Barbara (zangeres)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Barbara tijdens repetities voor het Grand Gala du Disque Populaire 1968
In Parijs is in het park van de wijk Batignolles een laan naar Barbara genoemd

Barbara was de artiestennaam van Monique Andrée Serf, (Parijs, 9 juni 1930 - Neuilly-sur-Seine, 24 november 1997). Ze was een Franse zangeres, tekstschrijver en componist.

Bekende nummers zijn L'aigle noir, Nantes, La solitude en Dis, quand reviendras-tu?.

In Nederland worden chansons van Barbara onder meer vertolkt door Wende Snijders.

Biografie[bewerken]

Omdat ze van Joodse afkomst is, moet Barbara tijdens de bezetting van Frankrijk door de nazi's in de Tweede Wereldoorlog met haar familie onderduiken. In het boek Il était un piano noir vertelt ze hierover. Na de oorlog hoort een buurvrouw die muzieklerares is haar zingen en zet zich in om er voor te zorgen dat zij haar zangtalent kan ontwikkelen.

Ze krijgt zang- en pianolessen en schrijft zich in bij de École supérieure de musique. Verder zingt ze bij La Fontaine des Quatre Saisons, een populair cabaret in Parijs. Door haar lengte, zwarte kleren, gitzwarte haren en bleek gezicht heeft ze een spookachtige verschijning die de melancholie van de teleurgestelde liefde weergeeft.

Tussen 1950 en 1952 woont ze in Brussel waar ze een actief lid wordt van de kunstgemeenschap. Haar vrienden veranderen een oud ateliershuis in een concertzaal waar Barbara nummers van Édith Piaf, Juliette Gréco en Germaine Montéro speelt en zingt. Haar carrière ontwikkelt zich echter langzaam en het is moeilijk om rond te komen/ In oktober 1953 trouwt ze met Claude John Luc Sluys, een Belgische rechtenstudent van wie ze in 1956 scheidt. (In het lied 'Mes hommes' zingt Barbara niet over de minnaars die ze heeft gehad maar over haar musici.)

Als ze in Parijs terugkomt, ontmoet ze Jacques Brel en raakt met hem bevriend. Ze vertolkt verschillende liedjes van hem. Later wordt ze voorgesteld aan Georges Brassens. Ze geeft verschillende optredens in kleine zaaltjes maar er ontwikkelt zich een trouw publiek, met name vanuit de studenten van het quartier Latin in Parijs.

In 1957 keert ze terug naar Brussel om haar eerste plaat op te nemen, maar pas in 1961 wordt ze beroemd door optredens in de muziektempel van Bobino bij Montparnasse in Parijs. Ze gaat verder in kleine zaaltjes en twee jaar later in het Théâtre des Capucines. Ze weet de aandacht te trekken en vast te houden van het publiek met een nieuw repertoire. Vanaf dat moment is haar naam gevestigd en in 1964 tekent ze een contract met de platenmaatschappij Philips Records.

Tijdens het componeren wordt ze geïnspireerd door componisten als Mireille en Charles Trenet, de twee grootste vedettes van haar tijd. Haar capaciteit haar eigen liedjes te schrijven versterkt haar imago. De lyrische poëtische teksten, haar dramatiek en diepgang van de emotie in haar stem verzekert haar van een publiek dat haar dertig jaar volgt. De liedjes uit deze tijd zijn Ma plus belle histoire d'amour c'est vous, L'aigle noir, Nantes (in het Vlaams gezongen door 't Crejateef Complot met als titel Brugge), La solitude en Une petite cantate.

In 1965 wordt haar album Barbara chante Barbara een groot commercieel succes en ze wint de Académie Charles Cros. Tijdens de uitreiking breekt Barbara de trofee in stukjes en deelt ze uit aan de technici om haar dankbaarheid te tonen. Ze begint geld weg te geven en haar beroemdheid te gebruiken om hulp te bieden aan arme kinderen.

In 1969 maakt ze bekend dat ze actrice wordt. Haar eerste rol is in de musical Madame, van Albert Willemetz waar in ze een erg mooie travestiet speelt. In 1971 speelt ze samen met Jacques Brel in zijn film Franz waarvoor ze de muziek schrijft. Twee jaar later verschijnt L'Oiseau rare geregisseerd door Jean-Claude Brialy. Haar laatste rol was in 1977 in de film Je suis né à Venise geregisseerd door de danser en choreograaf Maurice Béjart.

In deze jaren zeventig blijft ze ook muzikaal actief. Ze verschijnt in een televisieoptreden met Johnny Hallyday en gaat op tournee in Japan, Canada, België, Israël, Nederland en Zwitserland.

In de jaren tachtig verschijnt haar album Seule dat een van de best verkochte platen in 1981 wordt. Het jaar daarop krijgt ze de Grand Prix du Disque voor haar bijdrage aan de Franse cultuur. Ze ontwikkelt een nauwe werkrelatie met rijzende filmster Gérard Depardieu en zijn vrouw Élisabeth. In 1982 gaat ze naar New York om piano te spelen in de opéra métropolitain met Mikhail Baryshnikov in een lied en de presentatie van een balletdans.

In de jaren 80 schrijft ze ook mee aan de muziek voor het stuk Lily Passion met Luc Plamondon. Ze verschijnt zelf ook in het stuk samen met Gérard Depardieu. Dat leidt tevens de breuk in met haar vaste accordeonist, Roman Romanelli, met wie ze twintig jaar samenwerkte; hij zag niets in het project, waarop hij zonder omwegen aan de kant wordt gezet.

Aan het einde van de jaren tachtig wordt Barbara actief in de fondsenwerving voor de behandeling van aids. In 1988 krijgt ze de Légion d'honneur, een hoge Franse onderscheiding.

Vanaf december 1996 besteedt ze haar tijd aan het schrijven van haar herinneringen die in 1998 verschijnen. Hierin onthult ze onder meer dat ze seksueel misbruikt is door haar vader die vervolgens haar familie heeft verlaten.

Ze is overleden aan ademhalingsproblemen op 24 november 1997. Haar stoffelijk overschot rust op het Cimetière parisien de Bagneux.

In 1998 heeft de gemeente Saint-Marcellin waar het gezin met Barbara in de Tweede Wereldoorlog was ondergedoken besloten om een plein naar haar te vernoemen, ook organiseert men er verschillende activiteiten rondom haar.

Referenties[bewerken]