Tjerk Vermaning

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tjerk Vermaning
Tjerk Vermaning
Algemene informatie
Geboren Staphorst, 18 januari 1929
Overleden Groningen, 11 oktober 1987
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep scharensliep, amateur-archeoloog
Portaal  Portaalicoon   Archeologie
Vermaning (Drenthe, 1975)

Tjerk Vermaning (Staphorst, 18 januari 1929Groningen, 11 oktober 1987) was een omstreden Nederlandse amateurarcheoloog, voornamelijk actief in de provincie Drenthe. Hij verwierf bekendheid door zijn vondsten van stenen werktuigen uit de oudheid die vervalsingen bleken te zijn.

Vermaning was de zoon van een binnenschipper. Hij voorzag in zijn levensonderhoud met de reparatie van Landbouwwerktuigen en het slijpen van messen van maaimachines waartoe hij rondtrok door Drenthe en Friesland. Later leefde hij enige tijd van een subsidie van de provincie Drenthe en van de verkoop van de door hem gevonden fossielen en artefacten aan musea.Ten tijde van de zoheten Affaire-Vermaning leefde hij op het woonschip Gerrit Lucas aangemeerd in de gemeente Meppel.

Vondsten van vuurstenen werktuigen[bewerken | bron bewerken]

Geïnspireerd door een vondst uit 1939, de vuistbijl van Wijnjeterp, raakte Vermaning op ongeveer dertigjarige leeftijd geïnteresseerd in de archeologie. Hij zocht in Drenthe op akkers met kennelijk succes naar vuurstenen werktuigen. Voor het op naam brengen van zijn vondsten nam hij contact op met beroepsarcheologen en kwam daarvoor veel bij het Drents Museum. Tussen 1965 en 1972 ontdekte hij in Drenthe drie veronderstelde vondstcomplexen uit het middenpaleolithicum: Hoogersmilde, Hijken en Eemster (Lheebroek).[1] Omdat deze vondsten zouden betekenen dat de bewoningsgeschiedenis van Drenthe en daarmee ook Nederland met dertig à vijftigduizend jaar verlengd werd, kregen zij veel aandacht in de media. Om zijn archeologische activiteiten te ondersteunen ontving Vermaning een jaarlijkse financiële vergoeding van het museum dat later ook een deel van zijn collectie aankocht. In 1966 werd aan hem voor zijn bijdrage aan de kennis van het prehistorisch erfgoed van de provincie de 'Culturele prijs van Drenthe' uitgereikt.

De affaire-Vermaning[bewerken | bron bewerken]

Expositie van vondsten van Vermaning (1982)

Vermaning werd echter vooral bekend door de media-aandacht rond de strafvervolging die in 1975 tegen hem plaatsvond op verdenking van het delict oplichting, op instigatie van een van de eigenaren van de aangekochte collecties in het Drents Museum, Gedeputeerde Staten van Drenthe. In wetenschappelijk onderzoek door de archeologen Tjalling Waterbolk (die Vermanings vondsten in 1973 nog als authentiek paleolithisch had erkend)[2] en Dick Stapert van het Biologisch Archeologisch Instituut (B.A.I.) van de Rijksuniversiteit Groningen waren inmiddels twijfels gerezen omtrent de echtheid van de artefacten. Die twijfels baseerden zij onder andere op de staat van de artefacten, de samenstelling, het materiaal waarvan de artefacten gemaakt waren, de mate van vakmanschap waarmee ze gemaakt waren. In feite waren volgens Waterbolk en Stapert het materiaal, de vondstomstandigheden en de vindplaatsen alle verdacht. Volgens hen werd niet meer dan 'n vuursteen gevonden zodat zij vermoedden, dat een afgeslagen vlijmscherpe vuursteen met behulp van een platte lat de bodem was ingedrukt.[3] Sommige stafleden van het BAI meenden dat een deel van de artefacten uit bijvoorbeeld akkers op Jutland afkomstig kon zijn en dat de vindplaatsen ervan niet authentiek waren, maar de artefacten zelf niet vals.

De strafzaak wegens verdenking van oplichting en de media-aandacht eromheen en de vervolgschermutselingen tussen 'voor'- en 'tegenstanders' zijn bekend geworden als de Affaire-Vermaning. Vermaning met zijn vondsten werd daarin doorsommigen bewonderd als een vermeende voorvechter, een "gewone man" die een dappere strijd voerde tegen de "gevestigde wetenschap" en een vermeende arrogantie van "de geleerden".

Vermaning werd op 18 maart 1975 gearresteerd op beschuldiging van oplichting. Tijdens de rechtszaak werden de conclusies van het B.A.I. ondersteund door diverse getuige-deskundigen (onder anderen de Duitse archeoloog Gerhard Bosinski) en door een onafhankelijk rapport van het Gerechtelijk Laboratorium. De bewering van Stapert, dat álle stenen van Vermaning uit versgeklopte stenen zouden bestaan, die later met elektrische slijpschijven zouden zijn bewerkt, bleek niet aantoonbaar te zijn. Een aantal amateurarcheologen rond Ad Wouters (later verenigd in de APAN (Aktieve Praktijk Archeologie Nederland)) was overtuigd van de echtheid van de artefacten en ijverden voor vrijspraak. Vermaning werd echter in eerste instantie schuldig bevonden aan oplichting en in 1977 veroordeeld tot een maand gevangenisstraf. Hij ging in hoger beroep en werd daarop in 1978 vrijgesproken omdat niet kon worden bewezen dat Vermaning zelf degene was geweest die de betreffende artefacten had vervalst. Vermaning ontving 5000 gulden schadevergoeding omdat hij anderhalve dag gedetineerd was geweest, alsmede een vergoeding wegens gemaakte kosten van hfl. 60.000,-. Daarvan was hij hfl. 58.685,65 meteen kwijt aan advocatenkosten.[bron?]

Vermaning voelde zich door de rechtszaak aangetast in zijn goede naam. Hij was voor de rest van zijn leven verbitterd en bleef vijandig ten opzichte van de professionele archeologie. Hij overleed op 58-jarige leeftijd in het Academisch Ziekenhuis van Groningen[4] en werd enkele dagen later gecremeerd.[5] Zijn as werd een half jaar later verstrooid over het veld in Hoogersmilde waar hij zijn eerste vondsten had gedaan.[6]

Chronologie van de affaire-Vermaning[bewerken | bron bewerken]

  • 10 maart 1975: Drs, D. Stapert en Prof. H.T.Waterbolk voltooien hun Voorlopig Rapport, waarin zij Tjerk vermaning betichten van oplichting.
  • 11 maart 1975: Stapert en Waterbolk stellen het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Drente, die vondsten van Vermaning had aangekocht, op de hoogte van hun bevindingen omtrent de gestelde hoedanigheid van vervalsing
  • 13 maart 1975: Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Drente doet aangifte bij de Officier van Justitie te Assen
  • 18 maart 1975: Tjerk Vermaning wordt door de politie te Meppel aangehouden en verhoord; tevens verschijnt op deze dag een enigszins aangepaste versie van het rapport van Stapert en Waterbolk
  • april 1975: rechter-commissaris W.C.van Oordt te Assen geeft opdracht aan net Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk een onderzoek in te stellen naar de echtheid van de door de provincie aangekochte vondsten
  • 10 april 1975: Dr.G.Boom van het Interfacultair Instituut Electromicroscopie van de Rijksuniversiteit Groningen voltooit een oppervlakteanalyse op zowel devondsten van Vermaning als op vergelijkingsmateriaal van andere herkomst, andere wel als authentiek aangemerkte stenen werktuigen
  • 22 augustus 1975: Het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk verzoekt de rechter-commissaris te Assen om de aanwijzing van externe, gespecialiseerde deskundigen voor het opgedragen onderzoek naar de vondsten
  • 17/18 december 1975: De rechter-commissaris te Assen verzoekt Stapert en Waterbolk om een nadere toelichting van hun rapport
  • 1 april 1976: Prof. Waterbolk overhandigt zijn Eindrapport aan de rechter-commissaris te Assen
  • 2 februari 1977: Eerste zitting van de Rechtbank te Assen in de strafzaak tegen Tjerk Vermaning, waarin aan hem ten laste wordt gelagd dat hij zich door het vervalsen en alo echt te koop aanbieden van stenen werktuigen zich zou hebben schuldig gemaakt aan oplichting
  • 21 februari 1977: De Rechtbank wijst een tussenvonnis waarin beslist wordt dat de Duitse onderzoeker Prof. Gerhard Bosinski als externe deskundige wordt aangewezen
  • 9 mei 1977: Prof. Bosinski overhandigt het rapport van zijn bevindingen aan de Rechtbank te Assen
  • 6 juni 1977: Tweede zitting van de Rechtbank te Assen. Hierop wordt Bosinksi als getuige-deskundige gehoord. [7]
  • 17 juni 1977: De Rechtbank te Assen verklaart Tjerk Vermaning schuldig en veroordeelt hem tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. Vermaning tekent hoger beroep aan
  • 9 maart 1978: De advocaat van Vermaning stelt voor de behandeling van het hoger beroep bij het Gerechtshof dat de omstreden collecties van de vondsten te Hoogersmilde en Hijken incompleet zijn.
  • 10 november 1978: Zitting ter behandeling van de zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof te Leeuwarden
  • 21 december 1978: Het Gerechtshof te Leeuwarden spreekt Tjerk Vermaning vrij van de aan hem ten laste gelegde oplichting (zoals gebruikelijk bij vrijspraak: wegens het onbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs) [8] [9] [10]

Na de affaire[bewerken | bron bewerken]

20e eeuw[bewerken | bron bewerken]

In de rechtszaak in de affaire Vermaning werd weliswaar bewezen geacht dat de aangekochte artefacten hedendaagse machinale slijpsporen vertoonden en daardoor niet de geclaimde prehistorische oorsprong leken te kunnen hebben. De bijkomende omstandigheid die aannemelijk maakte dat het wel vervalsingen moest betreffen, namelijk dat de vondsten een mengelmoes van stijlen betrof die nergens elders in Europa was aangetroffen, en ook de verdachte hoedanigheid dat juist amateur-archeoloog Vermaning die ermee op de proppen was gekomen in het dagelijks leven machineslijper van professie was, had onvoldoende bewijs opgeleverd dat de complexe delictsomschrijving van oplichting zou zijn vervuld (waarin onder meer sprake is van een vereist wederrechtelijk oogmerk) en dat de persoon Vermaning daarvan dan wel de dader moest zijn. Over de toedracht bestaan diverse mogelijke verklaringen,[11][12][13] waarin veelal op welwillende wijze jegens de machineslijper Vermaning de hypothese "niet wordt uitgesloten" dat hij, te goeder trouw, door anderen gebruikt werd om machinaal bewerkt stenen aan te bieden, dan wel, dat zijn vondsten echt zouden zijn maar de artefacten door de anders samengestelde bodem afwijkongen vertoonden.

In 1978 organiseren aanhangers van Vermaning in het Drouwenerzand-Museum te Drouwen de expositie Stenen Getuigen - Oud- en Middenpaleolitische Vondsten uit particulier bezit in Nederland. [14]. Onder hen bevinden zich de amateur-archeologen Jan Evert Musch en Ad Wouters, die in het proces tegen Vermaning voor de echtheid van zijn vondsten pleitten.

In 1980 publiceert de journalist Fred Vermeulen, redacteur bij de Winschoter Courant De onderste steen. Recht en Wetenschap in de knel: De Zaak Vermanimg. Volgens hem zou er in elk geval bij het onderzoek naar de vondsten van Vermaning "op een wijze die de wetenschap onwaardig is" zou zijn ""geknoeid met de feiten".

In 1991 werd aan de hand van C14-datering vastgesteld dat een schedel, waarvan Vermaning claimde dat hij van een neanderthaler was, hooguit uit de late middeleeuwen stamt.[15]

21e eeuw[bewerken | bron bewerken]

In 2004 werd het vondstcomplex Eemster door een niet bij de voorgaande perikelen betrokken groep wetenschappers opnieuw onderzocht. Tevens werden de oudere vondsten en gegevens uit de APAN-collecties in het onderzoek betrokken. De eindconclusie luidde dat het vondstcomplex Eemster uit recent vervaardigde artefacten bestaat en dat er dus geen sprake is van een archeologische vindplaats.[16]

In 2008 werd voor het eerst een echt neanderthaler-kampement voor Drenthe aangetoond,[17] naast verschillende midden-paleolitische vondstcomplexen die al uit omliggende provincies bekend waren.[18][19]

In 2018 zou A.Wouters, die ter verdediging als "getuige" optrad in de strafzaak tegen Vermaning, worden beticht van het "sjoemelemn" met vindplaatsen. [20]. Hij zou archeologische vindplaatsen hebben verzonnen.

Betekenis en gevolgen[bewerken | bron bewerken]

De zaak-Vermaning had drie belangrijke gevolgen voor de Nederlandse archeologie van het Paleolithicum. De verhoudingen tussen de amateur- en de beroepswereld in de Nederlandse archeologie werden jarenlang negatief beïnvloed. Een tweede negatief gevolg was dat van een aantal belangrijk geachte vondsten de wetenschappelijke betekenis onduidelijk is. Vondstomstandigheden en herkomst kunnen vaag of zelfs gefingeerd zijn.[13] Sindsdien wordt er onderscheid gemaakt tussen vondsten in geroerde en ongeroerde grond. Daarnaast nam de aandacht van de Nederlandse beroepsarcheologen voor de archeologie van de Oude Steentijd, maar ook voor het Midden-Paleolithicum, in eigen land enorm toe. Dit leidde onder meer tot de grote opgravingen in de Belvédère-groeve bij Maastricht.

Literatuur[bewerken | bron bewerken]

Literatuur over de vondsten[bewerken | bron bewerken]

  • (nl) Waals, J.D. van der & H.T. Waterbolk, 1967. Mammoetjagers bij Hoogersmilde. Nieuwe Drentse Volksalmanak, 85: 177-189, Van Gorcum & Comp. N.V., Assen.
  • (en) van der Waals & Waterbolk, H.T.} 1973. The Middle Paleolithic Finds from Hogersmilde, met tekeningen van B.Kuitert. Wetenscahppelijke beschrijving, verschenen in Palaeohistoria - Acta et communicationes Instituti Bio-Archaeologici Universitatis Groninganae) XV, 1973 , uitg. Fibula-Van Dishoeck, Bussum (1973), hierin pp. 35-165; tevens gepubliceerd als afzonderlijke reprint (120 pagina's met een appendix van 45 pagina's met tekeningen van de artefacten, pp. I - XLV}
  • (nl) Stapert, D., 1975. Preliminary notes on the "early and middle paleolithic" finds of Mr. T. Vermaning. Palaeohistoria, XVII: 7-8.
  • (nl) Stapert, D., 1992. Rings and sectors; Intrasite spatial analysis of stone age sites. Rijksuniversiteit Groningen, Groningen, 236 pp. (proefschrift).
  • (nl) Stapert, D. & Waterbolk, H.T., 1974. Midden-Paleolithische vondsten (1). Natuur en Techniek, 42(1): 25-39.
  • (nl) Stapert, D. & Waterbolk, H.T., 1974. Midden-Paleolithische vondsten (2). Natuur en Techniek, 42(3): 145-160.
  • (en) Stapert, D., 1982. A middle Palaeolithic artefact scatter, and a few younger finds from near Mander NW of Ootmarsum (Province of Overijssel, the Netherlands). Palaeohistoria, 24: 29-31.

Literatuur over de Affaire Vermaning en overige literatuur[bewerken | bron bewerken]

  • (nl) Beersma, P.J.A., et al. (red.), 1978. De waarheid over Tjerk Vermaning: Het B.A.I. versus Vermaning, een Nederlandse Dreyfus affaire. Uitg. Stichting Rapportage, Doetinchem, 168 pp.
  • (nl) Hulst, T., 1975. Tjerk Vermaning: Steen des aanstoots. J. Niemeijer, Groningen, 140 pp. ISBN 90-6062-301-0
  • (nl) Metselaar, A., 1997. Hoogeveen en de steentijd: een archeologische oriëntatie met betrekking tot werktuigen en sculpturen uit het Heidelbergien en enkele andere culturen, gevonden in en rond Hoogeveen, en enkele geologische gegevens van de vondstgebieden, vooraf gegaan door een overzicht van ontwikkelingen rondom Tjerk Vermaning. Uitg. Metselaar, Hoogeveen, 60 pp. ISBN 90-72859-19-7
  • (nl) Moerman, P., 1977, Op het spoor van de Neanderthalmens, uitg. Meulenhoff Boekerij, Baarn, ISBN: 9789022505762
  • (nl) Niekus, M.J.L.TH., Beuker, J., Johansen, J. & Stapert D., 2008. Een tweede ‘Mander’: een recentelijk ontdekt kampement van Neanderthalers (Dr.). Paleo-aktueel, 19: 1-9.
  • (nl) Roebroeks, W., Kars, H., Niekus, M.J.L.Th., Rensink, E., 2004. Eemster revisted: evaluatie van een controveriseel vondstcomplex. Nieuwe Drentse Volksalmanak, 122: 106-113.
  • (nl) Sanden, Wijnand van der, Schuring, Anja, 2018. De zaak Vermaning. Over een markant amateurarcheoloog in Drenthe. Drents Museum, 2018. ISBN 978 94 625 8272 9
  • (nl) Schlüter, D., 2002. Neanderthaler-vondsten in Overijssel. www.Archeoforum.nl, 30 oktober 2002: 1-5.
  • (nl) Terpstra, P., 1986. Tjerk Vermaning: een leven tussen stenen. De Friese Pers Boekerij, Leeuwarden, 173 pp. ISBN 90-330-1363-0
  • (nl) Toebosch, T., 2003. Grondwerk - 200 jaar archeologie in Nederland. Sun.
  • (nl) Verhart, L., 1995. List en bedrog; Vervalsingen in de Nederlandse archeologie. Matrijs, Utrecht, 64 pp., 39 fig.
  • (nl) Vermeulen, F., 1980. De onderste steen: recht en wetenschap in de knel : de zaak Vermaning. Uitg. Stichting Rapportage, Doetinchem. ISBN 90-70295-10-5
  • (nl) Warrimont, J.P. de, 2004. De Piltdown-mens en de Mammoetjagers van Hoogersmilde - over bedriegers & bedrogenen. www.Archeoforum.nl, 26 november 2004: 1-8.
  • (nl) Waterbolk, H.T., 2003. Scherpe stenen op mijn pad: deining rond het onderzoek van de steentijd in Nederland. Uitg. Heveskes, Groningen. ISBN 90-806727-5-0
  • (nl) Wouters, A., 1999. J'accuse: de zaak Vermaning. ISBN 90-901252-8-0

Zie ook[bewerken | bron bewerken]

Externe links[bewerken | bron bewerken]