Athyrium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Athyrium
Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina)
Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Clade: Tracheophyta
Clade: Euphyllophyta
Clade: Monilophyta
Klasse: Polypodiopsida
Orde: Polypodiales
Familie: Athyriaceae (Wijfjesvarenfamilie)
Geslacht
Athyrium
Roth
Afbeeldingen Athyrium op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Athyrium is een geslacht van varens uit de wijfjesvarenfamilie (Athyriaceae), waarvan er twee in van nature in Europa voorkomen. De wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) is in België en Nederland één van de meest voorkomende varens.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

De botanische naam Athyrium is afkomstig van het Oud-griekse athyrium (kleine deur), wat slaat op de dekvliesjes die als een deurtje aan een scharnier zijn opgehangen.

Kenmerken[bewerken]

De meeste Athyriums zijn overblijvende terrestrische geofyten, die overwinteren met korte, kruipende of opstijgende rizomen. Enkele tropische soorten, zoals Athyrium oosorum, komen voor als boomvarens van meerdere meters hoog.

De fertiele en steriele bladen zijn gelijkvormig, lancetvormig tot elliptisch van vorm, meestal lichtgroen en één- tot drievoudig gespleten of gedeeld, naar de top toe minder. De bladsteel omvat twee vaatbundels die naar de top tot samensmelten tot één U- of sikkelvormige bundel.

De sporenhoopjes liggen in enkelvoudige rijen tussen de nerven en de bladrand aan de onderzijde van het blad. Ze zijn meestal lang-ovaal of komma-, haak- of hoefijzervormig gebogen en worden in de regel afgesloten door een dekvliesje met dezelfde vorm, opgehangen aan een zijdelings bevestigd scharnier. Het dekvliesje blijft meestal aanwezig tot de sporen rijp zijn. De vorm van de sporenhoopjes en de aanwezigheid van een dekvliesje zijn kenmerken waardoor het geslacht kan onderscheiden worden van de streepvarens en de niervarens.

Habitat en verspreiding[bewerken]

Athyrium zijn overwegend terrestrische varens uit subtropische en tropische streken. Ze zijn wijd verspreid over het noordelijk halfrond, vooral in China, met bijna 130 soorten, en over de rest van Azië. Ook in Afrika en Madagaskar komen meerdere soorten voor, en verder nog enkele in het Neotropische gebied (de beide Amerikas) en in Europa.

Taxonomie[bewerken]

Het geslacht wordt soms ook tot de Woodsiaceae gerekend.

Europese soorten[bewerken]

In Europa komen van nature twee soorten voor, waarvan de Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) de enige en tevens één van de meest algemene soorten in België en Nederland, is. In Europese hooggebergtes komt ook Athyrium distentifolium voor.

Verder wordt in gematigde streken de Japanse regenboogvaren (Athyrium niponicum var. Pictum) vaak als sierplant aangeplant, en kan mogelijk ook verwilderd worden aangetroffen.

Soorten[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren – Athyrium.