (vermoedelijk) clustermunitie; in de middag was er een poging om de stad te bestormen. De stad Lyman werd beschoten, waarbij een plaatselijk ziekenhuis in de brand vloog. De beschietingen op de nederzettingen in de frontlinie gingen door: om 15.00 uur werden in de regio Donetsk 20 nederzettingen gebombardeerd en raakten 34 gebouwen beschadigd. In Popasna, Avdiivka en Koerakhove vonden mislukte aanvalspogingen door Russische troepen plaats. Tegelijkertijd wisten Russische troepen Lozove en Stepne onder controle te krijgen. Gedurende de dag werden ongeveer 130 militairen, 3 tanks, 3 infanteriegevechtsvoertuigen, 4 gepantserde personeelsdragers, 1 gepantserd gevechtsvoertuig, 13 artillerietrekkers en 2 UAV's vernietigd in de gevechten.

23 april[bewerken | brontekst bewerken]

De Centrale Inlichtingendienst van het Ministerie van Defensie van Oekraïne meldde dat Rusland de hergroepering van de troepen had voltooid en binnenkort een nog groter offensief zou lanceren in de Donbas. Rond 15.00 uur vonden artilleriebeschietingen plaats op de stad Zolote, waarbij twee mensen omkwamen en twee anderen gewond raakten. Bovendien werden dorpen in de omgeving Sjevjerodonetsk beschoten, waarbij vier inwoners omkwamen. In een avondtoespraak meldde de Generale Staf van de Strijdkrachten van Oekraïne dat Rusland er niet in was geslaagd om op te rukken naar Marjinka, Rubezhnoye en Popasna en dat Rusland voorbereidingen trof om Sjevjerodonetsk aan te vallen. Overdag werden 12 aanvallen afgeslagen. Ongeveer 150 Russische militairen, 4 tanks, 5 artilleriesystemen, 15 eenheden gepantserde voertuigen, 4 auto's en 1 gepantserd gevechtsvoertuig werden vernietigd; Soe-25 vliegtuigen, 1 kruisraket en 3 UAV's werden neergeschoten.

7 mei[bewerken | brontekst bewerken]

's Middags werd een school in het dorp Bilohorivka, oblast Loehansk, waar zo'n 90 mensen een schuilplaats hadden gezocht, doelwit van een Russisch bombardement. Er vielen zeker twee doden, maar gevreesd werd voor veel meer slachtoffers omdat 60 mensen nog niet waren teruggevonden.[6][7]

13 mei[bewerken | brontekst bewerken]

Bij Roebizjne veroverde het Russische leger langzaam gebied in westwaartse richting. Hierbij werden steden en dorpen zwaar gebombardeerd door artillerie totdat er niets meer van over was en de Oekraïense troepen zich terugtrokken. Daarna werd de volgende Oekraïense defensieve stelling aangevallen. Deze Russische tactiek vergde enorm veel munitie en leidde tot grote verliezen in mankracht en materieel. Tegelijkertijd voerde het Russische leger aanvallen uit vanuit Izjoem in zuidelijke richting, met als doel het Oekraïense leger te omsingelen. Dit offensief had minder succes, daar de Russen er niet in slaagden om met noemenswaardige aantallen de Severski Donets over te steken, ondanks meerdere pogingen met pontons.[8]

21 mei[bewerken | brontekst bewerken]

Na de inname van de Azovstalfabriek door de Russen, en de val van Marioepol aan het zuidelijk front, nam het offensief in de Donbas in omvang toe. Op 21 mei meldde gouverneur Hajdaj, via Telegram, dat de Russen Sjevjerodonetsk dag en nacht bombardeerden en een poging deden om de stad te omsingelen. Oekraïense troepen zouden elf aanvallen hebben afgeslagen en daarbij acht tanks hebben vernietigd. Naast Sjevjerodonetsk was ook Lysytsjansk een doelwit. De steden liggen aan weerszijden van de Severski Donets, in het deel van oblast Loehansk dat voor de oorlog nog niet onder controle stond van pro-Russische separatisten. Volgens Zelensky werd ook in Slovjansk hevig gevochten en hield het Oekraïense leger stand.[9]

28 mei[bewerken | brontekst bewerken]

Het Russische ministerie van Defensie verklaarde dat Lyman nu volledig in Russische handen was. De vorige dag hadden pro-Russische separatisten de verovering van de stad ook al geclaimd.[10][11][12]

Gouverneur Hajdaj zei dat er in het gebied nu zo'n 10.000 Russische manschappen waren gestationeerd.[10][12]

29 mei[bewerken | brontekst bewerken]

Er werd nog steeds hevig gevochten in en rondom Sjevjerodonetsk, inmiddels de enige grote stad in de Donbas die nog in Oekraïense handen was. Gouverneur Hajdaj zei dat het geweld in de stad het onmogelijk maakte om de doden en gewonden op te halen. President Zelensky zei in een toespraak dat de infrastructuur van de stad nu geheel was vernietigd.[13]

Volgens analisten van denktank ISW boekten de Russen langzaamaan meer terreinwinst in de Donbas, ondanks zware verliezen.[14]

1-3 juni[bewerken | brontekst bewerken]

Gouverneur Serhij Hajdaj, het hoofd van het Oekraïense militaire bestuur in Loehansk, berichtte op 1 juni dat ca. 80% van Sjevjerodonetsk nu in Russische handen was. In de stad waren nog steeds hevige gevechten gaande.[15] Twee dagen later zei Hajdaj dat het Oekraïense leger 20% van de stad had terugveroverd.[16]

10 juni[bewerken | brontekst bewerken]

Vadym Skibitsky, het plaatsvervangend hoofd van de Oekraïense militaire inlichtingendienst, zei dat zijn land nu bijna helemaal door de munitie heen was en het gevecht met de Russen – die 10 tot 15 keer zoveel artillerie hadden als Oekraïne – dreigde te verliezen. Volgens Skibitsky hing voor Oekraïne alles af van de wapens die het Westen zou leveren.[17]

Volgens president Zelensky stierven er dagelijks 60 tot 100 Oekraïense soldaten en vielen er zo'n 500 gewonden aan Oekraïense zijde. De precieze aantallen hiervan worden geheimgehouden.[17]

25-26 juni: de val van Sjevjerodonetsk[bewerken | brontekst bewerken]

De burgemeester van Sjevjerodonetsk, Oleksandr Stryuk, liet op 25 juni weten dat het Oekraïense leger de stad bijna had verlaten. Volgens het hoofd van de militaire inlichtingendienst had het Oekraïense leger zich teruggetrokken naar Lysytsjansk, aan de overzijde van de Severski Donets.[18][19] Men sprak van de grootste nederlaag voor Oekraïne sinds de val van Marioepol in mei.[20]

In de stad bleven de gevechten tussen enerzijds het Russische leger en de separatisten en anderzijds het Oekraïense leger nog doorgaan. De volgende dag werd de evacuatie van burgers uit de chemische fabriek waar zij zich schuilhielden gestaakt. Het Russische persbureau TASS beweerde dat dit het gevolg was van artilleriebeschietingen door het Oekraïense leger.[21]

2-3 juli: de val van Lysytsjansk[bewerken | brontekst bewerken]

Op 2 juli omsingelden pro-Russische troepen de stad Lysytsjansk en drongen het centrum van de stad binnen. Op 3 juli werd bekend dat het Oekraïense leger Lysytsjansk verlaten had en dat het Russische leger de stad had ingenomen. Hiermee verloor Oekraïne de controle over de laatste grote stad in de oblast Loehansk, waardoor de oblast nu volledig in handen was van de pro-Russische, separatistische volksrepubliek Loegansk.[22]