Nepenthes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nepenthes
Nepenthes rafflesiana
Nepenthes rafflesiana
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Caryophyllales
Familie: Nepenthaceae
geslacht
Nepenthes
L. (1753)
Verspreidingsgebied
Verspreidingsgebied
Afbeeldingen Nepenthes op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Nepenthes op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Nepenthes is een geslacht van tropische bekerplanten die beker-vormige vallen ontwikkelen om kleine dieren te vangen, waarna deze worden verteerd.

Er zijn meer dan vijfentachtig soorten: alle Nepenthes-soorten zijn vaste planten. Het zijn typisch klimplanten die groeien in mistige, met mos bedekte wouden op tropische bergen of in lager gelegen bossen. Het voornaamste verspreidingsgebied is Indonesië en de regio daaromheen.

Afhankelijk van de soort worden de vangbekers wel 40 tot 50 centimeter groot. Per soort en zelfs binnen de soort verschillen vorm en afmeting sterk. De typische vorm is min of meer cilindervormig, de onderste helft heeft vaak een buikje, met een afgeronde bodem. Bij jonge bekers is de deksel op de val nog gesloten en zijn de verteringssappen steriel.

Na het openen blijft de deksel onbeweeglijk. Het is dus geen deur die open en dicht kan gaan. De deksel dient als paraplu om vollopen en overstromen van de beker tegen te gaan en als landingsplaats vol met nectar voor de prooidieren. In het onderste gedeelte van de beker zit een verteringszone, die dicht met klieren is bezet. De klieren scheiden verteringssappen af en nemen de opgeloste voedingsstoffen van de prooi op.

Mutualistische relatie tussen Nepenthes rafflesiana var. elongata en een vleermuis[bewerken]

In 2011 is men erachter gekomen dat vleermuizen van de soort Kerivoula hardwickii (meer bepaald de ondersoort Kerivoula hardwickii hardwickii) de vangbekers van Nepenthes rafflesiana var. elongata als toilet en slaapplaats gebruiken. Ze verschuilen zich in de vleesetende planten omdat de bekervormige bladeren de dieren tijdens hun slaap kunnen beschermen tegen parasieten en andere bedreigingen. De vleesetende planten profiteren ook van de relatie met de vleermuizen. Ze halen voedingsstoffen uit de uitwerpselen van hun gasten. Het is dus een mutualistische relatie. Vleermuizen zijn voor zover nu bekend de enige zoogdieren die in een vleesetende plant kunnen leven.

De vleesetende planten van de soort Nepenthes rafflesiana blijkt aan voldoende stikstof komen om te overleven doordat Nepenthes rafflesiana var. elongata gemiddeld minder insecten vangt dan andere variëteiten van deze soort, maar toch aan voldoende voeding komt. De bekers in de lucht zijn beter aangepast voor vleermuizen dan de lagere bekers. De hogere bevatten ook minder stoffen om insecten aan te trekken en te verteren. Deze variëteit haalt stikstof uit de ontlasting die vleermuizen achterlaten in de bekers.[1]

Relatie tussen Nepenthes bicalcarata en Camponotus schmitzi mieren[bewerken]

Nepenthes bicalcarata, Camponotus schmitzi en vliegenlarven

Camponotus schmitzi mieren komen alleen voor in de bekers en holle stengels van Nepenthes bicalcarata en houden de insectenval schoon. Zelf kunnen ze vrij door de plant bewegen en worden ze niet verteerd in de bekers. De door de mieren gekoloniseerde planten bevatten een hoger van insecten afkomstig stikstofgehalte dan planten van dezelfde soort waar de mieren niet aanwezig zijn. De mieren bleken te jagen op de muggen en andere larven in de bekers, daarmee voorkomen ze dat deze bron van stikstof volwassen wordt, uitvliegt en daarmee verloren gaat voor de plant.[2]

Bronnen, noten en/of referenties