Barapasaurus
| Barapasaurus Status: Uitgestorven, als fossiel bekend |
|||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Barapasaurus | |||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||||
| Barapasaurus Jain et al., 1975 |
|||||||||||||||||
| Typesoort | |||||||||||||||||
| Barapasaurus tagorei Jain et al., 1975 | |||||||||||||||||
| Afbeeldingen Barapasaurus op |
|||||||||||||||||
| Barapasaurus op |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
Barapasaurus is een uitgestorven monotypisch geslacht van dinosauriërs dat leefde in India tijdens het Vroeg Jura.
Inhoud |
Naamgeving [bewerken]
De typesoort Barapasaurus tagorei werd in 1975 beschreven door Sankar Chatterjee, op grond van materiaal uit de Kotaformatie (Toarcien), gevonden sinds 1960 bij het dorpje Pochampalli in de deelstaat Maharastra. De geslachtsnaam van het achttien meter lange dier betekent letterlijk: "grote pootreptiel" (van bara, "groot" en pa, "been" in het Hindi), een verwijzing naar het in 1961 gevonden, 1,7 meter lange, dijbeen. De soortaanduiding eert de grote Indiase dichter Rabindranath Tagore, die precies een eeuw voordat het dijbeen gevonden werd, werd geboren. Sindsdien zijn nog eens vijf exemplaren ontdekt.
Vondst [bewerken]
Het holotype is ISI R.50, een sacrum, bestaande uit vier vergroeide wervels. Verder waren in 1975 het bekken bekend, delen van de ledematen en losse tanden. De tanden zijn vermoedelijk lepelvormig. De ledematen zijn vrij elegant gebouwd. De doornuitsteeksels op de wervels zijn enkelvoudig.
Fylogenie [bewerken]
Barapasaurus bevindt zich basaal in de Sauropoda en is een van de oudste bekende leden van deze groep. Meestal wordt hij toegewezen aan de Vulcanodontidae maar dat is nog zeer voorlopig: veel onderzoek naar de soort is niet verricht.
Kenmerken [bewerken]
Barapasaurus had een groot dik lichaam en een lange hals. De totale lengte was zo'n achttien meter.
De schedel is onbekend maar wel zijn in de formatie losse lepelvormige tanden aangetroffen van een sauropode. Met zulke tanden werden dennenaalden van hoge naaldbomen afgeschraapt. Ermee kauwen is onmogelijk, daarom slikten sauropoden wellicht stenen in om te dienen als maagstenen of gastrolieten.
Literatuur
|