Streptokokkenfaryngitis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Streptokokkenfaryngitis
Een kweekpositief geval van streptokokkenfaryngitis met kenmerkende pus op de tonsillen bij een 16-jarige.
Een kweekpositief geval van streptokokkenfaryngitis met kenmerkende pus op de tonsillen bij een 16-jarige.
ICD-10 J02.0
ICD-9 034.0
DiseasesDB 12507
MedlinePlus 000639
eMedicine med/1811
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Streptokokkenfaryngitis of streptokokkenkeel is een ziekte die veroorzaakt wordt door bacteriën met de naam groep-A-streptokokken.[1]

Bij streptokokkenfaryngitis zijn de keel en de tonsillen aangedaan. De tonsillen zijn de twee klieren in de keel achterin de mond. Bij streptokokkenfaryngitis kunnen ook de stembanden (strottenhoofd) aangedaan zijn. Veel voorkomende symptomen zijn koorts, keelpijn en opgezette lymfeklieren in de hals. Keelontsteking bij kinderen is in 37% van de gevallen streptokokkenfaryngitis.[2]

Streptokokken verspreiden zich door nauw contact met iemand die ziek is. Om zeker te weten of iemand streptokokkenfaryngitis heeft, is een onderzoek nodig dat keelkweek heet. Ook zonder dit onderzoek is een waarschijnlijk geval van streptokokkenfaryngitis te herkennen aan de symptomen. Met antibiotica kan iemand met streptokokkenfaryngitis worden geholpen.

Klachten en symptomen[bewerken]

De gebruikelijke symptomen van streptokokkenfaryngitis zijn keelpijn, koorts hoger dan 38 °C, pus en opgezette lymfeklieren.[3]

Er komen ook andere symptomen voor, zoals:

Bij iemand die streptokokkenfaryngitis krijgt, ontstaan de symptomen een tot drie dagen nadat hij of zij in aanraking is geweest met een zieke.[3]

Oorzaak[bewerken]

Streptokokkenfaryngitis wordt veroorzaakt door bètahemolytische groep-A-streptokokken,[6]maar ook andere bacteriën en virussen kunnen keelontsteking veroorzaken.[3][5]

Mensen krijgen streptokokkenfaryngitis door rechtstreeks, nauw contact met iemand die de ziekte al heeft. In groepen mensen die zich dicht bij elkaar bevinden kan de ziekte zich gemakkelijk verspreiden.[5][7] Voorbeelden van zulke groepen zijn het leger en scholen.

Als bètahemolytische groep-A-streptokokken uitdrogen kunnen ze geen mensen meer ziek maken. In een vochtige omgeving kunnen ze mensen nog 15 dagen lang ziek maken.[5] Vochtige bacteriën zijn te vinden op zaken als tandenborstels. Deze bacteriën kunnen in voedsel leven, maar dat komt heel weinig voor. Mensen die dat besmette voedsel eten, kunnen ziek worden.[5]

Twaalf procent van de kinderen zonder verschijnselen van streptokokkenfaryngitis hebben van zichzelf bètahemolytische groep-A-streptokokken in hun keel.[2]

Diagnose[bewerken]

Gemodificeerde Centor-score
Punten Waarschijnlijkheid van streptokokken Behandeling
1 of minder <10% Geen antibiotica of kweek nodig
2 11–17% Antibiotica op basis van de kweek of SADT
3 28–35%
4 of 5 52% Antibiotica zonder dat een kweek gedaan is

Een checklist met de naam 'gemodificeerde Centor-score' helpt artsen te beslissen hoe mensen met een keelontsteking behandeld moeten worden. De Centor-score bestaat uit vijf klinische maten of waarnemingen. De score laat zien hoe groot de kans is dat iemand streptokokkenfaryngitis heeft.[3]

Elk van onderstaande criteria krijgt één punt:[3]

  • Geen hoest
  • Opgezette lymfeklieren of lymfeklieren die pijnlijk zijn als ze worden aangeraakt
  • Temperatuur hoger dan 38°C
  • Pus of zwelling van de tonsillen
  • Leeftijd jonger dan 15 jaar (er wordt een punt afgetrokken als de patiënt ouder dan 44 is)

Laboratoriumonderzoek[bewerken]

Een onderzoek met de naam keelkweek is de beste manier[8] om er achter te komen of iemand streptokokkenfaryngitis heeft. Dit onderzoek heeft het in 90 tot 95% van de gevallen goed.[3] Er is nog een ander onderzoek, de snelle streptest ofwel de snelle antigeendetectietest (SADT). Met deze test is de uitslag van het onderzoek sneller bekend, maar is slechts in 70% van de gevallen betrouwbaar. Met beide onderzoeken is goed vast te stellen of iemand streptokokkenfaryngitis heeft: de uitslag klopt dan in 98% van de gevallen.[3][9]

Mensen zonder symptomen hoeven niet met een keelkweek of een snelle streptest worden onderzocht. Dat is omdat sommige mensen van zichzelf al streptokokken in hun keel hebben zonder dat ze daar ziek van zijn. Deze mensen hoeven niet te worden behandeld.[9]

Oorzaken van soortgelijke symptomen[bewerken]

Streptokokkenfaryngitis kan symptomen hebben gelijkend op andere ziekten. Daarom is het zonder keelkweek of snelle streptest lastig om te zeggen of iemand inderdaad streptokokkenfaryngitis heeft.[3] Als iemand koorts en keelpijn heeft met hoesten, een loopneus, diarree en rode jeukende ogen, dan is de kans groot dat de keelontsteking veroorzaakt wordt door een virus.[3] Ook klierkoorts kan gezwollen lymfeklieren in de hals, keelpijn, koorts en opgezette tonsillen veroorzaken.[10] Of iemand deze ziekte heeft, is met bloedonderzoek vast te stellen.

Preventie[bewerken]

Als iemand drie keer per jaar of vaker streptokokkenfaryngitis krijgt, kan het verwijderen van de keelamandelen een manier zijn om ervoor te zorgen dat ze het niet meer krijgen.[11][12][13] Afwachten en zien wat er gebeurt is echter ook een goede optie.[11]

Behandeling[bewerken]

Zonder behandeling duurt streptokokkenfaryngitis meestal een paar dagen.[3] Door behandeling met antibiotica verdwijnen de symptomen meestal 16 uur eerder dan zonder antibiotica.[3] De belangrijkste reden om met antibiotica te behandelen is om het risico op een ernstiger ziekte te verkleinen, zoals een hartziekte als gevolg van acuut reuma of ophoping van pus in de keel (een zogenoemd retrofaryngeaal abces).[3] Antibiotica werken goed als ze binnen 9 dagen na aanvang van de symptomen worden gegeven.[6]

Pijnbestrijding[bewerken]

Geneesmiddelen tegen pijn kunnen bij streptokokkenfaryngitis nuttig zijn.[14] Meestal worden niet-steroïde ontstekingsremmers of paracetamol gebruik. Steroïden kunnen ook van nut zijn,[6][15] evenals lidocaïne.[16] Aspirine kan bij volwassenen worden gebruikt. Het is geen goed idee om kinderen aspirine te geven omdat ze dan meer risico lopen op het syndroom van Reye.[6]

Antibiotica[bewerken]

In de Verenigde Staten wordt phenoxymethylpenicilline het meest gebruikt bij streptokokkenfaryngitis. Het is populair omdat het veilig is, goed werkt en niet veel geld kost.[3] In Europa wordt meestal amoxicilline gebruikt.[17] In India lopen de mensen meer risico op acuut reuma. Daarom bestaat de behandeling in dat land meestal uit een injectie met benzathinepenicilline.[6]

Antibiotica verkorten de gemiddelde duur van de symptomen. De gemiddelde duur is drie tot vijf dagen. Antibiotica halen daar ongeveer een dag van af. Deze geneesmiddelen zorgen er ook voor dat de ziekte zich minder gemakkelijk verspreid.[9] De geneesmiddelen worden vooral gebruikt om zeldzame complicaties te helpen voorkomen, zoals acuut reuma, huiduitslag en infecties.[18]

Behandeling met antibiotica is wellicht niet nodig bij volwassenen die slecht op medicatie reageren.[18] De goede effecten van antibiotica moeten worden afgewogen tegen mogelijke bijwerkingen.[5] Bij mensen die ernstig allergisch op penicilline reageren dient erytromycine of macroliden te worden gebruikt.[3] Cefalosporinen kunnen worden gebruikt bij mensen met minder ernstige allergieën.[3]

Streptokokkeninfecties kunnen zwelling van de nieren veroorzaken (acute glomerulonefritis). Antibiotica verkleinen het risico op deze aandoening niet.[6]

Antibiotica worden vaker bij streptokokkenfaryngitis gebruikt dan men zou verwachten op grond van de ernst van de ziekte en de snelheid waarmee de ziekte zich verspreid.[19]

Vooruitzichten[bewerken]

De symptomen van streptokokkenfaryngitis verdwijnen met of zonder behandeling meestal binnen drie tot vijf dagen.[9] Behandeling met antibiotica verkleint het risico op ernstiger ziektes. Door zo'n behandeling verspreidt de ziekte zich ook moeilijker. Kinderen kunnen 24 uur na inname van de eerste antibiotica weer naar school.[3]

Streptokokkenfaryngitis kan de volgende grote problemen veroorzaken:

Frequentie van de ziekte[bewerken]

Streptokokkenfaryngitis valt onder de brede categorie keelontsteking (faryngitis). In de Verenigde Staten krijgen elk jaar ongeveer 11 miljoen mensen streptokokkenfaryngitis.[3] De bètahemolytische groep-A-streptokokken veroorzaken 15 tot 30% van de keelontstekingen bij kinderen, en 5 tot 20% van de keelontstekingen bij volwassenen.[3] De meeste gevallen van streptokokkenfaryngitis doen zich laat in de winter en vroeg in het voorjaar voor.[3]

Bronnen en noten
  1. Dorlands Medical Dictionary: Streptococcal pharyngitis
  2. a b Shaikh N, Leonard E, Martin JM (September 2010). Prevalence of streptococcal pharyngitis and streptococcal carriage in children: a meta-analysis. Pediatrics 126 (3): e557–64 . PMID:20696723. DOI:10.1542/peds.2009-2648.
  3. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u Choby BA (March 2009). Diagnosis and treatment of streptococcal pharyngitis. Am Fam Physician 79 (5): 383–90 . PMID:19275067.
  4. a b c d Brook I, Dohar JE (December 2006). Management of group A beta-hemolytic streptococcal pharyngotonsillitis in children. J Fam Pract 55 (12): S1–11; quiz S12 . PMID:17137534.
  5. a b c d e f Hayes CS, Williamson H (April 2001). Management of Group A beta-hemolytic streptococcal pharyngitis. Am Fam Physician 63 (8): 1557–64 . PMID:11327431.
  6. a b c d e f Baltimore RS (February 2010). Re-evaluation of antibiotic treatment of streptococcal pharyngitis. Curr. Opin. Pediatr. 22 (1): 77–82 . PMID:19996970. DOI:10.1097/MOP.0b013e32833502e7.
  7. Lindbaek M, Høiby EA, Lermark G, Steinsholt IM, Hjortdahl P (2004). Predictors for spread of clinical group A streptococcal tonsillitis within the household. Scand J Prim Health Care 22 (4): 239–43 . PMID:15765640. DOI:10.1080/02813430410006729.
  8. , In A Page Signs & Symptoms, Lippincott Williams & Wilkins, Hagerstown, Maryland, 2008, p. 312 ISBN 0-7817-7043-2.
  9. a b c d Bisno AL, Gerber MA, Gwaltney JM, Kaplan EL, Schwartz RH (July 2002). Practice guidelines for the diagnosis and management of group A streptococcal pharyngitis. Infectious Diseases Society of America. Clin. Infect. Dis. 35 (2): 113–25 . PMID:12087516. DOI:10.1086/340949.
  10. Ebell MH (2004). Epstein-Barr virus infectious mononucleosis. Am Fam Physician 70 (7): 1279–87 . PMID:15508538.
  11. a b Paradise JL, Bluestone CD, Bachman RZ, et al. (March 1984). Efficacy of tonsillectomy for recurrent throat infection in severely affected children. Results of parallel randomized and nonrandomized clinical trials. N. Engl. J. Med. 310 (11): 674–83 . PMID:6700642. DOI:10.1056/NEJM198403153101102.
  12. Alho OP, Koivunen P, Penna T, Teppo H, Koskela M, Luotonen J (May 2007). Tonsillectomy versus watchful waiting in recurrent streptococcal pharyngitis in adults: randomised controlled trial. BMJ 334 (7600): 939 . PMID:17347187. PMC:1865439. DOI:10.1136/bmj.39140.632604.55.
  13. Johnson BC, Alvi A (March 2003). Cost-effective workup for tonsillitis. Testing, treatment, and potential complications. Postgrad Med 113 (3): 115–8, 121 . PMID:12647478.
  14. Thomas M, Del Mar C, Glasziou P (October 2000). How effective are treatments other than antibiotics for acute sore throat?. Br J Gen Pract 50 (459): 817–20 . PMID:11127175. PMC:1313826.
  15. Effectiveness of Corticosteroid Treatment in Acute Pharyngitis: A Systematic Review of the Literature.. Andrew Wing. 2010; Academic Emergency Medicine
  16. Generic Name: Lidocaine Viscous (Xylocaine Viscous) side effects, medical uses, and drug interactions. MedicineNet.com Geraadpleegd op 2010-05-07
  17. Bonsignori F, Chiappini E, De Martino M (2010). The infections of the upper respiratory tract in children. Int J Immunopathol Pharmacol 23 (1 Suppl): 16–9 . PMID:20152073.
  18. a b Snow V, Mottur-Pilson C, Cooper RJ, Hoffman JR (March 2001). Principles of appropriate antibiotic use for acute pharyngitis in adults. Ann Intern Med 134 (6): 506–8 . PMID:11255529.
  19. Linder JA, Bates DW, Lee GM, Finkelstein JA (November 2005). Antibiotic treatment of children with sore throat. J Am Med Assoc 294 (18): 2315–22 . PMID:16278359. DOI:10.1001/jama.294.18.2315.
  20. a b UpToDate Inc.
  21. Stevens DL, Tanner MH, Winship J, et al. (July 1989). Severe group A streptococcal infections associated with a toxic shock-like syndrome and scarlet fever toxin A. N. Engl. J. Med. 321 (1): 1–7 . PMID:2659990. DOI:10.1056/NEJM198907063210101.
  22. a b Hahn RG, Knox LM, Forman TA (May 2005). Evaluation of poststreptococcal illness. Am Fam Physician 71 (10): 1949–54 . PMID:15926411.