Zwaailicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Duitse voorrangsvoertuigen met blauwe optische signalen

Een zwaailicht was een glazen en later een transparante kunststof kap met daarin een ronddraaiende, in één richting schijnende lamp. Bij nieuwere versies staat de lamp stil en draait er een spiegel omheen, waardoor de lamp lijkt rond te draaien. Hierdoor is een felle lichtflits te zien die naar alle kanten zichtbaar is. Zwaailichten worden van kunststof (polycarbonaat) gemaakt dat allerlei kleuren kan hebben.

Bepaalde knipperende lichten worden voor eenzelfde functie als een zwaailicht gebruikt. Deze lichten werken met behulp van felle lampen zoals halogeenlicht, lampen met een stroboscopische werking door middel van flitsbuizen, of sterke ledlampen.

Kleuren[bewerken]

Blauw[bewerken]

Zwaailichten
(mogelijk storend bij lichtflitsgevoelige epilepsie)
Blauw zwaailicht

Oranje zwaailicht

Zwaailichten van hulpdiensten in Nederland en België, zoals die van politie, brandweer, ambulancediensten, de Koninklijke Marechaussee (Nederland), Rijkswaterstaat, de Reddingsbrigade (Nederland), ProRail Ongevallenbestrijding (Nederland), de EOD (explosievenopruimingsdienst), Sanquin Bloedvoorziening en donorvervoer en de Civiele Bescherming (België), zijn blauw. Al deze voertuigen gelden als voorrangsvoertuig wanneer zowel zwaailicht als meertonige hoorn of sirene wordt gevoerd. Ook boten van deze hulpdiensten zijn uitgerust met een blauw zwaai- of flitslicht.

Zwaailichten worden ook door de politie op niet herkenbare voertuigen gebruikt. Deze lampen zijn verbonden met een spiraalkabel en hebben een magneetvoet. Ze worden op het dak of op het dashboard geplaatst. Tevens worden zwaailichten gebruikt door dokters en mug-ambulanciers (België); wanneer deze moeten ingrijpen bij levensbedreigende situaties zijn ze bevoegd een blauw signaal op hun voertuig te plaatsen.

Groen[bewerken]

Het groene zwaailicht op Nederlandse ambulances wordt gebruikt bij grote ongevallen en calamiteiten: de bemanning van het eerste hulpverleningsvoertuig ter plaatse neemt de coördinatie op zich; het groene zwaailicht wordt dan ingeschakeld. De bemanning van dit voertuig is herkenbaar aan hun groene vesten, die over de reguliere werkkleding worden gedragen. De verpleegkundige van het eerste voertuig voert in principe geen behandeling uit, maar inventariseert de gewonden en bekijkt wie als eerste behandeling behoeft (triage).

Bij de politie en de Koninklijke Marechaussee wordt het groene zwaailicht sinds 2004 gebruikt om personeel er op attent te maken dat er een sporenonderzoek plaatsvindt en dat men voorzichtig dient te zijn om geen sporen verloren te doen gaan.

Sinds 2014 gebruikt de politie het groene zwaailicht ook als attentielicht tijdens hun surveillance. Dit is al in tientallen gemeenten gebruikt om de aanwezigheid te laten zien in wijken waar veel werd ingebroken.

In België gebruikt men het groene zwaailicht om de CP-OPS aan te duiden. Daarin verzamelen alle disciplines bij een multidisciplinair optreden.

Overig[bewerken]

Voertuigen die moeten opvallen in het verkeer, omdat ze bijvoorbeeld extreem groot zijn, of langzaam rijden omdat ze werkzaamheden op de weg verrichten, voeren een oranje of geel zwaailicht. De meeste ambulances, politieauto's en brandweerwagens zijn anno 2016 uitgerust met oranje zwaailichten voor het geval zij op een gevaarlijke plek staan. In Spanje is het zelfs zo dat ambulances meestal alleen maar oranje en rode zwaailichten hebben; ze worden wel gezien als voorrangsvoertuig. Rangeerlocomotieven van de Nederlandse Spoorwegen voerden van 1963 tot 1984 een blauw zwaailicht wanneer de openbare weg werd overgestoken; sinds 1984 voeren ze een rood zwaailicht.