Ad Vandenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ad Vandenberg met rechts op de achtergrond de Britse rockzanger David Coverdale

Adrian/ Adje Vandenberg, artiestennaam van Adrian (Ad/Adje) van den Berg, (Den Haag, 31 januari 1954) is een Nederlands hardrockgitarist, componist, muziekproducent, muziekuitgever en kunstschilder. Hij is vooral bekend geworden met de bands Vandenberg en Whitesnake. In 2013 richtte hij Vandenberg's MoonKings op, samen met anderen. Begin jaren richtte 80 hij een eigen muziekuitgeverij op, Vandenberg Music geheten.

Levensloop[bewerken]

Geboren te Den Haag, op zijn vijfde verhuisd naar Rotterdam en vervolgens op zijn veertiende naar Enschede, waar hij al snel de rockband Mother Of Pearl begon. In die tijd bezocht hij hier de HBS van het Ichthus-college. Op zijn achttiende voegt hij zich bij Jaap Dekkers Boogie & Blues band (met o.a. Ilja Gort (drums, ex-After Tea), Marjo Schenk (vocalist van Moan) en Frans Hoeke (vocalist van Rob Hoekes blues band). In 1977 richtte Van den Berg de band Teaser (bluesrock) op, tegelijkertijd begint zijn studie aan de kunstacademie ABK in Arnhem. Met Teaser werd een album opgenomen voor het Engelse label Vertigo en enkele singles, waarvan Do It To Me een flink succes werd en door Alfred Lagarde grijs gedraaid werd in zijn rockprogramma Het Betonuur. Daarnaast trad de band veel op in Nederland, België en Duitsland en toerde onder meer met AC/DC en Frankie Miller. In 1981 ontving Van den Berg een uitnodiging om auditie te doen bij Thin Lizzy. Na een week te hebben opgetrokken met zanger/bassist Phil Lynott besloot Van den Berg zijn kunstopleiding te voltooien. Hij bleef wel werken als sessiegitarist bij platenopnames van diverse artiesten en deed onder meer tournees in Duitsland met de Pointer Sisters en met Fats Domino. Daarnaast speelde hij in diverse blues-, rock- en jazzbands.

Doorbraak[bewerken]

Adrian Vandenberg van de gelijknamige band.

In 1980 stopte Van den Berg met Teaser en richtte hij de band op die zijn naam zou dragen, Vandenberg. Met vijf songs als demomateriaal krijgt de band een contract van platenmaatschappij Atlantic aangeboden. Het debuutalbum werd opgenomen in de studio van Jimmy Page (Led Zeppelin). Met het nummer Burning Heart had de groep nationaal en internationaal (Verenigde Staten, Japan) veel succes. Zelfs zo zeer dat ze zowel als Special Guest met o.a Ozzy Osbourne (die Vandenberg al bij het eerste concert aanbiedt om zich bij hem te voegen) en Kiss, maar ook als headliner toeren door de Verenigde Staten. Daarnaast was de band enorm populair in Japan en deed tournees en concerten in Engeland en Duitsland. David Coverdale was zo onder de indruk van Van den Bergs gitaarspel en composities dat hij meermaals heeft gevraagd of hij bij Whitesnake wilde komen spelen. Vandenberg wilde zich toch liever eerst bewijzen met zijn eigen band dan zomaar in een gespreid bedje te springen en sloeg het aanbod vooralsnog af.

Na nog twee albums met Vandenberg en wat kleinere hits leek het plafond bereikt en ook werd zanger Bert Heerink uit de band gezet. Vandenberg werd door John Kalodner van Geffen Records in de Verenigde Staten uitgenodigd om te komen praten over een nieuw contract voor Vandenberg of toe te treden tot Whitesnake. Geffen biedt Vandenberg een nieuw contract aan, maar stelt voor om de andere bandleden te vervangen door Amerikaanse muzikanten. Na het inspelen van enkele gitaarpartijen op het nieuwe Whitesnake album, keert Vandenberg terug naar Nederland en besluit uiteindelijk zijn eigen band te ontbinden en tot Whitesnake toe te treden. Met Whitesnake scoorde hij in 1987 twee nummer 1-hits in de VS met de nummers Here I go again en Is this love. Voordat Vandenberg de kans kreeg om een volledig album met Whitesnake op te nemen raakte hij ernstig geblesseerd aan zijn pols. Hoewel Van den Berg aan bijna alle composities voor het album Slip of the tongue heeft gewerkt, werden alle gitaarpartijen ingespeeld door Steve Vai.

In 1994 richtte Van den Berg een nieuwe band op, Manic Eden, samen met de Rudy Sarzo (bassist) en Tommy Aldridge (drummer) van Whitesnake. De band werd aangevuld met zanger Ron Young van Little Caesar. Na één album en een tournee door Frankrijk en Japan keerde Van den Berg weer terug naar Whitesnake. Ook speelde hij mee op het bluesalbum van Paul Rodgers, vanaf het begin een enorme invloed van hem, een eerbetoon aan Muddy Waters. Na nog een album met Whitesnake stopte hij in 1999 ook met deze band.

Na een Japanse en Franse tournee met Manic Eden keert Vandenberg weer terug bij Whitesnake, er wordt wederom een wereldtournee gedaan en vervolgens het album Restless Heart opgenomen, waar Vandenberg samen met Coverdale alle songs voor schrijft. Hierna wederom een wereldtournee en in 1999 besluit Vandenberg zich weer eens met zijn schilderkunst bezig te gaan houden, zijn oorspronkelijk beroep. Tijdens zijn carrière als gitarist probeerde hij zich zoveel als de omstandigheden het toelieten met zijn tweede passie bezig te houden, maar kwam dit op het tweede plan door de hectische toerschema's. Wel werkte hij in 2001 mee aan het televisieprogramma Starmaker, de voorloper van Idols. In totaal schreef hij hiervoor vijf nummers, waaronder twee hitsingles. Ook componeerde hij muziek voor enkele documentaires van National Geographic Channel.

In 2004 verscheen het verzamelde werk van Vandenberg met een nieuwe versie van Burning Heart en enkele niet eerder uitgebrachte nummers, waaronder enkele live-uitvoeringen uit Japan en de VS. Een jaar later verscheen een dvd van een live-optreden in Japan.

Toen Whitesnake in 2006 optrad op het Arrow Rock Festival in Lichtenvoorde was Van den Berg opnieuw van de partij om Here I go again van een gitaarsolo te voorzien. Dit soort verrassingsoptredens vinden vervolgens regelmatig plaats en er wordt onder Whitesnake-fans al jaren gespeculeerd of Vandenberg zal terugkeren in de band. Dit mede door de inmiddels legendarische, in de muziekwereld ongebruikelijk hechte vriendschap tussen Coverdale en Vandenberg.

Sinds 2004 worden de schilderijen van Vandenberg regelmatig tentoongesteld in binnen- en buitenland.

Onderscheiding[bewerken]

Op 22 maart 2008 ontving Adje Vandenberg in Vlissingen voor zijn muzikale verdiensten de Eddy Christiani Award. Bij die gelegenheid trad hij, samen met vroegere Vandenberg zanger Bert Heerink, voor het eerst sinds lange tijd weer op en voerde enkele Vandenberg nummers uit.

In 2011 doorbreekt Adje Vandenberg vrij onverwacht de door hem verkozen muzikale stilte door het nummer A Number One uit te brengen, een typisch stadion rocksong, die vrijwel gelijk na het uitkomen door FC Twente geadopteerd wordt als nieuw clublied. Vandenberg voert het nummer live uit bij de huldiging van zijn 'home team' en wordt daarbij terzijde gestaan door zanger Jan Hoving en Vandenbergs goede vriend collega Jan Vayne. Uit diverse publicaties blijkt dat Adje Vandenberg een nieuw album aan het voorbereiden is en verwacht wordt dat dit in het voorjaar van 2012 uit zal gaan komen. In het tijdschrift Aardschok vertelt hij journalist Bastiaan Tuenter dat hij met zanger Jan Hoving aan nieuw materiaal werkt. Deze zal hij waarschijnlijk onder zijn eigen naam uitbrengen. Dat mag hij, want na een rechterlijk geschil met oud-zanger Bert Heerink en oud-bassist Dick Kemper beslist de kantonrechter aan het einde van 2011 dat de gitarist de rechtmatige naamhouder van de band is.

Ondanks dat Adrian Vandenberg de rechtmatige naamhouder is, heeft hij, samen met andere muzikanten, de band "Vandenberg's Moonkings" opgericht in het najaar van 2013. Het debuutalbum wordt in het voorjaar van 2014 verwacht. [1]

Bronnen, noten en/of referenties