Beul

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gravure van Jan Luyken, de executie van martelaren David van der Leyen (schoenmaker) en Levina Ghyselins (weduwe) wegens Anabaptisme in Gent op 14 februari 1554. Ze werden gemarteld, gewurgd en daarna in brand gestoken. David vertoonde nog levenstekenen en werd driemaal met een vork in zijn darmen gestoken. Uiteindelijk moest de beul met een ketting Davids nek breken om een einde aan de wreedheden te maken.
Het 12de-eeuwse beulshuis van Cardona, om begrijpelijke redenen buiten de stadsmuren gelegen
Een Franse beul in ambtskledij onder Lodewijk XV

Een beul is een persoon die folteringen uitvoert om bekentenissen af te dwingen, de opgelegde lijfstraffen uitvoert en de terdoodveroordeelden executeert. Een scherprechter was een beul die doodstraffen uitvoerde.[1]

Geschiedenis[bewerken]

De voornaamste taak van de beul was de tenuitvoerlegging van lijf- en doodstraffen. Voorafgaandelijk aan een veroordeling voerde hij ook de folteringen uit die men aanwendde om bekentenissen uit te lokken. Omdat folteringen en executies meestal niet frequent genoeg waren om voor een adequaat inkomen te zorgen, vulden de beulen hun inkomen op allerlei manieren aan. Ze reisden ook van plaats naar plaats, meestal op uitnodiging van lokale besturen die niet over een eigen vaste beul beschikten.

Omdat tot in de 19e eeuw straffen meestal in het openbaar werden voltrokken, waren terechtstellingen en uitvoeringen van andere lijfstraffen een waar volksvermaak. Boeren, burgers en buitenlui gingen met de hele familie kijken en maakten er een "gezellig uitje" van. Meestal werden de openbare uitvoeringen van straffen uitgesteld tot er een groot evenement was zoals een jaarmarkt. Dan waren er soms meerdere uitvoeringen van vonnissen op een dag te zien. De echte terechtstellingen waren dan het hoogtepunt van de dag. Op het openbare plein waar zich deze terechtstellingen afspeelden, waren vaak ook eetkramen, marskramers en jongleurs, en liep er ander kermisvolk om het publiek te vermaken tussen de verschillende executies en lijfstraffen in.

Er waren vroeger officieel aangestelde stadsbeulen die woonden in de (grotere) stad waar ze hun werk deden, maar meestal trok een beul van plaats tot plaats om openbare terechtstellingen te verzorgen. De beul was vaak anoniem, maar werd betaald door de stad en kreeg vaak een woning toegewezen. Om de anonimiteit te waarborgen droeg hij vaak een kap, waardoor stereotiepe beulen in films, stripverhalen e.d. eveneens kappen dragen. Beulen werden vaak veracht en gemeden door de bevolking. In Japan was het beroep van beul een zogenaamd Burakumin-beroep, waardoor men automatisch tot de laagste sociale klasse behoorde. In het Ottomaanse Rijk werden beulen op aparte begraafplaatsen begraven met simpele ongemarkeerde zerken, omdat zij als 'verdoemd' golden. Ook konden alleen zigeuners beul worden.

Tot aan de Franse Revolutie, toen er meer 'humane' doodstrafvoltrekkingen zoals met de guillotine in gebruik kwamen, mat men de deskundigheid van de beul af aan de lengte van de tijdsduur die de veroordeelde nodig had om te sterven. De beste beulen wisten de doodstrijd het langste te rekken en vroegen vaak een fiks bedrag om te komen 'optreden'. Sommige mensen betaalden hun beul een extra fooi zodat deze geen professionele fout beging. Het afhakken van een hoofd in één slag is immers geen sinecure. Ook het ophangen van een persoon is niet zo eenvoudig. Ook was het ook voor de familie van de veroordeelde soms mogelijk om de beul om te kopen zodat hij de veroordeelde snel zou doden.

Als gevolg van het uitoefenen van het beroep wist een beul veel af van het menselijk lichaam. Op die manier kon de beul, tussen beroepsmatige optredens door, nog wat bijverdienen als behandelaar van botbreuken en zelfs als chirurgijn om wonden te hechten. Een andere bron van bijverdiensten was de verkoop van lichaamsdelen (tanden e.d.) van geëxecuteerde veroordeelden als talismannen aan het bijgelovige volk. Dit was ook vaak nodig omdat executies niet erg vaak voorkwamen. Om deze reden reisden beulen ook vaak rond.

Met het afschaffen van de lijfstraffen en de doodstraf in de meeste westerse landen is het beroep van beul daar uitgestorven. Alleen in overdrachtelijke zin wordt het woord beul nog gebruikt, bijvoorbeeld dierenbeul of in het werkwoord afbeulen, voor iemand die anderen bruut behandelt of mishandelt. In landen die de doodstraf en/of lijfstraffen nog wel kennen bestaat het beroep soms nog wel. Saoedi-Arabië kent nog beroepsbeulen, waarvan Muhammad Saad al-Beshi de bekendste is. Meestal worden de executies echter uitgevoerd door overheidsbeambten die niet specifiek als beul zijn aangenomen.

De actiefste beul in de geschiedenis was generaal-majoor van de NKVD Vasili Blochin, die eigenhandig ongeveer 50 000 mensen doodschoot. In Katyn schoot hij in 1939 250 Poolse krijgsgevangenen per dag dood.

Literatuur[bewerken]

  • Edouard DUCPETIAUX, De la mission de la justice humaine et de l’injustice de la peine de mort: De la justice de répression et particulièrement de l’inutilité et des effets pernicieux de la peine de mort, Brussel, Cautaerts, 1827.
  • Harry PETERS, Pleidooi tegen de doodstraf, Antwerpen, Jorssen, 1863.
  • J-J. HAUS, La peine de mort: son passé, son présent, son avenir, Gent, Hoste, 1867
  • Prosper CLAEYS, Pages d'histoire locale gantoise, Gent, 1894.
  • Dirk TROELSTRA, Van recht en doodstraf: vlugschrift naar aanleiding van den eisch tot wederinvoering van den doodstraf, Amsterdam, Fortuyn, 1896.
  • Albrecht KELLER, Der Scharfrichter in der deutschen Kulturgeschichte, Bonn/Leipzig 1921, (herdruk, Hildesheim, 1968).
  • I. H. VAN EEGHEN, 'De beul in Amsterdam', in: Amstelodamum 41 (1954), p. 120-127.
  • I. H. VAN EEGHEN, 'De positie van de scherprechter in de 19e eeuw', in: Tijdschrift voor rechtsgeschiedenis 23 (1955), p. 93-100.
  • Raoul C. VAN CAENEGEM, Geschiedenis van het strafprocesrecht in Vlaanderen van de XIe tot de XIVe eeuw, Brussel, 1956.
  • Wobbe DE VRIES, 'Nederlandse scherprechters-dynastieën', in: De Nederlandsche Leeuw 75 (1958), k. 285-294.
  • C.L. TEN CATE, Tot glorie der gerechtigheid. De geschiedenis van het brandmerken als lijfstraf in Nederland, Amsterdam, 1975.
  • Jacques DE VRIENDT, Een scherprechtersgeslacht: Boitquin (Botquin – Boutquin) 1707 – 1892, in: Vlaamse Stam, 1979.
  • F. VANHEMELRIJCK, Misdadigers tussen rechter en beul, 1400 – 1800, Kapellen, De Nederlandse Boekhandel, 1985.
  • Sibo VAN RULLER, Genade voor recht. Gratieverlening aan ter dood veroordeelden in Nederland 1806–1870, Amsterdam, De Bataafse Leeuw, 1987.
  • Nicole AVRIL, Monsieur de Lyon, Parijs, 1999.
  • Klaas ZANDBERG, Dirk van Gorkum, een spraakmakend scherprechter, in: Leovardia (Leeuwarder Historische Vereniging 'Aed Levwerd'), 2001.
  • Hannele KLEMETTILA, Epitomes of Evil: Representations of Executioners in Northern France and the Low Countries in the Late Middle Ages, Turnhout, Brepols, 2006, ISBN 2-503-52278-5.
  • Matthias BLAZEK, Scharfrichter in Preußen und im Deutschen Reich 1866–1945, Stuttgart, 2010 ISBN 978-3-8382-0107-8.
  • Frédéric ARMAND, Les bourreaux en France. Du Moyen Âge à l'abolition de la peine de mort, Perrin, 2012.
  • Joël F. HARRINGTON, The faithful executioner, 2013
  • Joël F. HARRINGTON, Dagboek van een beul, Amsterdam, De Bezige Bij, 2013

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Icoontje WikiWoordenboek Zoek beul op in het WikiWoordenboek.
  1. etymologiebank.nl