Twentekanaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Twentekanaal
Ligging van het twentekanaal
Ligging van het twentekanaal
Lengte 65 km
Scheepsklasse IV (na 2007: Va)
Jaar ingebruikname 1938
(aansluiting op de Almelose haven in 1953)
Van Almelo/Enschede
Naar IJssel
Loopt door Overijssel/Gelderland
Twentekanaal bij Enschede
Twentekanaal bij Enschede
Het Twentekanaal bij de Dochterense brug in de buurt van Lochem
Het Twentekanaal bij de Dochterense brug in de buurt van Lochem
Brug over het Twentekanaal als onderdeel van het nieuwe tracé van de N348 in Zutphen en Eefde
Brug over het Twentekanaal als onderdeel van het nieuwe tracé van de N348 in Zutphen en Eefde
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

Het Twentekanaal is een waterweg in de Nederlandse provincies Gelderland en Overijssel die de drie grote steden van Twente, Almelo, Hengelo en Enschede, aansluit op het landelijke netwerk van rivieren en kanalen. Vanwege de zijtak naar Almelo spreekt Rijkswaterstaat consequent over de Twentekanalen (de officiële benaming luidt: Kanaal Zutphen - Enschede en zijtak Almelo van de Twentekanalen).

Het Twentekanaal begint bij de IJssel ten noorden van Zutphen bij het dorp Eefde en loopt langs de plaatsen Almen, Lochem, Goor, Delden en Hengelo naar Enschede. De loop van het kanaal is vrijwel parallel aan die van de spoorlijn Zutphen-Enschede. Tussen Delden en Goor loopt er een zijtak naar Almelo.

Beide kanalen (Zutphen - Enschede en het zijkanaal Delden - Almelo) worden beheerd door Rijkswaterstaat. Het kanaalpand Eefde - Delden is 33 kilometer lang, de zijtak Delden - Almelo meet 15 kilometer en de kanaalpanden Delden - Hengelo en Hengelo - Enschede hebben lengtes van respectievelijk 9 en 5 kilometer. De totale kanaallengte is daardoor 65 kilometer.

Geschiedenis[bewerken]

Doortrekking van het Twentekanaal naar Almelo in 1950
Officiële opening van het verlengde kanaal - Vastgelegd in het bioscoopjournaal van 1 januari 1953
Aanleg van scheepvaartkanalen naar Twenthe, met één van de varianten, kaart uit 1918

Hoewel het eerste plan voor een kanaal naar Twente al stamt uit het midden van de 19e eeuw, werd de bouw van het kanaal pas begonnen in 1930, na een kwart eeuw onenigheid over acht verschillende ontwerpen. Namens Rijkswaterstaat was dr.ir. L.R. Wentholt verantwoordelijk voor de aanleg. Het kanaal werd gegraven voor een betere aanvoer van grondstoffen voor de Twentse textielindustrie (ruwe katoen) en voor de toevoer van steenkool uit de mijnen in Limburg. Het grootste deel is aangelegd als werkverschaffingsproject tijdens de crisis en door werklozen met schop en kruiwagen gegraven. In 1938 was het kanaal gereed. In 1953 kwam de verlenging van de zijtak naar Almelo klaar, zodat ook de Almelose haven en het Overijssels kanaal Almelo - De Haandrik aangesloten waren op het Twentekanaal.

Het Twentekanaal werd tussen 2004 en 2007 (fase 1) tot sluis Delden verbreed en verdiept een CEMT-klasse IV tot CEMT-klasse Va. Dat betekent dat een Groot Rijnschip (max. 11,50 breed, een diepgang van 2,80 meter en een lengte van 110 meter) op het kanaal kan varen. De diepte van de vaargeul wordt evenwel gespecificeerd als 5 meter, terwijl de drempeldiepte bij de bovendeuren van alle schutsluizen 3,75 meter beneden kanaalpeil bedraagt. Tussen 2017 en 2020 (fase2) wordt het kanaal van Delden tot Enschede aangepakt. Dan kunnen de grotere schepen ook met een diepgang van 2,80 in Enschede komen. In Eefde wordt een tweede kolk bijgebouwd en wordt het kanaal van de Gelderse IJssel tot Lochem bevaarbaar met een diepgang van 3,50 meter, mits de waterstand op de IJssel dit toelaat.

Tegelijk met het uitgraven naar een grotere diepte werd het kanaal plaatselijk ook verbreed. Zo is tussen Goor en Delden de breedte vergroot van 40 naar 51 meter. Hierbij werden meteen ook zogenoemde natuurvriendelijke oevers aangelegd. Daar kunnen bijvoorbeeld te water geraakte reeën weer uit het water te komen. Ook zijn er geschikte paaiplaatsen voor vissen. Het zand dat werd uitgegraven is door Rijkswaterstaat direct hergebruikt bij de aanleg van een nieuw stuk snelweg bij Almelo, terwijl zwerfstenen die bij de verbreding bovenkwamen weer bij de aanleg van de bodem en oevers gebruikt werden.

In een studie naar de geschiedenis van het Twentekanaal wordt gesproken van het "succes van een mislukking":[1] de economische ontwikkeling als gevolg van het kanaal is sterk achtergebleven bij de verwachtingen, maar het kanaal is inmiddels van groot belang voor de waterhuishouding gebleken.

Huidige functie[bewerken]

Vandaag de dag wordt het kanaal gebruikt voor het vervoer van zand, grind, zout, veevoer en containers. In 1996 werd er in Enschede 432 277 ton gelost of geladen en in Hengelo 2 322 270 ton. In 2010 is de totale overslag gegroeid naar ruim 6 megaton.[2] Daarnaast vervult het kanaal een functie voor de recreatie (pleziervaart, sportvisserij) en afwatering. Voorheen speelde het ook een belangrijke rol bij de drinkwatervoorziening van Enschede. Bij Lonnekerbrug werd voor dit doel water uit het kanaal de grond ingepompt en ondergronds via grind- en zandbedden gefilterd; dit was goed voor circa 80% van het Enschedese drinkwater.

Waarschuwingsbord

Ten behoeve van de afwatering van alle beken die op het kanaal uitmonden zijn bij de gemalen van Delden en Eefde tevens aflaatwerken ingericht. In Hengelo wordt eventueel wateroverschot op het bovenpand van het kanaal via de sluis afgevoerd. In totaal kan het kanaal 190 m3 per seconde afvoeren.

Vooral op het kanaalpand Hengelo - Enschede wordt veel getraind door wedstrijdroeiers. Na enkele ernstige aanvaringen tussen vrachtschepen en de fragile skiffs is een leer- en uitwisselingsproject gestart om meer onderling begrip te kweken tussen deze categorieën kanaalgebruikers. Voor de beroepsvaart zijn op alle sluizen waarschuwingsborden opgehangen om de schippers aan de kwetsbare roeiers te herinneren, terwijl de roeiers zijn uitgenodigd om kennis te maken met het zicht vanaf de brug en de bestuurbaarheid van binnenschepen.

Schutsluizen[bewerken]

Sluis Eefde in het Twentekanaal

Het totale hoogteverschil tussen Zutphen en Enschede is 21 meter. Om dat verschil te overbruggen heeft het Twentekanaal drie schutsluizen. Bij sluis Eefde is het verval bij een normale waterstand van de IJssel 6 meter, maar het kan variëren tussen 2 meter en 7,5 meter. Bij een lage waterstand van de IJssel (meer dan 6 meter verval) wordt bij de sluis in Eefde gebruikgemaakt van een extra sluiskolk van 200 meter lang en 24 tot 30 meter breed, de voorsluis, om het extra verval te overbruggen. De sluis van Delden heeft een verval van 6 meter en de sluis bij Hengelo een verval van 9 meter. In de zijtak naar Almelo bevinden zich geen schutsluizen.

Voor alle drie de sluizen is de schutkolk 12 meter breed en 140 meter lang (nuttige schutlengte 133 meter). De sluizen van Eefde en Delden hebben hefdeuren. De sluis bij Hengelo heeft aan de westzijde roldeuren en aan de oostzijde een hefdeur en is daarmee vrij uniek in Nederland.

Omdat het verval groot is, gaat er bij het schutten veel water verloren. Ter compensatie is daarom naast elke sluis een gemaal geplaatst dat weer water omhoog pompt. Bij het schutten in Hengelo wordt bijvoorbeeld circa 15 120 m³ water verbruikt hetgeen op het relatief korte bovenpand ongeveer 3,5 centimeter niveauverlies oplevert. Om dit te compenseren kan het gemaal Hengelo 6 m³ per seconde terugpompen bij gebruik van alle drie pompen.

In de toekomst wordt de schutsluis Eefde voorzien van een tweede sluiskolk, noordelijk van de huidige sluiskolk.[3] Met de tweede sluiskolk hoeven schepen minder lang te wachten en kunnen grotere schepen door het Twentekanaal. De sluis wordt ongeveer even lang en breed, maar wel dieper.

Stremmingen[bewerken]

Als gevolg een grote brand bij Vredestein te Enschede is het hoogste pand van het kanaal in 2003 wekenlang afgesloten geweest om verspreiding van de vervuiling te voorkomen. Uit onderzoek van waterbedrijf Vitens in februari 2008 is gebleken dat het water uit het Twentekanaal bij Enschede niet langer geschikt is voor drinkwater.[4]

Op 3 januari 2012 viel een van de 90 ton zware hefdeuren van de schutsluis bij Eefde in vrije val een meter of vijf, zes naar beneden door het breken van een draadstang. De onderkant van de deur was nog niet uit het water.[5] De deurconstructie raakte beschadigd en daarmee werd de sluis geblokkeerd.[6] Als gevolg daarvan werd het scheepvaartverkeer tussen het Twentekanaal en de IJssel gestremd, waardoor bedrijven in Twente verstoken raakten van hun scheepvaartverbinding met de rest van Nederland. Enige tientallen schepen raakten opgesloten in het kanaal. Door medewerking van de gemeente kon de afvaloverslag naar Rotterdam met een kraan aan de kade van Zutphen doorgaan. Een deel van het transport werd verlegd naar vervoer per vrachtauto. Op 26 januari 2012 werd de oude containerterminal in Almelo weer in gebruik genomen, waarna extra goederentreinen van en naar Almelo ook een deel van het vervangend transport voor hun rekening namen. In eerste instantie werd verwacht dat het zeker tot maart 2012 zou duren voordat de stremming bij Eefde kon worden opgeheven.[7] Dankzij een noodconstructie, waarbij de sluisdeur met behulp van een kraan werd geopend en gesloten, kon het scheepvaartverkeer vanaf 6 februari weer op gang komen, nadat het kanaal met een ijsbreker weer bevaarbaar was gemaakt.[8] De Nautictrans, die in de sluis lag toen het ongeval plaatsvond, werd daarbij als eerste geschut en wel door dezelfde sluiswachter die op dat moment dienst had gedaan.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]