Voorrecht van rechtsmacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het voorrecht van rechtsmacht (in het Frans: privilège de juridiction) is in België de term waarmee men aangeeft dat magistraten en bepaalde (hoge) ambtenaren die een wanbedrijf of misdaad hebben gepleegd rechtstreeks voor het hof van beroep worden vervolgd en gevonnist, en niet voor de correctionele rechtbank die normaal bevoegd zou zijn. Dat geldt zowel voor wanbedrijven en misdaden gepleegd binnen hun ambtsbediening als daarbuiten (artikelen 479 en volgende van het Wetboek van strafvordering).

Dit is een voorrecht aangezien de burgerlijke partijstelling onmogelijk is en de strafvordering enkel door het Openbaar Ministerie kan worden ingesteld.

Personen die het voorrecht van rechtsmacht genieten[bewerken]

De artikelen 479 en 483 van het Wetboek van strafvordering sommen de magistraten en de andere gezagsdragers op die genieten van het voorrecht van rechtsmacht. Het zijn:

Het opsporings- en gerechtelijk onderzoek[bewerken]

Personen die van het voorrecht van rechtsmacht genieten worden vervolgd door de procureur-generaal bij het hof van beroep of door een lid van zijn parket. Het onderzoek wordt gevoerd door de zogenaamde raadsheer-onderzoeker die door de Eerste Voorzitter van het Hof van beroep wordt aangeduid, op verzoek van de procureur-generaal.

Geen burgerlijke partijstelling mogelijk[bewerken]

Het (beweerde) slachtoffer van een persoon die van het voorrecht van rechtsmacht geniet kan zich niet burgerlijke partij stellen tegen de betrokkene. Alleen de procureur-generaal bij het hof van beroep kan het initiatief nemen voor de vervolging.

Berechting[bewerken]

De personen die van het voorrecht van rechtsmacht genieten worden in eerste en laatste aanleg berecht door het Hof van beroep. Zij kunnen tegen hun eventuele veroordeling geen hoger beroep instellen. Omgekeerd kan het Openbaar Ministerie geen hoger beroep instellen tegen hun eventuele vrijspraak.

Toepasselijkheid van de regeling op andere personen (mededaders en medeplichtigen)[bewerken]

Personen die op zichzelf niet 'genieten' van het voorrecht van rechtsmacht kunnen toch onderworpen worden aan de regels betreffende het voorrecht van rechtsmacht. Dat is het geval voor personen die als mededader of als medeplichtige samen met de ambtsdrager vervolgd worden. Deze personen zullen ook rechtstreeks door het Hof van beroep gevonnist worden. Hun onderwerping aan dezelfde regels is een gevolg van de samenhang van misdrijven.

Bevoegdheid van het hof van assisen blijft bestaan[bewerken]

Personen die het voorrecht van rechtsmacht genieten, en die een misdaad plegen die niet voor correctionalisering in aanmerking komt, worden gevonnist door het Hof van assisen.

Wanneer de misdaad die in de uitoefening van het ambt gepleegd is, ten laste gelegd wordt hetzij aan een gehele rechtbank van eerste aanleg, arbeidsrechtbank of rechtbank van koophandel, hetzij individueel aan een of meer leden van de hoven van beroep en aan de procureurs-generaal en substituten bij de hoven, dan voorziet het Wetboek van strafvordering een speciale regeling, met mogelijkheid tot aangifte van de misdaad aan de Minister van Justitie of zelfs bij het Hof van Cassatie (artikelen 485 e.v. van het Wetboek van strafvordering).