Venusvliegenvanger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Venusvliegenvanger
Dionaea muscipula01.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Caryophyllales
Familie: Droseraceae
Geslacht: Dionaea
Soort
Dionaea muscipula
J.Ellis (1768)
Venusvliegenvanger op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De venusvliegenvanger of venusvliegenval (Dionaea muscipula) is een vleesetende plant uit de zonnedauwfamilie (Droseraceae). Het is de enige soort in zijn geslacht.

Vleesetende plant[bewerken]

De plant vangt kleine insecten (voornamelijk vliegen) en spinnen door middel van bladeren die uit twee helften bestaan die snel kunnen dichtklappen. De plant lokt zijn prooi door het afscheiden van een nectarachtige substantie aan de randen van de twee bladhelften. De zoete geur van de nectar lokt hoofdzakelijk vliegen.

Tussen de beide bladhelften zijn per blad drie tot negen voelharen aanwezig. Als een haar binnen circa 20 seconden twee of meer keer wordt aangeraakt, gaat de val dicht met de kans dat er een dier tussen zit. Regendruppels en windvlagen lokken geen reactie van het blad uit omdat deze te langzaam gaan. Als regendruppels en windvlagen de vallen dicht zouden laten gaan, zou de plant veel energie verliezen. Als er niets blijkt te zijn gevangen openen de bladeren zich weer na een paar uur.

Tussen de dichtgeklapte bladeren komt een afscheiding vrij die het insect verteert. Elk blad kan slechts een gering aantal insecten verteren, daarna sterft het af. Het verteren van een insect duurt zo'n tien dagen. Na vertering blijft er een residu achter van onverteerbare delen van het insect. Als het blad weer open gaat valt dit residu er uit of wordt door de wind weggeblazen.

In de lente zijn de bladeren kort en breed, in de zomer lang en smal.

Leefomgeving[bewerken]

Deze plant leeft voornamelijk op stikstofarme bodem. Voorbeelden hiervan zijn moerassen en veengrond. Doordat deze plant vallen heeft, kan deze voorkomen op voedselarme grond. De planten halen hun voedingsstoffen uit de insecten die ze vangen. De venusvliegenvanger is klein en groeit langzaam, vanaf zaadje tot volwassen plant duurt het ongeveer 3 jaar. Hij kan goed tegen vuur, wat een voordeel is bij periodieke branden, waarbij zijn concurrentie afbrandt. De plant komt van oorsprong voor in de Verenigde-Staten, en zijn enige natuurlijke habitat zijn de moerassen en natte dennenbossen van Noord-Carolina. Het zijn subtropische planten waardoor ze zachte winters kunnen overleven. Ze houden in de winter een winterrust.

Bloem[bewerken]

De bloemen groeien uit 1 grote knop die ontspruit in meerdere knoppen die uiteindelijk de bloemen vormen. De plant heeft witte bloemen. De bloemen hebben meestal 5 kroonbladeren.

Afbeeldingen[bewerken]

Externe link[bewerken]